homepage Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | documentatie Wallertuin | bezwaren tegen het verlenen van de kapvergunning

Tekstscan van het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften, op 11 juli 2005 uitgebracht aan burgemeester en Wethouders van Delft.

8. Beoordeling van de inhoud van de bezwaarschriften

Blijkens de op de zaak betrekking hebbende stukken hebben verweerders de kapvergunning voor 89 bomen op de locatie Klein Vrijenban 3 (bekend stasnd als 'Wallertuin') verleend omdat zij het belang van de asnvrager, te weten de herinrichting en reconstructie van de tuin, het verwijderen van bomen met een slechte gezondheid/conditie en het vrijmaken van 42 (monumentale bomen), het scheppen van een landschappelijke open ruimte, het met andere woorden in ere herstellen van de tuin in zijn oorspronkelijke waarde, groter achten dan het belang van reclamanten bij het behoud van het groen, mede gelet op het feit dat het gaat om bomen met een slechte gezondheid.

De bezwaren die hiertegen zijn ingebracht komen er met name op neer dat de Wallertuin een ecologisch kerngebied is in Delff, een grote natuurwaarde kent en dat de kap van de bomen deze natuurwaarde ernstig schade zal toebrengen.

De Commissie overweegt als volgt.

Van belang voor het weigeren dan wel onder voorschriffen verlenen van een kapvergunning is artikel 10, lid 1 van de Bomenverordening waarin is bepaald:

Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer:

De Commissie stelt vast dat het al dan niet verlenen van een kapvergunning een discretionaire bevoegdheid is van verweerders. Dit betekent dat de Commissie dient te respecteren dat verweerders in beginsel over een zekere vrijheid beschikt om naar eigen inzicht uitvoering te geven aan die bevoegdheid, De Commissie dient echter wel te beoordelen of verweerders bij de uitoefening van die bevoegdheid heeff gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel, dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel. Gelet op deze grote mate van beslisvrijheid van verweerders dienen, naar het oordeel van de Commissie, hoge eisen te worden gesteld aan de door verweerders gemaakte belangenafweging.

Het is de Commissie uit de stukken en het behandelde ter zitting gebleken dat namens verweerders de situatie ter plaatse is bekeken. De onderhavige bomen zijn door een teamleider van het vakteam Groen afzonderlijk getoetst aan de hand van de kapaanvraag, het kapplan en de plantekening. Voorts is elke boom getoetst op kwaliteit en gezondheid. Verweerders stellen zich op het standpunt dat uit dit onderzoek is gebleken dat geen van de onderhavige bomen atzonderlijk bijzondere waarden als bedoeld in artikel 10 van de Bomenverordening hebben. De bomen staan niet op de monumentenlijst en volgens verweerders heeft geen van de bomen afzonderlijk zeldzaamheidswaarde. De meeste bomen verkeren niet in goede staat - deels doordat zij niet goed onderhouden zijn - en enkele bomen leveren volgens verweerders gevaar op. Bij de belangenafweging hebben verweerders uiteindelijk een groter gewicht toegekend aan de belangen van de aanvrager dan aan de belangen van reclamanten.

Met betrekking tot de door verweerders gemaakte belangenafweging overweegt de Commissie het volgende.

Vaststaat dat de Wallertuin een bijzonder terrein is met grote natuurwaarde. In het Ecologieplan Delff 2004-2015 is de Wallertuin aangemerkt als stepping stone/ecologisch kerngebied. Blijkens de stukken is het streven van de gemeente voor dit soort gebieden gericht op het behouden en zo mogelijk versterken van deze natuurwaarden. Het geheel van de Wallertuin maakt bovendien deel uit van de hoofdstructuur zoals die is aangegeven op de bomenkaart uit het Ecologieplan Delff. In het bestemmingsplan Binnenstad staat de Wallertuin omschreven als een tuin met cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische, omithologische en botanische waarde, die een bijzondere entree vanuit het noorden naar de binnenstad markeert.

Uit de stukken en het verhandelde ter hoorzitting concludeert de Commissie dat de gemeente weliswaar gericht onderzoek asn het besluit ten grondslag heeff gelegd, mear dat dit onderzoek zich nagenoeg uitsluitend gericht heeft op de te kappen individuele bomen. De Commissie meent echter dat gelet op de bijzondere betekenis die in bovengenoemde documenten aan de Wailertuin wordt toegekend niet volstaan kan worden met een toets voor de afzonderlijke bomen. Deze bijzondere waarde van de Wallertuin noopt naar de opvatting van de Commissie tot een veel bredere beoordeling, waarbij in ieder geval moet worden bezien welke effecten de beoogde kap voor de flora en fauna van de Wallertuin als geheel zal hebben. Eerst op basis van een dergelijk onderzoek kunnen verweerders naar het oordeel van de Commissie gefundeerde conclusies trekken over de vraag of de in artikel 10 lid 1 genoemde natuur- en ecologische waarden door de kap worden geraakt. De Commissie stelt vast dat dit onderzoek ten onrechte niet aan het bestreden besluit ten grondslag lipt.

Evenmin is haar gebleken of onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in de Wallertuin heeft plastsgevonden en wat voor gevolgen van de kap van 89 bomen voor deze plant- en diersoorten heeft. Ook is het de Commissie niet duidelijk geworden wat het effect van de kap is op de grondwaterstand in de Wallertuin. Het voorgaande leidt de Commissie tot de conclusie dat verweerders niet de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen heeft vergaard, zoals artikel 3:2 van de Awb voorschrijff. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de Commissie dan ook in strijd met de zorgvuldigheidseisen van artikel 3:2 Awb genomen, zodat het reeds hierom niet in stand kan blijven.

De Commissie geeff verweerders in overweging om alsnog uitvoerig onderzoek te doen naar de in de Wallertuin aanwezige natuur- en milieuwaarde/ecologische waarde en het effect van de kap van de bomen op de flora en fauna, alsmede de grondwaterstand in de tuin.

In dit onderzoek moet en kan dan naar het oordeel van de commissie tevens de vraag worden betrokken in hoeverre een verantwoorde fasering van de uitvoering van de kap kan bijdragen aan het behoud van de bovengenoemde bijzondere waarden van de Wallertuin.

Naar het oordeel is dit element van belang met het oog op eventueel aan de kapvergunning te verbinden voorwaarden.

9. Advies

De Commissie adviseert u de bezwaren van:

Adviescommissie voor bezwaarschriften, Kamer I,

mr. J.H. Peter, voorzitter

mw B.C. Ritzen, secretaris