stichting Commissie Natuur
en Milieu Delft
secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail
lc.doorn@hccnet.nl
Delft, 30 juni
2007
Betreft: Bedenkingen
bestemmingsplan TU-noord
Gedeputeerde Staten
van Zuid-Holland
postbus 90602
2509 LP Den Haag
Geacht college,
Bij het bestuderen van de
reactie van de gemeente Delft op de commentaren die van
diverse kanten op het ontwerp bestemmingsplan TU-noord zijn
geleverd, wordt opnieuw duidelijk dat de gemeente met de
aanpak van zijn bestemmingsplannen, en wel heel in het
bijzonder bij het bestemmingsplan TU-noord, op de verkeerde
weg zit. Men maakt van een aanvankelijk als "conserverend"
gekwalificeerd bestemmingsplan een waagstuk van
transformatie en intensivering waarbij "even" niet is gelet
op de kwaliteit van de leefomgeving van de huidige bewoners,
daaronder begrepen plant en dier.
We werken deze kritiek in
een reeks hoofdpunten uit.
1. De gemeente maakt
plannen die strijdig zijn met eigen
uitgangspunten
Het verband tussen de lijnen
die het gemeentebestuur uitzet en wat via
verkiezingsprogramma's in bijvoorbeeld het coalitieaccoord
terecht is gekomen, is volkomen zoek. In die documenten
vindt men zeker geen openlijke teksten dat Delft 100.000
inwoners nodig heeft om vitaal te zijn (daarmee de huidige
stad diskwalificerend) of dat verdichting ten koste zou
mogen gaan van groen en natuur, of dat Bomennota en
Ecologienota maar het best gebruikt kunnen worden om het
groen zo veel mogelijk de stad uit te persen. Integendeel.
In het coalitieaccoord van het zittende gemeentebestuur
staat dat "intensief gebruik van grond juist nodig is om
ruimte te maken voor groen".
Het is daarom moeilijk te
geloven dat de Delftse gemeenteraad het ontwerp
bestemmingsplan TU-noord, waarin zoveel woon- en
natuurkwaliteit wordt opgeofferd aan platte belangen van
machtige partijen en aan een totaal verkeerde opvatting over
het begrip "compacte stad" (en waarom bij nieuwe projecten
als Spoorzone en Harnaschpolder dan wel veel ruimte voor
groen en water?), heeft goedgekeurd. Veel leden van de
gemeenteraad, jarenlang een volgzaam gezelschap, hebben zich
dan ook tegen dit bestemmingsplan gekeerd. Het
bestemmingsplan had het bovendien zeker niet gehaald als
sommige collegepartijen niet zo enorm gehecht waren aan hun
status van collegepartij.
2. Het bestemmingsplan doet
geen poging tot analyse en ontbeert daardoor een behoorlijke
"ruimtelijke onderbouwing"
Omdat de toelichting op het
bestemmingsplan geen analyses bevat van de intensiveringen
die in naastliggende gebieden plaatsvinden of zullen
plaatsvinden, lijkt het wel of alles wat op het TU-noord
gebied en zijn bewoners zal afkomen als gevolg van die
ontwikkelingen, de gemeente niet interesseert. Twee grote
hogescholen op de zuidwestelijke punt van het plangebied met
nog eens 275 studentenwoningen (object 5), een nieuwe
Pijnackerse stadswijk aan de oostkant (Emerald, (3), een
verdere intensivering aan de noordoostkant van wat voor het
gebied al een zware belasting betekende, nl. Delftse
Poort-Zuid (2), het monsterlijke en de van elk groen
gestripte Zuidpoort aan de noordkant (1), het woon- en
werkgebied op het TNO-terrein (5) en, iets verder weg maar
met grote invloed, Technopolis (6). Zie figuur 1.
Het stadsbestuur had als
gevolg van die ontwikkelingen allereerst op zoek moeten gaan
naar mogelijkheden om de gevolgen voor de
leefomgevingskwaliteit van de bewoners van dit alles het
hoofd te bieden, maar nee, in de onderhandelingen met
partijen als de TUD en diverse projectontwikkelaars hebben
bestuurders en projectleiding zich laten opjagen en heeft de
kwaliteit van het gebied en de bewonersbelangen gewoon
vergeten. De inspraakreacties van de vastgoedpartijen laten
de ongeduldige begerigheid van deze partijen en de bedeesde
nederigheid van de gemeentelijke onderhandelaars dan ook
onverbloemd zien.
Behalve bovengenoemde
tekortkomingen is ook de relatie die wordt gelegd met
gemeentelijke visiedocumenten en beleid van hogere overheden
uiterst karig beschreven - alleen maar voor de vorm, zo
lijkt het - of zelfs afwezig, zoals bij het
Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing.
De Ontwikkelingsvisie Delft
2025 wordt weliswaar met een kaartje in de toelichting op
het bestemmingsplan bedeeld, maar de vertakking in de tekst
is afwezig. Wijselijk wordt ook het woonkaartje uit die
Ontwikkelingsvisie niet getoond waaruit duidelijk is af te
lezen dat de bouwplannen aan de Maerten Trompstraat niet bij
de visie passen.
Figuur 1. Grote
intensiveringsprojecten aan de randen van het
bestemmingsplangebied.
Dat bouwplan is sowieso een
heel bijzonder geval, omdat het Ontwikkelingsplan op touw is
gezet om middelen voor de verbouwing van het onderwijsgebouw
te genereren. Om de schijn van "plan" op te houden strooit
men met termen als "stedebouwkundige afronding" en
"kwaliteitsimpuls", maar het effect - vernietiging van
waardevolle stedelijke natuur en de groene omgeving van de
huidige bewoners - is volstrekt strijdig met het streven
naar meer grondgebonden woningen in een groene omgeving.
De ruimtelijke ordening is
in Delft aldus verworden tot ruimtelijke willekeur en
afwezigheid van planmatigheid, waarbij enerzijds het dociel
reageren op initiatieven van investeerders de lijn bepaalt,
en anderzijds de vergaring van middelen uit het
Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (met 130 miljoen
Euro in 10 jaar) tot een kunst verheven is. Middelen die in
de uiterst beknopte financiële paragraaf niet eens
genoemd worden, omdat men voor zoveel platvloersheid niet
wil uitkomen blijkbaar.
De belangen van de huidige
bewoners van Delft worden genadeloos aan aan deze verborgen
agenda's opgeofferd, en overigens ook het belang van een
wetenschappelijk onderbouwde stadsplanning, inclusief de
ecologische structuren. In een stad waar stedebouwkundigen
op wetenschappelijke basis worden opgeleid, is dat extra
pijnlijk.
3. Het gemeentebestuur mist
visie op de stad
Hoewel er in de
toelichtingen op de bestemmingsplannen steeds een
hoofdstukje voorkomt met de titel "gebiedsvisie", spat het
gebrek aan visie er werkelijk vanaf. Men rommelt maar wat,
met als gevolg dat de verdediging van bijvoorbeeld de
verdichting / inbreidingen / intensiveringen bij de talrijke
bestemmingsplannen van de laatste jaten steeds weer een
andere is. In de ene nota van beantwoording beroept men zich
op de binnenstedelijke bouwopgaven die door rijk en
provincie zouden zijn opgelegd, in een andere
beantwoordingsnota wordt het gezond houden (sic) van de
woningmarkt te hulp geroepen, in de gebiedsvisie
Voorhof-Zuidwest luidt het zelfs dat Delft met 95000
inwoners onmogelijk en met 102000 inwoners beslist
wél een vitale stad kan zijn - dat is nog eens visie.
In het geval TU-noord betrekt de gemeente plotseling de
positie dat het allemaal eigen Delfts beleid is en dat de
gemeente Delft geen kritiekloos volger van ruimtelijk
provinciaal- of regionaal beleid is. Helaas, het kan niet
allemaal tegelijk waar zijn. Een voordeel is dat wij ons de
moeite kunnen besparen zorgvuldig de talloze
tegenstrijdigheden te ontleden die de Delftse bouwerij met
regionaal en bovenregionaal beleid vertoont, want als wij
dat eenmaal gedaan hebben zegt men gewoon dat de Delftse
bestuurders zo hun eigen versie hebben van ruimtelijke
ordening.
In de bijlage geven we een
overzicht van deze voor de Delftse bestuurders zo
oninteressante beleidsstukken.
4. Maat voor stedelijk
groen in TU-noord
Met het streefcijfer uit de
nota Ruimte voor stedelijk groen heeft de gemeente het al
evenmin gemakkelijk. Dat cijfer is 75 m2 per huishouden en
geldt voor het bebouwde gebied. Bij het bestemmingsplan
Voorhof-Zuidwest beweert het gemeentebestuur geërgerd
dat het geen eis is dat men er zich dus absoluut niet aan
hoeft te houden, sterker nog, het kan gerust wat minder.
Men moet er dus niet van
opkijken dat in Delft het stedelijk groen verder verdwijnt,
ook waar men (veel) meer dure en middeldure grondgebonden
woningen in het woningaanbod wil doen en het bejubelen van
de "groene setting" van TU-noord leidt tot
het slopen
van de groene setting. Zie figuur 2. Het zou misschien toch
niet zo kwaad zijn dat het gemeentebestuur eens kennisneemt
van de inhoud van de nota Ruimte en op p. 36 en 37 ook de
juiste betekenis leert ontdekken van het jargonwoord
"kwaliteitsimpuls". In Delft is dat gaan betekenen "bouwen
waar het nu nog groen is", in de nota Ruimte betekent het
een versterking van het resterende groen als compensatie
voor geleden groenverliezen.
Figuur 2. Verlies aan
wijkgroen. (1) Bouwen in en bij de Botanische Tuin, (2) 7
woningen ten koste van natuurrijk wijkgroen Maerten
Trompstraat (3) Bouw van villa's ten koste van intensief
gebruikt trapveldje en waardevol groen, (4) onnodige sloop
van laanbeplanting "ten behoeve van" herontikkeling
hoofdgebouw TUDelft, (5) bouw van twee urban villa's IN de
ecologische hoofdstructuur van Delft.
Wij hebben er
vanzelfsprekend begrip voor dat in een bestaande wijk niet
gemakkelijk of zelfs onmogelijk aan het streefcijfer kan
worden voldaan, maar men zal toch moeten toegeven dat een
groot stadsdeel van Delft waar nog geen 15% (!) van dit
streefcijfer wordt gehaald (zie hier voor de website van het
Milieu & Natuurcompendium, thema groen in en om de stad,
http://mapserver.mnp.nl/website/gios/gios/viewer.htm?service=mc_gios_gis),
men een flinke inspanning behoort te doen om bij een
bevolkingstoename met ca 2000 huishoudens (toename orde van
grootte 50%) om deze magere score op zijn minst te handhaven
en dat gelet op het gewenste aanbod aan woonmilieus er een
aanzienlijke toevoeging moet plaatsvinden. De enorme
revenuen die al deze nieuwe stedelijke bewoning in het
gemeetelaadje brengen via de ISV-subsidies bieden de
financiële ruimte om de vlakdekkende groengebieden te
behouden. Men kan die middelen bovendien nog aanvullen met
gelden uit de ecologiereserve, waarin de firma Ikea 2
miljoen Euro heeft moeten storten. We dienen ons daarbij te
realiseren dat het groen van TU-noord voor een groot deel in
het bezit was van onderwijsinstellingen, maar niet van de
gemeente; nu die instellingen er voor veel geld vanaf
willen, kan de gemeente met relatief bescheiden middelen de
bestemming groen laten en wat groen is groen houden. De
toeneming van het stedelijke groen in het gebied zal wat
duurder uitpakken, maar is onontkoombaar.
Het zoeken naar combinaties
met oppervlaktewater kan o.i. tot mooie oplossingen leiden.
In dit grote bestemmingsplangebied bevindt zich alleen aan
de zuidrand enig, maar veel te weinig oppervlaktewater. Het
enorme bergingstekort wordt gecompenseerd door het
bestemmingsplangebied TU-midden, dat daardoor een
bergingstekort oploopt van liefst 58 m3 per ha, ofwel bijna
20% van de door gemeente en waterschap in het waterplan
Delft vastgelegde 325 m3/ha. Ook dat is een onbevredigende
uitkomst van dit bestemmingsplan.
5. De gemeente misbruikt
zijn eigen beleidsnota's
De inkt van de Delftse
nota's over bomenbeleid en ecologie was in 2004 nauwelijks
opgedroogd of de kapplannen en het opruimen van struweel
duikelden nog sneller dan voorheen over elkaar heen, tot
ongeveer het 15-voudige van wat het voorheen was. Hier zat
duidelijk wél een plan achter.
