reactie op aangepast MER en ontwerp-bestemmingsplan Buitenplaats Ypenburg

Delft, 27 november 1997

Aan de gemeenteraad van Rijswijk
Postbus 5305
2280 HH Rijswijk

Geachte raad,

1. In deze reactie op het aanvullend MER en het ontwerp bestemmingsplan van de bouwlocatie Ypenburg stellen wij in de eerste plaats vast dat de vergroting van het areaal bedrijventerrein ons niet ongunstig voorkomt. Er ontstaat in het plan daardoor een betere balans tussen wonen en werken.

Wij benadrukken daarbij dat ambities op het terrein van de duurzame stedenbouw ook gelden voor bedrijventerreinen. Op het gebied van de waterbeheersing bijvoorbeeld (oevers, afkoppeling van schone oppervlakken e.d.) dienen ook hier de moderne inzichten terzake van het waterbeheer gerealiseerd te worden. In het MER wordt een veel te groot deel (100%) van het regenwater dat op de bedrijventerreinen valt, afgevoerd naar het riool; daardoor wordt de rioolzuivering nodeloos belast met schoon water (waardoor ook nog eens het zuiveringsrendement afneemt!) en neemt het risico van riooloverstorten sterk toe.

2. Uw reactie (in het inspraakverslag) op onze kritiek ten aanzien van het te lage ambitieniveau overtuigt ons niet. In onze brief van 28 mei 1996 hebben wij aangegeven dat hetgeen als 'realistisch' moet worden beschouwd, in het licht van nieuwe financieringsmogelijkheden (bijvoorbeeld 'groene' hypotheken) en moderne opvattingen over duurzame stedenbouw duidelijk aan het verschuiven is. In uw reactie gaat u hierop niet in.

Ook in de richting van de commissie voor de MER en enkele insprekers maakt u het zich al te gemakkelijk. De omvangrijke en gefundeerde kritiek van het Hoogheemraadschap van Delfland bijvoorbeeld, wordt afgedaan met de opmerking dat "genoemde discussiepunten (...) in het lopende overleg" zullen worden betrokken. Dat is ons veel te vrijblijvend, omdat water steeds meer wordt onderkend als een belangrijk uitgangspunt in de ruimtelijke ordening. Nota's als 'Ruimtelijke Ordening op Waterbasis' van VROM en het regeringsvoornemen inzake de Vierde Nota Waterhuishouding besteden daar uitgebreid aandacht aan.

Was de waterhuishouding mede als belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp gekozen, dan was o.i. van het voornemen om de Bras te bebouwen afgezien.

3. Het bebouwen van De Bras blijft voor ons een onverteerbaar punt. We zetten de argumenten nog even op een rij:

4. Het moet ons van het hart dat de planologische procedures een wanvertoning zijn geworden. MER, voorontwerp-bestemmingsplan en ontwerp-bestemmingsplan worden door het BOY 'behandeld', maar de insprekers worden naar de gemeenten verwezen.

Daarbij is het opvallend dat onze groep, die vanaf de startnotitie MER het bebouwen van de Bras (gelegen in de gemeente Pijnacker) ter discussie heeft gesteld, niet door de gemeente Pijnacker op de hoogte is gehouden van de opeenvolgende plan-procedurele stappen. Wij behouden ons ten aanzien van procedures inzake De Bras dan ook alle rechten voor.

Tenslotte valt op dat de presentatie van de aangepaste MER niet tot een aangepast voorstel voor het voorontwerp bestemmingsplan heeft geleid. Daarmee zijn de ontwerp-bestemmingsplannen, mochten zij door de drie gemeenteraden worden goedgekeurd, o.i. niet rechtsgeldig, omdat het (ontwerp-)bestemmingsplan dan niet gebaseerd is op een voorontwerp.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest,

Met vriendelijke groeten,

namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, etc

netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com