Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen

Brief aan het provinciaal bestuur met bedenkingen tegen het vastgestelde bestemmingsplan TU -Noord

stichting Commissie Natuur en Milieu Delft

secretariaat: Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail lc.doorn@hccnet.nl

Delft, 30 juni 2007

Betreft: Bedenkingen bestemmingsplan TU-noord

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
postbus 90602
2509 LP Den Haag

Geacht college,

Bij het bestuderen van de reactie van de gemeente Delft op de commentaren die van diverse kanten op het ontwerp bestemmingsplan TU-noord zijn geleverd, wordt opnieuw duidelijk dat de gemeente met de aanpak van zijn bestemmingsplannen, en wel heel in het bijzonder bij het bestemmingsplan TU-noord, op de verkeerde weg zit. Men maakt van een aanvankelijk als "conserverend" gekwalificeerd bestemmingsplan een waagstuk van transformatie en intensivering waarbij "even" niet is gelet op de kwaliteit van de leefomgeving van de huidige bewoners, daaronder begrepen plant en dier.

We werken deze kritiek in een reeks hoofdpunten uit.

1. De gemeente maakt plannen die strijdig zijn met eigen uitgangspunten

Het verband tussen de lijnen die het gemeentebestuur uitzet en wat via verkiezingsprogramma's in bijvoorbeeld het coalitieaccoord terecht is gekomen, is volkomen zoek. In die documenten vindt men zeker geen openlijke teksten dat Delft 100.000 inwoners nodig heeft om vitaal te zijn (daarmee de huidige stad diskwalificerend) of dat verdichting ten koste zou mogen gaan van groen en natuur, of dat Bomennota en Ecologienota maar het best gebruikt kunnen worden om het groen zo veel mogelijk de stad uit te persen. Integendeel. In het coalitieaccoord van het zittende gemeentebestuur staat dat "intensief gebruik van grond juist nodig is om ruimte te maken voor groen".

Het is daarom moeilijk te geloven dat de Delftse gemeenteraad het ontwerp bestemmingsplan TU-noord, waarin zoveel woon- en natuurkwaliteit wordt opgeofferd aan platte belangen van machtige partijen en aan een totaal verkeerde opvatting over het begrip "compacte stad" (en waarom bij nieuwe projecten als Spoorzone en Harnaschpolder dan wel veel ruimte voor groen en water?), heeft goedgekeurd. Veel leden van de gemeenteraad, jarenlang een volgzaam gezelschap, hebben zich dan ook tegen dit bestemmingsplan gekeerd. Het bestemmingsplan had het bovendien zeker niet gehaald als sommige collegepartijen niet zo enorm gehecht waren aan hun status van collegepartij.

2. Het bestemmingsplan doet geen poging tot analyse en ontbeert daardoor een behoorlijke "ruimtelijke onderbouwing"

Omdat de toelichting op het bestemmingsplan geen analyses bevat van de intensiveringen die in naastliggende gebieden plaatsvinden of zullen plaatsvinden, lijkt het wel of alles wat op het TU-noord gebied en zijn bewoners zal afkomen als gevolg van die ontwikkelingen, de gemeente niet interesseert. Twee grote hogescholen op de zuidwestelijke punt van het plangebied met nog eens 275 studentenwoningen (object 5), een nieuwe Pijnackerse stadswijk aan de oostkant (Emerald, (3), een verdere intensivering aan de noordoostkant van wat voor het gebied al een zware belasting betekende, nl. Delftse Poort-Zuid (2), het monsterlijke en de van elk groen gestripte Zuidpoort aan de noordkant (1), het woon- en werkgebied op het TNO-terrein (5) en, iets verder weg maar met grote invloed, Technopolis (6). Zie figuur 1.

Het stadsbestuur had als gevolg van die ontwikkelingen allereerst op zoek moeten gaan naar mogelijkheden om de gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit van de bewoners van dit alles het hoofd te bieden, maar nee, in de onderhandelingen met partijen als de TUD en diverse projectontwikkelaars hebben bestuurders en projectleiding zich laten opjagen en heeft de kwaliteit van het gebied en de bewonersbelangen gewoon vergeten. De inspraakreacties van de vastgoedpartijen laten de ongeduldige begerigheid van deze partijen en de bedeesde nederigheid van de gemeentelijke onderhandelaars dan ook onverbloemd zien.

Behalve bovengenoemde tekortkomingen is ook de relatie die wordt gelegd met gemeentelijke visiedocumenten en beleid van hogere overheden uiterst karig beschreven - alleen maar voor de vorm, zo lijkt het - of zelfs afwezig, zoals bij het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing.

De Ontwikkelingsvisie Delft 2025 wordt weliswaar met een kaartje in de toelichting op het bestemmingsplan bedeeld, maar de vertakking in de tekst is afwezig. Wijselijk wordt ook het woonkaartje uit die Ontwikkelingsvisie niet getoond waaruit duidelijk is af te lezen dat de bouwplannen aan de Maerten Trompstraat niet bij de visie passen.

 

Figuur 1. Grote intensiveringsprojecten aan de randen van het bestemmingsplangebied.

Dat bouwplan is sowieso een heel bijzonder geval, omdat het Ontwikkelingsplan op touw is gezet om middelen voor de verbouwing van het onderwijsgebouw te genereren. Om de schijn van "plan" op te houden strooit men met termen als "stedebouwkundige afronding" en "kwaliteitsimpuls", maar het effect - vernietiging van waardevolle stedelijke natuur en de groene omgeving van de huidige bewoners - is volstrekt strijdig met het streven naar meer grondgebonden woningen in een groene omgeving.

De ruimtelijke ordening is in Delft aldus verworden tot ruimtelijke willekeur en afwezigheid van planmatigheid, waarbij enerzijds het dociel reageren op initiatieven van investeerders de lijn bepaalt, en anderzijds de vergaring van middelen uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (met 130 miljoen Euro in 10 jaar) tot een kunst verheven is. Middelen die in de uiterst beknopte financiële paragraaf niet eens genoemd worden, omdat men voor zoveel platvloersheid niet wil uitkomen blijkbaar.

De belangen van de huidige bewoners van Delft worden genadeloos aan aan deze verborgen agenda's opgeofferd, en overigens ook het belang van een wetenschappelijk onderbouwde stadsplanning, inclusief de ecologische structuren. In een stad waar stedebouwkundigen op wetenschappelijke basis worden opgeleid, is dat extra pijnlijk.

3. Het gemeentebestuur mist visie op de stad

Hoewel er in de toelichtingen op de bestemmingsplannen steeds een hoofdstukje voorkomt met de titel "gebiedsvisie", spat het gebrek aan visie er werkelijk vanaf. Men rommelt maar wat, met als gevolg dat de verdediging van bijvoorbeeld de verdichting / inbreidingen / intensiveringen bij de talrijke bestemmingsplannen van de laatste jaten steeds weer een andere is. In de ene nota van beantwoording beroept men zich op de binnenstedelijke bouwopgaven die door rijk en provincie zouden zijn opgelegd, in een andere beantwoordingsnota wordt het gezond houden (sic) van de woningmarkt te hulp geroepen, in de gebiedsvisie Voorhof-Zuidwest luidt het zelfs dat Delft met 95000 inwoners onmogelijk en met 102000 inwoners beslist wél een vitale stad kan zijn - dat is nog eens visie. In het geval TU-noord betrekt de gemeente plotseling de positie dat het allemaal eigen Delfts beleid is en dat de gemeente Delft geen kritiekloos volger van ruimtelijk provinciaal- of regionaal beleid is. Helaas, het kan niet allemaal tegelijk waar zijn. Een voordeel is dat wij ons de moeite kunnen besparen zorgvuldig de talloze tegenstrijdigheden te ontleden die de Delftse bouwerij met regionaal en bovenregionaal beleid vertoont, want als wij dat eenmaal gedaan hebben zegt men gewoon dat de Delftse bestuurders zo hun eigen versie hebben van ruimtelijke ordening.

In de bijlage geven we een overzicht van deze voor de Delftse bestuurders zo oninteressante beleidsstukken.

4. Maat voor stedelijk groen in TU-noord

Met het streefcijfer uit de nota Ruimte voor stedelijk groen heeft de gemeente het al evenmin gemakkelijk. Dat cijfer is 75 m2 per huishouden en geldt voor het bebouwde gebied. Bij het bestemmingsplan Voorhof-Zuidwest beweert het gemeentebestuur geërgerd dat het geen eis is dat men er zich dus absoluut niet aan hoeft te houden, sterker nog, het kan gerust wat minder.

Men moet er dus niet van opkijken dat in Delft het stedelijk groen verder verdwijnt, ook waar men (veel) meer dure en middeldure grondgebonden woningen in het woningaanbod wil doen en het bejubelen van de "groene setting" van TU-noord leidt tot … het slopen van de groene setting. Zie figuur 2. Het zou misschien toch niet zo kwaad zijn dat het gemeentebestuur eens kennisneemt van de inhoud van de nota Ruimte en op p. 36 en 37 ook de juiste betekenis leert ontdekken van het jargonwoord "kwaliteitsimpuls". In Delft is dat gaan betekenen "bouwen waar het nu nog groen is", in de nota Ruimte betekent het een versterking van het resterende groen als compensatie voor geleden groenverliezen.

 

Figuur 2. Verlies aan wijkgroen. (1) Bouwen in en bij de Botanische Tuin, (2) 7 woningen ten koste van natuurrijk wijkgroen Maerten Trompstraat (3) Bouw van villa's ten koste van intensief gebruikt trapveldje en waardevol groen, (4) onnodige sloop van laanbeplanting "ten behoeve van" herontikkeling hoofdgebouw TUDelft, (5) bouw van twee urban villa's IN de ecologische hoofdstructuur van Delft.

Wij hebben er vanzelfsprekend begrip voor dat in een bestaande wijk niet gemakkelijk of zelfs onmogelijk aan het streefcijfer kan worden voldaan, maar men zal toch moeten toegeven dat een groot stadsdeel van Delft waar nog geen 15% (!) van dit streefcijfer wordt gehaald (zie hier voor de website van het Milieu & Natuurcompendium, thema groen in en om de stad, http://mapserver.mnp.nl/website/gios/gios/viewer.htm?service=mc_gios_gis), men een flinke inspanning behoort te doen om bij een bevolkingstoename met ca 2000 huishoudens (toename orde van grootte 50%) om deze magere score op zijn minst te handhaven en dat gelet op het gewenste aanbod aan woonmilieus er een aanzienlijke toevoeging moet plaatsvinden. De enorme revenuen die al deze nieuwe stedelijke bewoning in het gemeetelaadje brengen via de ISV-subsidies bieden de financiële ruimte om de vlakdekkende groengebieden te behouden. Men kan die middelen bovendien nog aanvullen met gelden uit de ecologiereserve, waarin de firma Ikea 2 miljoen Euro heeft moeten storten. We dienen ons daarbij te realiseren dat het groen van TU-noord voor een groot deel in het bezit was van onderwijsinstellingen, maar niet van de gemeente; nu die instellingen er voor veel geld vanaf willen, kan de gemeente met relatief bescheiden middelen de bestemming groen laten en wat groen is groen houden. De toeneming van het stedelijke groen in het gebied zal wat duurder uitpakken, maar is onontkoombaar.

Het zoeken naar combinaties met oppervlaktewater kan o.i. tot mooie oplossingen leiden. In dit grote bestemmingsplangebied bevindt zich alleen aan de zuidrand enig, maar veel te weinig oppervlaktewater. Het enorme bergingstekort wordt gecompenseerd door het bestemmingsplangebied TU-midden, dat daardoor een bergingstekort oploopt van liefst 58 m3 per ha, ofwel bijna 20% van de door gemeente en waterschap in het waterplan Delft vastgelegde 325 m3/ha. Ook dat is een onbevredigende uitkomst van dit bestemmingsplan.

5. De gemeente misbruikt zijn eigen beleidsnota's

De inkt van de Delftse nota's over bomenbeleid en ecologie was in 2004 nauwelijks opgedroogd of de kapplannen en het opruimen van struweel duikelden nog sneller dan voorheen over elkaar heen, tot ongeveer het 15-voudige van wat het voorheen was. Hier zat duidelijk wél een plan achter.

De ecologische accenten in het groenbeheer, toch al niet bijster opvallend aanwezig in Delft ondanks veel groene retoriek, lijken wel melaats te zijn verklaard. TU-noord heeft niet op het vaststellen van het bestemmingsplan hoeven wachten om te zien wat met het groen in de wijk kan gebeuren. De rijke natuur in de Maerten Trompstraat was, zo heette het in de kapvergunning, het beschermen niet waard want het behoorde niet tot de ecologische hoofdstructuur, maar wie daaruit de conclusie denkt te kunnen trekken dat groen dat wél tot de ecologische hoofdstructuur behoort daarmee dan tenminste nog beschermd is, komt zeer bedrogen uit (object 5 van figuur 2).

6. Kennisstad?

De gemeente Delft doet er goed aan de inzichten over verdichting, luchtkwaliteit, recht op stedelijk groen, bevolkingskrimp uit recente wetenschappelijke publicaties van o.a. de Raad voor het Landelijk Gebied en het Ruimtelijk Planbureau ("Krimp en Ruimte, bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid", november 2006) in de stadsontwikkeling te laten doorwerken. Het ruimtelijk beleid in m.n. de zuidvleugel van de Randstad heeft economisch en landschappelijk al dermate kwalijke gevolgen gehad dat er een migratiestroom vanuit Zuid-Holland naar andere provincies plaatsvindt. Het bestuur van een kennisstad past het niet om blind voort te gaan op de uitzichtloze weg van de verdichtingsplannen; het wordt tijd open te gaan staan voor nieuwe feiten en wetenschappelijke inzichten. We citeren uit het RPB-rapport Krimp en Ruimte, bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid (RPB, november 2006) "Maar krimp biedt ook mogelijkheden om de kwaliteit juist te verbeteren, bijvoorbeeld door herinrichting en ruimtelijke ordening. Ook de middelen daarvoor zijn beschikbaar; het inkomen per hoofd neemt immers in alle scenario's toe. Bij krimp kan de welvaart toenemen, doordat de druk op collectieve goederen als milieu, veiligheid en landschap, afneemt."

Niet onvermeld mag blijven dat in het tweejaarlijkse milieubelevingsonderzoek van de provincie de inwoners van Delft en Rijnmond in 2005/06 het meeste last hebben gehad van industriestank en geluidsoverlast. Dat Delft langs de A4 en de A13 ligt, onder de rook van Rijnmond en Maasvlakte (dat na de uitbreiding nog veel meer fin stof de Delftse kant uit zal doen waaien) is de gemeente Delft niet aan te rekenen, dat zij er geen conclusies aan verbinden natuurlijk wel! Zie ook figuur 3, volgende bladzijde.

Slot

Naar onze mening dient het ontwerpbestemmingplan TU-noord van de gemeente Delft categorisch te worden afgewezen. De gemeente is volstrekt in gebreke gebleven ook maar enige serieuze onderbouwing aan het "plan" te geven. Dat maakt het document tot een loos document, dat in de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied absoluut geen rol mag spelen.

Het heeft er zelfs alle schijn van dat al in de fase van het Masterplan TU-noord met de investeerders en begunstigden van dit bestemmingsplan zodanige afspraken zijn gemaakt, dat voor heroverwegingen in de voorontwerp- en ontwerpfasen van het bestemmingsplan geen ruimte meer was. Bij de discussie in de gemeenteraad was immers veelvuldig sprake van "gewekte verwachtingen" die niet mochten worden beschaamd. Het gemeentebestuur doelde hierbij bepaald niet op de gewekte verwachtingen bij de bewoners van het gebied, en al evenmin op de afspraken over het versterken van de stedelijke natuur, want beide zijn in het plan het kind van de rekening. Want van een smaakvol, gevarieerd overgangsgebied tussen TU-wijk en oude stad verwordt het tot een versteend (ontgroend zo u wilt) doorgangsgebied. Volstrekt onnodig, volstrekt onaanvaardbaar.

straat

(in rood de straten die tot het TU-noordgebied horen)

stikstofdioxide (NO2) in µg/m3

zwevende deeltjes (fijn stof; PM10) in µg/m3

Jaargemiddelde

Jaargemiddelde achtergrondconcentratie

Jaargemiddelde

Jaargemiddelde achtergrondconcentratie

Bonairestraat

41

34

30

28

Buitenhofdreef noord

41

33

31

28

Buitenhofdreef zuid

35

32

29

28

Delfgauwseweg oost

49

32

33

28

Delfgauwseweg west

52

32

34

28

Derde Werelddreef

36

31

30

28

Julianalaan

51

33

35

28

Krakeelpolderweg

40

33

31

28

Kruithuisweg

43

31

32

28

Kvar Savaweg

46

34

30

29

Maria Duystlaan

42

33

31

28

Michiel de Ruyterweg

42

33

31

28

Mijnbouwplein

46

33

32

28

Mijnbouwstraat

40

32

31

28

Nassaulaan oost

39

32

30

28

Nassaulaan west

43

33

32

28

Oostplein

47

33

33

28

Oostpoortweg

48

33

34

28

Oostsingel

49

33

34

28

Papsouwselaan

39

33

30

28

Phoenixstraat

44

34

32

28

Provincialeweg skatebaan

45

33

32

28

Reinier de Graafweg

42

33

31

28

Ruys de Beerenbrouckstraat oost

44

34

32

28

Ruys de Beerenbrouckstraat west

43

34

32

28

Schoemakerstraat

39

32

30

28

Stalpaert v/d Wieleweg

43

33

32

28

Van Miereveltlaan

40

34

30

28

Voorhofdreef

38

32

30

28

Vrijenbanselaan

50

34

34

28

Wateringsevest

43

34

31

28

Westlandseweg oost

41

33

31

28

Westlandseweg west

41

33

31

28

Westvest

55

33

36

28

Zambezielaan

36

31

30

28

Zuidwal

47

33

33

28

Gemiddelde van gemeten punten

43

33

32

28

Wettelijke grenswaarde in 2010

40

40

Voorlopige grenswaarde in 2005

50

40

bron: Gemeente Delft, Milieu

* achtergrondconcentraties worden mede bepaald door de aanwezigheid van het industriegebied Rijnmond

Figuur 3. Luchtkwaliteit in Delft. Statistisch Jaarboek 2006. (11.5 Luchtkwaliteit in concentraties stikstofdioxide en zwevendedeeltjes (fijn stof) per straat in 2005).

De gemeente Delft diskwalificeert zich als kennisstad door een dergelijk gebrek aan planmatigheid als "bestemmingsplan" te durven presenteren. Er is alle reden voor de provincie om te besluiten dat het zo wel genoeg is geweest en het misbruik van de "verklaringen van geen bezwaar" een halt toe te roepen.

Het lijkt wel of in Delft alles moet wijken voor bouwplannen, ook datgene wat mooi en waardevol is, en dus ook dat wat woonwijken mooi en waardevol maakt. Delft werkt niet aan zijn toekomst op deze manier, Delft werkt met dit bestemmingsplan aan zijn afgang.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent.

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

L.C. van Doorn

 


Bijlage

In dit overzicht van beleidsdocumenten zetten wij de relevante punten op een rij.

Ontwikkelingsvisie Delft 2025

Deze visie op de ontwikkeling van Delft, tot stand gekomen na brede raadplegingen tussen 1993 en 1997, is een notitie in telegramstijl met kaartbeelden over de Delftse stadsontwikkeling tot 2025. Het verscheen pas eind 1998 in druk, met daarbij het voornemen om de visie binnen drie jaar verder uit te werken en te verdiepen. Dat is niet gebeurd; wel zijn er met het doel middelen uit het VROM-investeringsprogramma Stedelijke Vernieuwing (ISV) te verkrijgen, Delftse Ontwikkelingsprogramma's (DOP) uit voortgekomen. We lichten enkele punten uit deze ontwikkelingsvisie:

p. 08: "Anderzijds zullen niet Delftenaren al in toenemende mate gebruik maken van Delftse voorzieningen".

[Commentaar: Dit wordt vanuit een gemeentelijke boekhoudersvisie als een negatief punt gezien, maar ons ontgaat het wat het onaantrekkelijke ervan is. Detailhandel en horeca zullen er juist blij mee zijn, en in het algemeen geldt dat aantrekkelijke steden - het woord zegt het al - publiek van elders lokken. In het DOP 2005-2009 wordt dit ook erkend.]

p. 08: "De VINEX-afspraken over een binnenstedelijke bouwstroom heeft Delft al vervuld".

[Commentaar: !!!]

p. 09: (bij de sterke punten van Delft in de regio): "Groene omgeving".

[Wij tekenen bij dit 'sterke' punt aan dat het gebrek aan groene omgeving buiten de bebouwde kom juist een grote zwakte is van Delft. Vergeleken met alle steden van Nederland van soortgelijke omvang is de omgeving van Delft bijzonder onaantrekkelijk, en in de periode 1998 - 2007 nog dramatisch verslechterd. Aan de noord- en zuidkant beperken de agglomeraties van Den Haag en Rotterdam, die bij Pijnacker-Zuid zelfs al tegen elkaar aan gegroeid zijn, de groene buitenruimte, Naar het westen overheerst een massief glastuinbouwgebied, een van de meest toxische gebieden van de wereld, en in het oosten is er een met glas verrommeld gebied ontstaan met nog slechts een groen residu van 2000 ha. Deze zeer benauwende omstandigheden maken ook dat het nog compacter maken van een stad die in 1998 al beoordeeld werd als compact, tot een heilloze onderneming.]

p. 11 (bij sterke punten van Delft op zich): "ruimte voor verdichting in de TU-wijk."

[Commentaar: De kaartbeelden in het visiedocument sluiten de ruimte aan de Maerten Trompstraat nadrukkelijk uit, het gaat hier om terreinen van de Technische Universiteit.]

p. 14 (wonen in kennisstad): "Delft moet een aantrekkelijk woonmlieu bieden, zowel in de directe omtrek van het eigen huis als in de verdere omgeving." ( … ) Bij Uitwerking: "Als gevolg van de Vinex zal het inwonertal de komende jaren dalen van 94.500 naar 89.000 rond 2003" (… ) Bij Acties: "Herstructurering van wijken in samenwerking met corporaties; omzetting van minder gewilde gestapelde (huur)woonvormen naar meer marktconforme woonvormen, stadsvernieuwingsprojecten, differentiatie en upgrading woningaanbod, verdunning huidige dichtheid en renovatie openbare ruimte: 1. Wippolder 2. Kuiperwijk 3. Popahof, 4. Gillis 5. Delfgauwse Wije.

[Commentaar: Zo aan de tekst op p. 14 van de Ontwikkelingsvisie 2025 al conclusies over het bouwen aan de Maerten Trompstraat te ontlenen zijn, dan toch vooral negatieve. Met de bevolkingsprognose sloeg men overigens de plank daverend mis. De Delftse bevolking bleef tot 2000 groeien tot 97.000, en daalde in 2003 tot 96.000 (dus nog altijd flink meer dan in 1997) en tot 95.000 in 2006.]

Delfts Ontwikkelingsprogramma 2010-2015 (voor ISV-2, 2005-2009):

In § 3.2 over de sterke en zwakke punten: "Tenslotte kent Delft in het algemeen weinig ruim opgezette groenstedelijke wijken en woningen." En: "Delft kent hier en daar enkele tekortkomingen met betrekking tot de omgevingskwaliteit."

In § 3.3 over de kansen en bedreigingen wordt als fysieke kans aangedragen: "De stad Delft is compact". En bij de bedreigingen wordt vastgesteld: "Verder kan ook een te grote verdichting van bepaalde delen van de stad een bedreiging vormen voor de leefbaarheid in het algemeen." Kennelijk is het het gemeentebestuur ontgaan dat deze bedreiging een verband heeft met een zg. kennis-economische bedreiging die in dezelfde § wordt genoemd, nl. de beperkte huisvestingsmogelijkheden van hoger personeel.

In het hoofdstuk Delft in 2015, een schets van de resultaten die men met dit beleid zegt te willen behalen, wordt de niet onevenwichtige benadering van het ontwikkelingsprogramma doorgetrokken. "Daarnaast is verdichting en intensief ruimtegebruik gerealiseerd en heeft waar mogelijk verdunning plaatsgevonden, bijvoorbeeld bij herstructurering om groen en water in de wijk te brengen." En in het hoofdstuk met de programmatische uitwerking (§ over differentiatie woonmilieus, wordt "voldoende aanbod van woningen in een groen tuinstedelijk milieu" wordt bepleit. Het noordelijk TU-gebied tenslotte wordt in § 5.7 geprezen "gezien de kwaliteiten van het gebied - monumentale gebouwing in een parkachtige setting", een waardering die door het bestemmingsplan TU-noord op geen enkele wijze wordt beschermd en ondersteund.

Delfts Ontwikkelingsprogramma 2000-2004

Het eerste DOP is iets anders van toon dan het tweede, omdat het gebrek aan ruimte - ruimte voor nieuwe bouwlokaties wordt hier onveranderlijk mee bedoeld - goed is voor een flinke klaagzang. Delft wordt daardoor afhankelijk van omliggende gemeenten (stel je voor!) en er dreigt een drastische bevolkingsafname en navenante vermindering van draagvlak voor voorzieningen. Toch wordt er - terecht - bij het perspectief voor 2010 op gerekend dat het compacte Delft zich "op een goede manier verankerd heeft in het (boven)regionale netwerk, in het bijzonder de VINEX-locaties, die vooral qua voorzieningen en in iets mindere mate qua werkgelegenheid ook geöriënteerd zijn op Delft." Door de minimale aandacht voor ecologie en omgevingskwaliteit in deze versie sluit deze DOP nauwelijks aan op de Ontwikkelingsvisie Delft 2025. Bij het gebiedsgerichte programma is er ruim een pagina gewijd aan het TU-gebied, maar ook hier uitsluitend doelend op het (voormalig) terrein van de universiteit (TU Noord, TU Midden en Technopolis).

Ondanks dat er in de jaren 2000-2009 een 130 miljoen Euro voor Delft wordt uitgetrokken en Ontwikkelingsvisie en Ontwikkelingsprogramma's bij het verwerven daarvan een centrale rol spelen, leiden al deze ruimtelijke beleidsnota's een verborgen bestaan. Ze worden niet gebruikt bij de onderbouwing van ontwikkelingsplannen, bestemmingsplannen, gebiedsvisies en andere ruimtelijke plannen van de gemeente Delft. Door deze centrale beleidskaders niet als vertrekpunt te nemen, heeft het Delftse ruimtelijk beleid een volstrekt opportunistisch karakter gekregen en geeft het gemeentebestuur de Delftse burgers de indruk met verborgen agenda's te werken.

Ecologieplan 2004-2015

[samenvatting in diverse bestemmingsplantoelichtingen] "Het ecologieplan Delft richt zich op het realiseren van een duurzame blauwgroene structuur in de gemeente Delft. Het schetst de ecologische structuur, die als breder kader dient voor toekomstig beleid en projecten.

De hoofddoelstellingen in het Ecologieplan zijn

  • het realiseren en uitbouwen van een kwalitatief hoogwaardige ecologische structuur;
  • het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen natuur en bebouwing, rekening houdend met bereikbaarheid en natuurlijke kwaliteit van gebieden.

Deze hoofddoelstellingen zijn vanuit een integrale visie op een natuurlijke en leefbare stad in het Ecologieplan nader uitgewerkt. Het plan dient tevens als instrument om korte en middellange termijn ambities te realiseren. In het plan wordt ingegaan op kansen zoals o.a. het verbeteren van de sociale omgeving, van de fysieke omgeving en van de economische omgeving. Tevens wordt ingegaan op uitdagingen als het verminderen van de stedelijke druk, het opheffen van barrières, het verbeteren van dimensies van bermen, oevers en watergangen, en het verbeteren van de water- en ecologische kwaliteit."

[Commentaar] Helaas is dit ecologieplan tot dusver door de gemeentelijke organisatie slechts geïnterpreteerd als een vrijbrief voor natuurafbraak. De bomenkap aan de Maerten Trompstraat is in de verleende kapvergunning verdedigd met het argument dat de bomen (en struwelen niet te vergeten) niet behoorden tot de ecologische hoofdstructuur. (Wij hebben overigens tegen deze verleende kapvergunning geen beroep aangetekend omdat wij ervan overtuigd zijn dat het bouwplan geen hout snijdt.) Het groen ín de ecologische hoofdstructuur is al evenmin veilig, zoals nu is te zien aan het Zuidplantsoen en zoals ook is op te maken uit de teksten van de Gebiedsvisie Voorhof Zuid-West. De werkelijke bedoeling van het ecologieplan kan men in het partijkrantje van de bewuste wethouder (feb. 2006) lezen: "de nota over de Ecologische hoofdstructuur (wordt) bepaald welk groen belangrijk is voor de ecologie in de stad en welk groen niet. Indirect bepaalt dit dus op welke open plekken nog bouwmogelijkheden zijn." De notie van een evenwichtige verhouding tussen natuur en bebouwing leefde dus niet erg bij het toenmalige gemeentebestuur, en dat is intussen niet veranderd. Aan het ecologieplan wordt in tegenstelling tot Ontwikkelingsvisie en DOP's wordt overigens wel in ruimtelijke plannen gerefereerd, maar dan steeds op een manier die aan het ecologieplan zelf vreemd is. Even vreemd als het bouwen van winterverblijven voor vleermuizen waar de fourageergebieden (bomen, struelen) in hoog tempo worden gesloopt.

Beleidskader ISV (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (VROM))

Onder 9 Omgevingskwaliteit: "Het rijk verwacht van de gemeenten speciale maatregelen om te komen tot meer en betere groenvoorzieningen in de dagelijkse leefomgeving en in de stad als geheel. Voor grotere groenprojecten in de stad maakt het rijk aparte afspraken met de betrokken gemeenten. In de ontwikkelingsprogramma's geven de gemeenten aan hoe deze projecten samenhangen met het groen buiten de stad en hoe ze worden beheerd en ingericht. Ook gaan de gemeenten in op de ecologische waarde van de groenprojecten en de mogelijkheden voor recreatie."

En onder 11 Zorgvuldig ruimtegebruik: "De gemeente geeft in het ontwikkelingsprogramma aan welke (woon)gebieden kunnen worden verdund en welke verdicht. Verdichting is vooral gewenst rond stedelijke vervoersknooppunten."

VROM neemt het stedelijk groen in het kader van de stedelijke vernieuwing zeer serieus. De tekst van het beleidskader ISV (1999) wees daar al op, maar bijvoorbeeld ook met de nieuwe brochure "Met groen meer stad, nieuwe impulsen voor stedelijk groen" en een aanstaand initiatief van de ministeries van LNV en VROM samen (juni 2007) moet de pogingen van het Rijk ondersteunen om de onbedoelde ontwikkelingen bij gemeenten te corrigeren.