De ecologische accenten in
het groenbeheer, toch al niet bijster opvallend aanwezig in
Delft ondanks veel groene retoriek, lijken wel melaats te
zijn verklaard. TU-noord heeft niet op het vaststellen van
het bestemmingsplan hoeven wachten om te zien wat met het
groen in de wijk kan gebeuren. De rijke natuur in de Maerten
Trompstraat was, zo heette het in de kapvergunning, het
beschermen niet waard want het behoorde niet tot de
ecologische hoofdstructuur, maar wie daaruit de conclusie
denkt te kunnen trekken dat groen dat wél tot de
ecologische hoofdstructuur behoort daarmee dan tenminste nog
beschermd is, komt zeer bedrogen uit (object 5 van figuur
2).
6. Kennisstad?
De gemeente Delft doet er
goed aan de inzichten over verdichting, luchtkwaliteit,
recht op stedelijk groen, bevolkingskrimp uit recente
wetenschappelijke publicaties van o.a. de Raad voor het
Landelijk Gebied en het Ruimtelijk Planbureau ("Krimp en
Ruimte, bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid",
november 2006) in de stadsontwikkeling te laten doorwerken.
Het ruimtelijk beleid in m.n. de zuidvleugel van de Randstad
heeft economisch en landschappelijk al dermate kwalijke
gevolgen gehad dat er een migratiestroom vanuit Zuid-Holland
naar andere provincies plaatsvindt. Het bestuur van een
kennisstad past het niet om blind voort te gaan op de
uitzichtloze weg van de verdichtingsplannen; het wordt tijd
open te gaan staan voor nieuwe feiten en wetenschappelijke
inzichten. We citeren uit het RPB-rapport Krimp en Ruimte,
bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid (RPB,
november 2006) "Maar krimp biedt ook mogelijkheden om de
kwaliteit juist te verbeteren, bijvoorbeeld door
herinrichting en ruimtelijke ordening. Ook de middelen
daarvoor zijn beschikbaar; het inkomen per hoofd neemt
immers in alle scenario's toe. Bij krimp kan de welvaart
toenemen, doordat de druk op collectieve goederen als
milieu, veiligheid en landschap, afneemt."
Niet onvermeld mag blijven
dat in het tweejaarlijkse milieubelevingsonderzoek van de
provincie de inwoners van Delft en Rijnmond in 2005/06 het
meeste last hebben gehad van industriestank en
geluidsoverlast. Dat Delft langs de A4 en de A13 ligt, onder
de rook van Rijnmond en Maasvlakte (dat na de uitbreiding
nog veel meer fin stof de Delftse kant uit zal doen waaien)
is de gemeente Delft niet aan te rekenen, dat zij er geen
conclusies aan verbinden natuurlijk wel! Zie ook figuur 3,
volgende bladzijde.
Slot
Naar onze mening dient het
ontwerpbestemmingplan TU-noord van de gemeente Delft
categorisch te worden afgewezen. De gemeente is volstrekt in
gebreke gebleven ook maar enige serieuze onderbouwing aan
het "plan" te geven. Dat maakt het document tot een loos
document, dat in de ruimtelijke ontwikkeling van het
plangebied absoluut geen rol mag spelen.
Het heeft er zelfs alle
schijn van dat al in de fase van het Masterplan TU-noord met
de investeerders en begunstigden van dit bestemmingsplan
zodanige afspraken zijn gemaakt, dat voor heroverwegingen in
de voorontwerp- en ontwerpfasen van het bestemmingsplan geen
ruimte meer was. Bij de discussie in de gemeenteraad was
immers veelvuldig sprake van "gewekte verwachtingen" die
niet mochten worden beschaamd. Het gemeentebestuur doelde
hierbij bepaald niet op de gewekte verwachtingen bij de
bewoners van het gebied, en al evenmin op de afspraken over
het versterken van de stedelijke natuur, want beide zijn in
het plan het kind van de rekening. Want van een smaakvol,
gevarieerd overgangsgebied tussen TU-wijk en oude stad
verwordt het tot een versteend (ontgroend zo u wilt)
doorgangsgebied. Volstrekt onnodig, volstrekt
onaanvaardbaar.
