Waterplan Pijnacker-Nootdorp

 

openingspagina Initiatiefgroep

overzicht van commentaar op plannen

ind@datadelft.com

Delft, 19 april 2005

Betreft: Commentaar op Waterplan Pijnacker-Nootdorp

Aan het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeente Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker

Geachte besturen,

Het Waterplan Pijnacker-Nootdorp is wat men noemt een 'aarzelend' beleidsstuk. Als men het vergelijkt met bijvoorbeeld de waterplannen die het Hoogheemraadschap van Delfland met Den Haag en Delft heeft opgesteld, dan wordt daarin een kader ontwikkeld waarin concrete maatregelen (waarvan sommige vernieuwend zijn) een plaats krijgen, terwijl het plan voor Pijnacker-Nootdorp meer het karakter heeft van een teen die in het water gestoken wordt om te voelen hoe nat water wel niet is. Het woord "plan" is dan ook voor het waterplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp aan de flatterende kant.

Deze beoordeling betekent overigens allerminst dat men bij de waterplannen van Den Haag en Delft geen kritische kanttkeningen zou kunnen plaatsen, en evenmin dat de tastende benadering in Pijnacker-Nootdorp niet ook op sommige punten een plausibele is. Inderdaad "is het beleid m.b.t. de Europese Kaderrichtlijn Water nog in ontwikkeling, en kunnen de mogelijke consequenties van de Kaderrichtlijn Water vooralsnog niet aan de orde worden gesteld in het waterplan." (p. 29), maar anderzijds zijn die waterkwaliteitsambities nu ook weer niet zo bijster nieuw, ze staan in essentie al in de Derde Nota Waterhuishouding van 1989.

De uitgangspunten van de watervisie zijn om te beginnen allerredelijkst: droge voeten, een gezond watersysteem en optimale beleving van het water zowel in het bebouwd gebied als in het buitengebied. In de samenvatting (en ook op p. 14 waar de knelpunten wat uitgebreider worden opgesomd) is de beoordeling van de vraag in hoeverre het huidige watersysteem aan deze doelstelling voldoet, echter in verhouding tot deze uitgangspunten rijkelijk rooskleurig. We citeren:

"Over het algemeen functioneert het watersysteem in de gemeente Pijnacker-Nootdorp goed. Er zijn echter een paar knelpunten aan te geven, vooral in perioden met veel neerslag:

  • De afvoercapaciteit van de Pijnackerse Vaart naar de Schie is beperkt, zodat bij een flinke bui teveel water moet worden afgevoerd. Dit leidt tot wateroverlast;
  • Binnen de gemeente worden de door het hoogheemraadschap opgestelde waterbergingsnormen nog niet gehaald;
  • Grondwateroverlast treedt lokaal op;
  • Ten aanzien van de waterkwaliteit en ecologie blijkt het watersysteem nog niet te voldoen aan de gestelde normen."

Ons oordeel zou aan de hand van deze beschrijving zijn, dat van een "goed" functionerend watersysteem geen sprake is, en dat juist ook daarom een waterplan in samenwerking met het waterschap dringend noodzakelijk is. Wellicht is de rooskleurige blik uitgelokt door de grafische weergave van de knelpunten in figuur 3.2 op p. 15, waar ze als kleine symbooltjes in een wijds onaangedaan gebied zijn geplaatst!

Op een enkele plaats wordt de ernst van de tekortkomingen van het watersysteem onderkend. Op p. 3 wordt enigszins vooruitgekeken naar de Europese Kaderrichtlijn Water en wordt aangegeven dat de chemische eigenschappen van het oppervlaktewater aan de eisen zullen moeten voldoen en dat de morfologie (m.n. de oevers) en ook het peilbeheer drastisch anders aangepakt zullen moeten om ecologisch gezond water tot stand te kunnen brengen. (Anders dan op p. 10 wordt vermeldt is de inzet van natuurvriendelijke oevers zeker niet alleen van betekenis voor de "beleving" - hoe belangrijk op zichzelf ook - maar vooral voor de natuurlijke zuivering.). Maar een besef van urgentie spreekt hieruit toch ook weer niet.

Het bevreemdt ons dat in de opsomming van nota's over nationaal en regionaal waterbeleid het document "Waterkansenkaart Oostland" ontbreekt. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft dit stuk in 2003 vastgesteld met de bedoeling die in de contacten met de partijen in de regio een rol te laten spelen; zowel de bij het Waterplan betrokken partijen als geïnteresseerde burgers zouden dan ook wel willen weten wat er met dit stuk, waar jaren aan gewerkt is, in dit kader is gedaan. Het lijkt ons leerrijk deze kaart (zie ook onderstaand prentje) te leggen naast figuur 3.3 (p. 16) van dit waterplan en na te gaan of er met de "kralen, vingers en ringen" van de watervisie adequaat met de kansen is omgesprongen. Of heeft het Hoogheemraadschap dit document intussen bij het oud papier opgeborgen?

De kaart met de deelgebieden waar hogere waterkwaliteitsambities gelden (figuur 4.2) roept bij ons eveneens vragen op. Zo lijkt het ons voor de hand te liggen dat de groene kleur (hoge natuurwaarden) voor een groter deel van de Zuidpolder van Delfgauw, en ook voor het natuurbos en de scheg in de Balij zal moeten gelden. De rose kleur van extensieve recreatie is voor de Polder Van Biesland evenmin passend, daar hoort zeker de kwalificatie "natuurwaarden" of "hoge natuurwaarden" van toepassing te zijn. En het is ook niet nodig het gehele bebouwde gebied zonder inkleuring van ambitieniveaus weer te geven; een wijk als het Pijnackerse Klapwijk laat zien dat ecologisch verantwoorde inrichting en beheer in stedelijk gebied heel goed mogelijk zijn en veel bijdragen aan de voldoening die bewoners aan hun omgeving ontlenen.

Wij verwelkomen tenslotte het communicatieprogramma dat onderdeel van het waterplan is. Een interactieve webstek en lesprogramma's en excursies voor basisscholen kunnen er veel toe bijdragen dat de burgers (en bestuurders!) en hun kroost vertrouwd raken met waterbeleid en het boeiende leven dat zich in ecologisch gezond water ophoudt.

Het waterplan zelf schiet o.i. in communicatief opzicht tekort. De analyse is alleen al door het ontbreken van een water- en stoffenbalans niet sterk, en ook bij de kaarten zou toelichting niet misstaan.

Ondanks deze kritische noten vertrouwen wij erop dat waterschap en gemeente het waterplan zullen weten te benutten als een startpunt van goede samenwerking waarin water en landschap steeds in het waterbeheer en beheer van de openbare ruimte de plaats krijgen die het toekomt.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Stichting Commissie Natuur en Milieu

Jacques Schievink

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft