Ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

samenwerking van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN, Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en Werkgroep Groenbeheer Nootdorp-Leidschendam | contactadressen: Leen van Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. (015)2561141, Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. (015)2617728, Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. (015)2140836 en Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft, tel. (015)2617035 (werk: (015)2782124; fax (015)2787585; e-mail ind@datadelft.com | website: www.datadelft.com/~ind

Links:

TU-wijk

commentaar Technopolis

Thijssevaart

openingspagina Initiatiefgroep

Delft, 18 mei 2003

Betreft: Inspraakreactie Ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied

College van Burgemeester en Wethouders
Gemeente Delft
Postbus 78
2600 ME Delft

Geacht college,

De inhoud van het Ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied geeft ons op enkele punten aanleiding tot commentaar. De bladzijden van dit helaas ongenummerde document (!) waarop dit commentaar betrekking heeft, vermelden we er gemakshalve bij.

p. 2

In de visie op het plangebied wordt de herinrichting van een ruimtelijk en cultuurhistorisch waardevol gebied terecht gekoppeld aan verbetering van de ecologische kwaliteit, m.n. door "ontsnippering" van de groengebieden. Het is vooral met het oog op de verbetering van de samenhang en ecologische structuur van Botanische Tuin, De Vries van Heystplantsoen en het gebied van en rond begraafplaats Jaffa dat wij het Ontwikkelingsplan hebben bestudeerd. Daarbij verheugt het ons en vele anderen dat het ontwikkelingsplan een einde maakt aan geruchten als zou de Botanische tuin ook "ontwikkeld" moeten worden (zie ook p. 10).

p. 5

De beschrijving van de groengebieden is wat eenzijdig stedenbouwkundig en op het bomenbestand gericht. Bij de Botanische tuin had een vermelding van een belangrijke broedvogelbevolking (met in 2001 voor het eerst een Sperwernest) en zeker ook van de kruidlaag in de bosschages van het zuidelijk deel van de tuin niet misstaan. Er bevindt zich hier o.a. een fraaie stinsenflora en de parasiet Prachtschubwortel (Lathreae clandestina), die ook wel in andere botanische tuinen is aan te treffen.

Prachtschubwortel

Bij de noordoostelijke groene ruimte van het Jaffa-gebied wordt geoordeeld dat de inrichting veel te wensen overlaat. Wij hebben onze reserves bij dit oordeel, omdat verbetering van de poel, struwelen en grasland eerder met beheer dan met het groffe geweld van een nieuwe inrichting gunstig te beïnvloeden is. Van de herinrichting van deze "resthoek" (p. 12) zijn we dan ook niet bij voorbaat voorstander.

Buiten de groengebieden is nog bijzondere natuur te vinden bij de gebouwen Mijnbouwplein 11, Kanaalweg 2B, Mijnbouwstraat 20 en Julianalaan 136 (zie onder). Op beschaduwde plaatsen zijn veel varens van diverse soorten, deels op vochtige muren, deels ook in plantsoenen. Verder staat er een grote populatie van het Zwart Peperboompje (Daphne laureola) die het beschermen waard is.

p. 10-12

Het "verstopte" karakter van de Botanische Tuin is inderdaad een van de aantrekkelijke kanten van de tuin. Het is een oase van rust en ademt een academische sfeer. Het is een uitdaging om bij het verbeteren van de toegankelijkheid aan noord- en zuidzijde iets van deze sfeer te bewaren. Of deze toegankelijkheid, zoals in de voorlaatste volzin van deze pagina wordt geformuleerd, bij kan dragen "aan het ontstaan van een ecologische route tussen de kanaalzone en TU-midden" is kwestieus. Wellicht wordt hier gedoeld op een "recreatieve" route, en dat is toch wel wat anders, tenzij ... de recreatieve route naar TU-midden wordt geflankeerd door een zorgvuldig ontworpen samenstel van struwelen, water, oevers en bermen. De verandering van de snelverkeersroutes rond het De Vries van Heystplantsoen, waardoor dit parkje weer kan worden aangesloten op de Botanische tuin, levert zeker ecologische kansen op.

Bij het "stedenbouwkundig accent" nabij het Poortlandplein zetten wij drie vraagtekens.