|
straat
(in
rood de straten die tot het TU-noordgebied
horen)
|
stikstofdioxide
(NO2) in µg/m3
|
|
zwevende
deeltjes (fijn stof; PM10) in µg/m3
|
|
|
|
Jaargemiddelde
|
Jaargemiddelde
achtergrondconcentratie
|
Jaargemiddelde
|
Jaargemiddelde
achtergrondconcentratie
|
|
Bonairestraat
|
41
|
34
|
30
|
28
|
|
Buitenhofdreef
noord
|
41
|
33
|
31
|
28
|
|
Buitenhofdreef
zuid
|
35
|
32
|
29
|
28
|
|
Delfgauwseweg
oost
|
49
|
32
|
33
|
28
|
|
Delfgauwseweg
west
|
52
|
32
|
34
|
28
|
|
Derde
Werelddreef
|
36
|
31
|
30
|
28
|
|
Julianalaan
|
51
|
33
|
35
|
28
|
|
Krakeelpolderweg
|
40
|
33
|
31
|
28
|
|
Kruithuisweg
|
43
|
31
|
32
|
28
|
|
Kvar
Savaweg
|
46
|
34
|
30
|
29
|
|
Maria
Duystlaan
|
42
|
33
|
31
|
28
|
|
Michiel
de Ruyterweg
|
42
|
33
|
31
|
28
|
|
Mijnbouwplein
|
46
|
33
|
32
|
28
|
|
Mijnbouwstraat
|
40
|
32
|
31
|
28
|
|
Nassaulaan
oost
|
39
|
32
|
30
|
28
|
|
Nassaulaan
west
|
43
|
33
|
32
|
28
|
|
Oostplein
|
47
|
33
|
33
|
28
|
|
Oostpoortweg
|
48
|
33
|
34
|
28
|
|
Oostsingel
|
49
|
33
|
34
|
28
|
|
Papsouwselaan
|
39
|
33
|
30
|
28
|
|
Phoenixstraat
|
44
|
34
|
32
|
28
|
|
Provincialeweg
skatebaan
|
45
|
33
|
32
|
28
|
|
Reinier de
Graafweg
|
42
|
33
|
31
|
28
|
|
Ruys de
Beerenbrouckstraat oost
|
44
|
34
|
32
|
28
|
|
Ruys de
Beerenbrouckstraat west
|
43
|
34
|
32
|
28
|
|
Schoemakerstraat
|
39
|
32
|
30
|
28
|
|
Stalpaert v/d
Wieleweg
|
43
|
33
|
32
|
28
|
|
Van
Miereveltlaan
|
40
|
34
|
30
|
28
|
|
Voorhofdreef
|
38
|
32
|
30
|
28
|
|
Vrijenbanselaan
|
50
|
34
|
34
|
28
|
|
Wateringsevest
|
43
|
34
|
31
|
28
|
|
Westlandseweg
oost
|
41
|
33
|
31
|
28
|
|
Westlandseweg
west
|
41
|
33
|
31
|
28
|
|
Westvest
|
55
|
33
|
36
|
28
|
|
Zambezielaan
|
36
|
31
|
30
|
28
|
|
Zuidwal
|
47
|
33
|
33
|
28
|
|
Gemiddelde van
gemeten punten
|
43
|
33
|
32
|
28
|
|
Wettelijke
grenswaarde in 2010
|
40
|
|
40
|
|
|
Voorlopige
grenswaarde in 2005
|
50
|
|
40
|
|
bron: Gemeente Delft, Milieu
* achtergrondconcentraties
worden mede bepaald door de aanwezigheid van het
industriegebied Rijnmond
Figuur 3. Luchtkwaliteit
in Delft. Statistisch Jaarboek 2006. (11.5
Luchtkwaliteit in concentraties stikstofdioxide en
zwevendedeeltjes (fijn stof) per straat in 2005).
De gemeente Delft
diskwalificeert zich als kennisstad door een dergelijk
gebrek aan planmatigheid als "bestemmingsplan" te durven
presenteren. Er is alle reden voor de provincie om te
besluiten dat het zo wel genoeg is geweest en het misbruik
van de "verklaringen van geen bezwaar" een halt toe te
roepen.
Het lijkt wel of in Delft
alles moet wijken voor bouwplannen, ook datgene wat mooi en
waardevol is, en dus ook dat wat woonwijken mooi en
waardevol maakt. Delft werkt niet aan zijn toekomst op deze
manier, Delft werkt met dit bestemmingsplan aan zijn
afgang.
Vertrouwend u van dienst te
zijn geweest, tekent.
Met vriendelijke
groeten,
mede namens de
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,
L.C. van Doorn
Bijlage
In dit overzicht van
beleidsdocumenten zetten wij de relevante punten op een
rij.
Ontwikkelingsvisie Delft
2025
Deze visie op de
ontwikkeling van Delft, tot stand gekomen na brede
raadplegingen tussen 1993 en 1997, is een notitie in
telegramstijl met kaartbeelden over de Delftse
stadsontwikkeling tot 2025. Het verscheen pas eind 1998 in
druk, met daarbij het voornemen om de visie binnen drie jaar
verder uit te werken en te verdiepen. Dat is niet gebeurd;
wel zijn er met het doel middelen uit het
VROM-investeringsprogramma Stedelijke Vernieuwing (ISV) te
verkrijgen, Delftse Ontwikkelingsprogramma's (DOP) uit
voortgekomen. We lichten enkele punten uit deze
ontwikkelingsvisie:
p. 08: "Anderzijds zullen
niet Delftenaren al in toenemende mate gebruik maken van
Delftse voorzieningen".
[Commentaar: Dit wordt
vanuit een gemeentelijke boekhoudersvisie als een negatief
punt gezien, maar ons ontgaat het wat het onaantrekkelijke
ervan is. Detailhandel en horeca zullen er juist blij mee
zijn, en in het algemeen geldt dat aantrekkelijke steden -
het woord zegt het al - publiek van elders lokken. In het
DOP 2005-2009 wordt dit ook erkend.]
p. 08: "De VINEX-afspraken
over een binnenstedelijke bouwstroom heeft Delft al
vervuld".
[Commentaar:
!!!]
p. 09: (bij de sterke punten
van Delft in de regio): "Groene omgeving".
[Wij tekenen bij dit
'sterke' punt aan dat het gebrek aan groene omgeving buiten
de bebouwde kom juist een grote zwakte is van Delft.
Vergeleken met alle steden van Nederland van soortgelijke
omvang is de omgeving van Delft bijzonder onaantrekkelijk,
en in de periode 1998 - 2007 nog dramatisch verslechterd.
Aan de noord- en zuidkant beperken de agglomeraties van Den
Haag en Rotterdam, die bij Pijnacker-Zuid zelfs al tegen
elkaar aan gegroeid zijn, de groene buitenruimte, Naar het
westen overheerst een massief glastuinbouwgebied, een van de
meest toxische gebieden van de wereld, en in het oosten is
er een met glas verrommeld gebied ontstaan met nog slechts
een groen residu van 2000 ha. Deze zeer benauwende
omstandigheden maken ook dat het nog compacter maken van een
stad die in 1998 al beoordeeld werd als compact, tot een
heilloze onderneming.]
p. 11 (bij sterke punten van
Delft op zich): "ruimte voor verdichting in de
TU-wijk."
[Commentaar: De
kaartbeelden in het visiedocument sluiten de ruimte aan de
Maerten Trompstraat nadrukkelijk uit, het gaat hier om
terreinen van de Technische Universiteit.]
p. 14 (wonen in kennisstad):
"Delft moet een aantrekkelijk woonmlieu bieden, zowel in de
directe omtrek van het eigen huis als in de verdere
omgeving." (
) Bij Uitwerking: "Als gevolg van de
Vinex zal het inwonertal de komende jaren dalen van 94.500
naar 89.000 rond 2003" (
) Bij Acties:
"Herstructurering van wijken in samenwerking met
corporaties; omzetting van minder gewilde gestapelde
(huur)woonvormen naar meer marktconforme woonvormen,
stadsvernieuwingsprojecten, differentiatie en upgrading
woningaanbod, verdunning huidige dichtheid en renovatie
openbare ruimte: 1. Wippolder 2. Kuiperwijk 3. Popahof, 4.
Gillis 5. Delfgauwse Wije.
[Commentaar: Zo aan de
tekst op p. 14 van de Ontwikkelingsvisie 2025 al conclusies
over het bouwen aan de Maerten Trompstraat te ontlenen zijn,
dan toch vooral negatieve. Met de bevolkingsprognose sloeg
men overigens de plank daverend mis. De Delftse bevolking
bleef tot 2000 groeien tot 97.000, en daalde in 2003 tot
96.000 (dus nog altijd flink meer dan in 1997) en tot 95.000
in 2006.]
Delfts
Ontwikkelingsprogramma 2010-2015 (voor ISV-2,
2005-2009):
In § 3.2 over de sterke
en zwakke punten: "Tenslotte kent Delft in het algemeen
weinig ruim opgezette groenstedelijke wijken en woningen."
En: "Delft kent hier en daar enkele tekortkomingen met
betrekking tot de omgevingskwaliteit."
In § 3.3 over de kansen
en bedreigingen wordt als fysieke kans aangedragen: "De stad
Delft is compact". En bij de bedreigingen wordt vastgesteld:
"Verder kan ook een te grote verdichting van bepaalde delen
van de stad een bedreiging vormen voor de leefbaarheid in
het algemeen." Kennelijk is het het gemeentebestuur ontgaan
dat deze bedreiging een verband heeft met een zg.
kennis-economische bedreiging die in dezelfde § wordt
genoemd, nl. de beperkte huisvestingsmogelijkheden van hoger
personeel.
In het hoofdstuk Delft in
2015, een schets van de resultaten die men met dit beleid
zegt te willen behalen, wordt de niet onevenwichtige
benadering van het ontwikkelingsprogramma doorgetrokken.
"Daarnaast is verdichting en intensief ruimtegebruik
gerealiseerd en heeft waar mogelijk verdunning
plaatsgevonden, bijvoorbeeld bij herstructurering om groen
en water in de wijk te brengen." En in het hoofdstuk met de
programmatische uitwerking (§ over differentiatie
woonmilieus, wordt "voldoende aanbod van woningen in een
groen tuinstedelijk milieu" wordt bepleit. Het noordelijk
TU-gebied tenslotte wordt in § 5.7 geprezen "gezien de
kwaliteiten van het gebied - monumentale gebouwing in een
parkachtige setting", een waardering die door het
bestemmingsplan TU-noord op geen enkele wijze wordt
beschermd en ondersteund.
Delfts
Ontwikkelingsprogramma 2000-2004
Het eerste DOP is iets
anders van toon dan het tweede, omdat het gebrek aan ruimte
- ruimte voor nieuwe bouwlokaties wordt hier onveranderlijk
mee bedoeld - goed is voor een flinke klaagzang. Delft wordt
daardoor afhankelijk van omliggende gemeenten (stel je
voor!) en er dreigt een drastische bevolkingsafname en
navenante vermindering van draagvlak voor voorzieningen.
Toch wordt er - terecht - bij het perspectief voor 2010 op
gerekend dat het compacte Delft zich "op een goede manier
verankerd heeft in het (boven)regionale netwerk, in het
bijzonder de VINEX-locaties, die vooral qua voorzieningen en
in iets mindere mate qua werkgelegenheid ook
geöriënteerd zijn op Delft." Door de minimale
aandacht voor ecologie en omgevingskwaliteit in deze versie
sluit deze DOP nauwelijks aan op de Ontwikkelingsvisie Delft
2025. Bij het gebiedsgerichte programma is er ruim een
pagina gewijd aan het TU-gebied, maar ook hier uitsluitend
doelend op het (voormalig) terrein van de universiteit (TU
Noord, TU Midden en Technopolis).
Ondanks dat er in de jaren
2000-2009 een 130 miljoen Euro voor Delft wordt uitgetrokken
en Ontwikkelingsvisie en Ontwikkelingsprogramma's bij het
verwerven daarvan een centrale rol spelen, leiden al deze
ruimtelijke beleidsnota's een verborgen bestaan. Ze worden
niet gebruikt bij de onderbouwing van ontwikkelingsplannen,
bestemmingsplannen, gebiedsvisies en andere ruimtelijke
plannen van de gemeente Delft. Door deze centrale
beleidskaders niet als vertrekpunt te nemen, heeft het
Delftse ruimtelijk beleid een volstrekt opportunistisch
karakter gekregen en geeft het gemeentebestuur de Delftse
burgers de indruk met verborgen agenda's te werken.
Ecologieplan
2004-2015
[samenvatting in diverse
bestemmingsplantoelichtingen] "Het ecologieplan Delft
richt zich op het realiseren van een duurzame blauwgroene
structuur in de gemeente Delft. Het schetst de ecologische
structuur, die als breder kader dient voor toekomstig beleid
en projecten.
De hoofddoelstellingen in
het Ecologieplan zijn
- het realiseren en
uitbouwen van een kwalitatief hoogwaardige ecologische
structuur;
- het handhaven van een
evenwichtige verhouding tussen natuur en bebouwing,
rekening houdend met bereikbaarheid en natuurlijke
kwaliteit van gebieden.
Deze hoofddoelstellingen
zijn vanuit een integrale visie op een natuurlijke en
leefbare stad in het Ecologieplan nader uitgewerkt. Het plan
dient tevens als instrument om korte en middellange termijn
ambities te realiseren. In het plan wordt ingegaan op kansen
zoals o.a. het verbeteren van de sociale omgeving, van de
fysieke omgeving en van de economische omgeving. Tevens
wordt ingegaan op uitdagingen als het verminderen van de
stedelijke druk, het opheffen van barrières, het
verbeteren van dimensies van bermen, oevers en watergangen,
en het verbeteren van de water- en ecologische
kwaliteit."
[Commentaar] Helaas
is dit ecologieplan tot dusver door de gemeentelijke
organisatie slechts geïnterpreteerd als een vrijbrief
voor natuurafbraak. De bomenkap aan de Maerten Trompstraat
is in de verleende kapvergunning verdedigd met het argument
dat de bomen (en struwelen niet te vergeten) niet behoorden
tot de ecologische hoofdstructuur. (Wij hebben overigens
tegen deze verleende kapvergunning geen beroep aangetekend
omdat wij ervan overtuigd zijn dat het bouwplan geen hout
snijdt.) Het groen ín de ecologische hoofdstructuur
is al evenmin veilig, zoals nu is te zien aan het
Zuidplantsoen en zoals ook is op te maken uit de teksten van
de Gebiedsvisie Voorhof Zuid-West. De werkelijke bedoeling
van het ecologieplan kan men in het partijkrantje van de
bewuste wethouder (feb. 2006) lezen: "de nota over de
Ecologische hoofdstructuur (wordt) bepaald welk groen
belangrijk is voor de ecologie in de stad en welk groen
niet. Indirect bepaalt dit dus op welke open plekken nog
bouwmogelijkheden zijn." De notie van een evenwichtige
verhouding tussen natuur en bebouwing leefde dus niet erg
bij het toenmalige gemeentebestuur, en dat is intussen niet
veranderd. Aan het ecologieplan wordt in tegenstelling tot
Ontwikkelingsvisie en DOP's wordt overigens wel in
ruimtelijke plannen gerefereerd, maar dan steeds op een
manier die aan het ecologieplan zelf vreemd is. Even vreemd
als het bouwen van winterverblijven voor vleermuizen waar de
fourageergebieden (bomen, struelen) in hoog tempo worden
gesloopt.
Beleidskader ISV
(Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing
(VROM))
Onder 9 Omgevingskwaliteit:
"Het rijk verwacht van de gemeenten speciale maatregelen om
te komen tot meer en betere groenvoorzieningen in de
dagelijkse leefomgeving en in de stad als geheel. Voor
grotere groenprojecten in de stad maakt het rijk aparte
afspraken met de betrokken gemeenten. In de
ontwikkelingsprogramma's geven de gemeenten aan hoe deze
projecten samenhangen met het groen buiten de stad en hoe ze
worden beheerd en ingericht. Ook gaan de gemeenten in op de
ecologische waarde van de groenprojecten en de mogelijkheden
voor recreatie."
En onder 11 Zorgvuldig
ruimtegebruik: "De gemeente geeft in het
ontwikkelingsprogramma aan welke (woon)gebieden kunnen
worden verdund en welke verdicht. Verdichting is vooral
gewenst rond stedelijke vervoersknooppunten."
VROM neemt het stedelijk
groen in het kader van de stedelijke vernieuwing zeer
serieus. De tekst van het beleidskader ISV (1999) wees daar
al op, maar bijvoorbeeld ook met de nieuwe brochure "Met
groen meer stad, nieuwe impulsen voor stedelijk groen" en
een aanstaand initiatief van de ministeries van LNV en VROM
samen (juni 2007) moet de pogingen van het Rijk ondersteunen
om de onbedoelde ontwikkelingen bij gemeenten te
corrigeren.
|