naar beginpagina Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

Twee discussiebijdragen over het financiële waterspoor

Groningse waterketen: ontspoord

In H2O no. 24 werd een zeer teleurstellende mededeling gedaan: "geen financieel waterspoor in Groningen". De bestuurders ter plaatse hebben zich onder iets uitgewurmd wat op den duur toch onontkoombaar is, zou je denken. In hetzelfde Groningen verdedigde Vincent Linderhof op 17 mei 2001 zijn proefschrift waarin hij korte metten maakte van de onwil om het brede waterspoor in te voeren. Hij liet zien dat de prijselasticiteit van water zeer behoorlijk is (-0,07) en dat een hoger tarief dus wel degelijk tot besparingen leidt. (zie o.a. NRC van 19-05-01 en via http://www.ub.rug.nl/eldoc/dis/eco/v.g.m.linderhof/ kunt u het hele proefschrift downloaden).

De Groningse bestuurders, van waterschappen en waterbedrijf tot provinciebestuur, vinden de milieuwinst evenwel onvoldoende, "maatschappelijke" kostenbesparing (een verhullende term waarmee men bij nader inzien de bedrijfskosten blijkt aan te duiden) zit er niet aan vast en de service voor watergebruikers denken ze via andere wegen te verbeteren (nog maar weer eens folders over waterbesparing?). Het is een verzameling slordige criteria, omdat er niet bij staat hoeveel de milieuwinst had moeten zijn en aan wie de kostenbesparing ten deel had moeten vallen.

Men verminkt bovendien de criteria die aan het financiële waterspoor ten grondslag liggen. Dat het tot waterbesparing moet leiden en dus een positief milieueffect zou moeten hebben, is maar een deel van het verhaal. Het waterspoor, waarbij - ik herhaal het maar even - behalve de waterlevering ook de afvoer en zuivering van het afvalwater op basis van de waterrekening aan de burger wordt berekend, was evenzeer ingegeven door overwegingen van billijkheid en om de klant de mogelijkheid te geven de hoogte van de rekening te beïnvloeden. Tussen de hoeveelheden water die huishoudens gebruiken en afvoeren bestaan zeer grote verschillen die bij lange na niet gedekt worden door de huidige zeer schamele, forfaitaire differentiatie. De spreiding die je kunt aantreffen bij even grote huishoudens is wel 1 : 5, zo heb ik vastgesteld. Huishoudens voor de zuivering van zulke verschillende hoeveelheden afvalwater dezelfde rekening sturen vind ik ronduit obsceen. Is dat wat men onder 'service voor watergebruikers' verstaat? Mooie service, hier betaalt arm voor rijk. Stel je de commotie voor die zou oplaaien als de energiebedrijven uit gemakzucht (de rekeningen worden toch wel betaald) aan alle klanten een even hoge rekening zouden sturen! Nu de kosten van waterzuivering in sommige regio's snel oplopen door de grote investeringen o.a. in stikstofverwijdering, is het invoeren van het waterspoor des te urgenter.

De gemakzucht wordt door de Groningse bestuurders gecamoefleerd door erop te wijzen dat er al veel gedaan is aan waterbesparing. Het verbruik van de Nederlandse burgers is inderdaad al een paar jaar redelijk constant, maar om met een verbruik van 50m3 per hoofd van de bevolking nou tevreden te zijn, dat is toch nogal kras - al zeg ik er graag bij dat het een verschil maakt of de bron van het kraanwater grond- of oppervlaktewater is.

De instanties van het Groningse water laten zich wel heel onbeschaamd in de kaarten kijken als ze betogen dat een verminderd volume aan afgenomen water tot een verhoogde prijs per m3 zou leiden en dat dat niet aan de klanten te verkopen zou zijn! Ze zijn dus eerder báng voor de waterbesparing die het brede waterspoor teweeg zal brengen!

Natúúrlijk lopen de kosten per m3 op bij afname van het verbruik, dat wist men vantevoren. Maar is dat een reden van het waterspoor af te zien? Is men misschien van plan om het verbruik van water op te jagen, opdat men zich bij de klanten populair kan maken met een lagere m3-prijs? Het lijkt er dus sterk op dat de Groningse onwil is gemotiveerd door een eenzijdig bedrijfseconomische blik. De meeste klanten (ja, niet alle, de grote verbruikers vinden het zeer prachtig zoals het nu is!) zijn de dupe.

Behalve de niet-verspillende burger (de notabelen die de Groningse waterketen besturen zullen daar wel niet bij horen) krijgt ook de Unie van Waterschappen, die een aantal jaren geleden de lijn van het brede waterspoor opging, hiermee een tegenvaller te verwerken. In het verslag van een symposium over deze materie, te vinden in H2O 2001/23, is het standpunt van de Unie terug te vinden, inclusief de verzuchting dat het wel lijkt of alleen de waterschappen nog achter het financiële waterspoor staan. Ik ontleen er wel een aanbeveling aan de waterzuiveraars aan: laat de samenwerking met de gemeenten op dit punt nou toch asjeblieft schieten (ze hebben daar toch geen verstand van water) en voer het waterspoor voor de zuiveringsheffing zelf in. Zo'n waterspoor, zonder gemeentelijke rioolheffing dus, is voorlopig breed genoeg, en de waterschappen kunnen laten zien dat ze zich niet achter de onwil van de gemeenten verschuilen.

In genoemd verslag worden ook nog andere voordelen van het financiële waterspoor aangestipt: verdikking van de afvalstroom, (dus) verbetering van het zuiveringsrendement, kleinere zuiveringsinstallaties en stimulering van regenwatergebruik. Daar hebben de Groningse bestuurders niet eens naar gekeken.

Delft, 30-12-2001
Jacques Schievink

Het waterspoor: geen dwaalspoor!