?1 - De eerste is dat een groot bouwvolume en de bijkomende verkeersstructuur op die plek de primaire ecologische lijn Schoemakerstraat, die tussen Zuidplantsoen en Poortlandplein toch al niet functioneert, verder onmogelijk maakt. Deze ecologische omissie is op te lossen als deze ecologische lijn wordt verschoven naar de lijn van de langzaamverkeersas Muyskenlaan-Kanaalweg - dus dóór het Hoofdgebouw). (Hier komen we bij p. 13-16 op terug).

?2 - Een groot bouwvolume op die plaats betekent ook onvermijdelijk een scherpe toename van verkeersbewegingen van bewoners en/of bedrijven. Samen met andere woonbestemmingen en het verder bewoond raken van VINEX-lokatie Emerald kan de verkeersintensiteit zeer anzienlijk toenemen, waardoor we met enige zorg kijken naar de toekomstige veiligheid, luchtkwaliteit en geluidsbelasting in het gebied.

?3 - Een "stedenbouwkundig accent" op deze plek is voor de herkenbaarheid eerder verwarrend. Het kan niet alleen de bestaande en te handhaven karakteristieke bebouwing concurrentie aandoen, maar is wellicht ook niet logisch in breder Delfts verband gezien. Nu zijn er hoge accenten in de binnenstad, het TU-middengebied en Voorhof en Buitenhof. Het is de vraag of in lager bebouwde tussengebieden zulke accenten van nut zijn.

p. 13-16

De teksten over de wijziging van de ecologische structuur doen enigszins verkrampt aan. Zo wordt aan de verlegging van een secundaire ecologische verbinding (Mijnbouwstraat-Michiel de Ruyterweg) nogal wat tekst besteed, en aan het werkelijk inhoud geven van de primaire ecologische lijn (Schoemakerstraat) betrekkelijk weinig.

Hier wordt toch teveel naar het papier in plaats van naar de fysieke werkelijkheid gekeken. Ecologische verbindingen zijn als concept vooral ontwikkeld voor grondbewonende dieren en planten met een kritisch verspreidingsvermogen. De (secundaire) ecologische verbinding langs M. de Ruyterweg en het zuidelijk deel van de Julianalaan lijkt ons wat grondbewoners betreft een hopeloze opgave. Op onderstaande schets geven wij een suggestie voor een kansrijke oplossing.


Voorstel voor aanpassing ecologische structuur

Oppervlaktewater neemt inderdaad in het hele gebied een te kleine plaats in. Wij zien met belangstelling tegemoet welke invulling zal kunnen worden gegeven aan het vergrote bergingsvermogen van het gebied en het "ontduikeren" van de waterhuishouding. Dat zal de aantrekkelijkheid van het gebied kunnen vergroten en de natuur langs en in het water nieuwe kansen geven.

Samenvattend: de analyses van het Ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied bieden tal van aanknopingspunten voor waardevolle bestemmingsplannen met kansen voor verbetering van natuur en milieu in dit gebied, maar er zijn zeker ook risico's aan de transformatie verbonden.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent

Met vriendelijke groeten,

Namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

 

Jacques Schievink

* Varens in TU-noord (met dank aan Raymond van der Ham)

Mijnbouwplein 11

Aardwetenschappen

Julianalaan 136 (Gele Scheikunde)

  • Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina)
  • Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata)
  • Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas)
  • Gewone eikvaren (Polypodium vulgare)

Aan de zijkant staat

  • Smalle stekelvaren (Dryopteris chartusiana)

Op de gevels aan de voorkant:

  • Steenbreekvaren Aspl. trichomanes en
  • Dryopt. filix-mas (Mannetjesvaren)

  • Muurvaren (Asplenium ruta-muraria)
  • Tongvaren (Asplenium scolopendrium)
  • Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)
  • Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata)
  • Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas)

  • Zwartsteel (Asplenium adiantum-nigrum) enige vindplaats in Delft e.o.!
  • Muurvaren (Aspenium ruta-muraria)
  • Tongvaren (Asplenium scolopendrium)
  • Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)
  • Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata)
  • Mannetjesvaren (Drypoteris filix-mas)
  • Brede Eikvaren (Polypodium interjectum)