[Geplaatst in Het Waterschap van 12 oktober 1996]

In Het Waterschap van 8 augustus geven H.J.M. Havekes en J.M.J. Leenen een welkome samenvatting van het rapport van de adhoc werkgroep Toekomst Zuiveringsbeheer onder de titel "Zuivering van Afvalwater, publiek of privaat domein?" Vooral de paragraaf over het waterspoor trok mijn aandacht. Als ik de auteurs goed versta, dan is de conclusie van het rapport dat de argumenten pro en contra wel zo'n beetje tegen elkaar opwegen en dat verandering van het huidige forfaitaire systeem daarom niet zinvol is.

Ik vind die conclusie eerlijk gezegd niet goed onderbouwd. De poging van de adhoc-commissie de voor- en nadelen van het waterspoor op een rijtje te zetten, is wat mij betreft geheel mislukt.

1. Het begint eigenlijk al met de schets van de geschiedenis van de ideeën over het waterspoor. Het waterspoor zou zo rond 1990 door de verdrogingsdiscussie en vooral van de zijde van de drinkwaterproducenten weer op de voorgrond zijn gekomen. Het verdrogingsargument wordt nu veel minder gehoord, nu worden er andere argumenten bij gehaald, en dat is altijd verdacht, zo is de teneur van deze schets.

Dat is m.i. een scheve voorstelling van zaken. Een hoofdargument vóór de toepassing van het waterspoor bij de zuiveringsheffing is altijd geweest dat er dan een betere relatie gelegd wordt tussen de vuillast en de heffing. Met een beetje goede wil zou je het marktwerking kunnen noemen.

Het is wonderlijk dat in het rapport de waterrekening en de zuiveringsheffing voortdurend op een hoop gegooid of door elkaar gehaald worden. Is de frustratie ten opzichte van de drinkwatermakers werkelijk zo groot?

Een paar voorbeelden van deze verwarring ter illustratie:

1. "Door prijsstijging neemt bewust gedrag toe; ook is er voor de burger een beïnvloedingsmogelijkheid van de waterrekening" (p. 472, 3e kolom).

2. "Invoering van het waterspoor zou derhalve gebaseerd moeten worden op het waterbesparend effect" (p. 473, bovenaan 2e kolom).

Waterschappen gaan niet over de waterprijs en de waterrekening, zij zuiveren wat de burgers en bedrijven in het riool storten als onderdeel van hun zorg voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Als de prijs voor die dienst wordt afgeleid van het waterverbruik, is dan sprake van een opslag op de waterrekening? Mijns inziens niet; het zou zo kunnen worden ervaren als je de heffing door de drinkwaterbedrijven laat innen, maar dat moet je natuurlijk niet doen.

Ik wil allerminst betogen dat waterbesparing geen interessant aspect is van het waterspoor, maar daar gaat het in eerste instantie bij de waterkwaliteitsheffing niet om. Het waterspoor lijkt mij gewoonweg een veel billijker basis voor de waterkwaliteitsheffing en biedt bovendien goede aanknopingspunten om de burger bewust te maken van wat er met water en afvalwater gebeurt en wat dat in geld en milieu kost.

2. Een tweede hoofdpunt van kritiek is dat het opsommen van voors en tegens natuurlijk wel aardig is, maar dat zonder een wéging van de verschillende argumenten een oordeel niet mogelijk is. Het rapport lijkt nu te volstaan met het tellen van de argumenten, een methode waar een eerstejaarsstudent zich voor zou schamen.

Zou een serieuze poging ondernomen zijn de argumenten te wegen, dat zou opgevallen zijn hoe vederlicht de argumenten tegen het waterspoor wel niet zijn. De meeste hebben weer betrekking op het waterbesparingsargument, en dat heb ik onder 1 afdoende gediskwalificeerd.

Dat de relatie waterverbruik-vervuiling niet te leggen zou zijn is een slag in de lucht. Natuurlijk zijn er 'verstoringen', zowel naar de ene als naar de andere kant. De voorbeelden van het sproeien van de tuin (ontmoediging daarvan is mooi meegenomen trouwens), het vullen van het zwembad (!), of, aan de andere kant, het gebruik van regenwater of grijs water in het huishouden, kunnen worden genoemd. Andere vertekeningen zijn dat het ene huishouden nu eenmaal milieuvriendelijker stoffen door de gootsteen spoelt dan het andere, en dat leden van veel huishoudens hun milieulast plegen op het werk of op school. Maar dat door deze 'verstoringen' de relatie waterverbruik-vervuiling niet goed genoeg zou zijn om de zuiveringsheffing voor de huishoudens op te baseren (alsof de relatie heffing-vervuiling in het huidige stelsel niet vele malen zwakker is), dat wil er bij mij niet in.

Opvallend is verder dat de rechterzijde van het politieke spectrum komt aanzetten met mogelijk grote kosten voor de grote gezinnen, een tegenwoordig wel uiterst schaars artikel. Als de vos de passie preekt ... Het was mij onbekend dat de WVO was opgezet om sociale politiek te bedrijven, laat staan om het vormen van grote gezinnen te bevorderen.

Conclusie. Het zal duidelijk zijn dat ik een voorstander ben van het waterspoor. Het is billijker en effectiever dan het bestaande systeem. Eigenlijk is alleen het niet-bemeterd zijn van bepaalde gebieden een serieus tegenargument, maar op zich geen reden om in bemeterde gebieden het waterspoor niet in te voeren. Schitterend zou het zijn als de vuillast van de huishoudens met een of andere sensor gemeten zou kunnen worden, maar tot het zover is gaan we lekker over op het waterspoor.

Jacques Schievink

lid V.V. hoogheemraadschap van Delfland

24-09-96

ind@datadelft.com