De natuur terug in Voorhof-oost

Gemeente Delft en woningcorporaties buigen zich over plannen voor de Voorhof.
Dat was voor de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft een reden om zijn plan voor een belangrijk deel van de wijk - Voorhof-oost - uit de kast te halen. Toen na de totstandkoming van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (1990) de Rijksplanologische Dienst opriep om "voorbeeldplannen" in te dienen, hebben we onze ideën over stadsecologie voor die wijk in een plan gegoten en ingestuurd. Met de hieronder gepresenteerde en geactualiseerde voorstellen hopen we de plannenmakers te stimuleren de ecologische aspecten in de sociale ambities op te nemen.

Enkele bijzondere eigenschappen van de wijk zijn

  • de bewoningsdichtheid van de wijk behoort tot de hoogste van Nederland; de wijk is een typische zestiger jaren nieuwbouwwijk die veelvuldig bij middelgrote en grote steden zijn gebouwd; het leefklimaat behoeft er dringend verbetering;
  • de wijk kampt met het probleem van grote zettingen, waardoor de bodem dikwijls flink moet worden verhoogd.

De stedebouwkundige structuur van de wijk wordt gekenmerkt door de rangschikking van de woningen in een aantal, zich in noord-zuid richting herhalende elementen (a, b en c):

  • a. aan de westzijde 17-woonlagen hoge gebouwen met aan de zuidzijde een watergang en aan de schaduwkant een parkeerplaats, en 6 en 7 woonlagen hoge gebouwen die pleintjes vormen, waarop scholen en speelgelegenheid een plaats vinden;
  • b. aan de oostzijde ten westen van de Vulcanusweg gebouwen met 6 woonlagen en tussen de Vulcanusweg en de spoorweg bedrijfsgebouwen;
  • c. tussen a en b eengezinswoningen.

Verder zijn de volgende aspecten van belang:

  • alle flatgebouwen hebben op de begane grond blinde muren (voor de boxen);
  • watergangen zijn, ondanks de hoge bebouwingsdichtheid, in ruime mate aanwezig; ze zijn alle voorzien van steile, hardhouten oeververdediging en van redelijk brede taluds;
  • het autoverkeer heeft in dit concept een grote plaats, wat samen met de hoge tot zeer hoge woongebouwen een onaangenaam, dikwijls guur buitenklimaat schept. Het rooien van veel heesters (begin jaren 90), met de bedoeling het openbaar groen onderhoudsarm te maken, heeft aan deze verruwing bijgedragen;
  • de wijk ligt ingeklemd tussen de spoorlijn Den Haag-Rotterdam aan de oostzijde (een belangrijk element wat de ecologische infrastructuur betreft), de Voorhofdreef aan de westzijde en de Kruithuisweg gedeeltelijk op een dijklichaam) aan de zuidzijde. Tussen de spoorlijn en de eveneens nood-zuid lopende Vulcanusweg bevindt zich een zone met bedrijfsterreinen. Aan de noordzijde bevindt zich een deel van Voorhof met een mengeling van industrieën, kantoren, winkels en woningen;
  • er is veel zwerfvuil in de plantsoenen, dat nu overigens wegens het rooien van heesters in toenemende mate in het water belandt;
  • in de groene zone langs de Kruithuisweg bevindt zich een grote hoop versnipperd hout en slordig gestort snoeihout;
  • het groen is in het algemeen eentonig van vorm en kleur.

Plan

De bovenstaande beschrijving van de kenmerken van de wijk is tevens een inventarisatie van de 'substraten', waarop zich natuurontwikkeling kan afspelen. Natuurontwikkeling is in dit plan het middel dat wordt ingezet om de kwaliteit (m.n. het fysische klimaat en de belevingswaarde) in de wijk te verbeteren. Daarnaast wordt aandacht besteed aan waterkwaliteit en kringlopen.

Herinrichting Voorhofdreef

• op het niveau van de stedelijke ecologische structuur en het terugdringen van het autoverkeer als dominante bepaler van de stedelijke ruimte biedt herinrichting van de Voorhofdreef mogelijkheden. Door rijstroken, fietspaden en voetpaden wordt het groen nu zo versnipperd dat het nauwelijks betekenis heeft. Door ze te herschikken kan het groen grotere aaneengesloten oppervlakten vormen en een samen met de groene zone langs de Kruithuisweg een functie van park en groene long vervullen. De miezerige heestervakken rond de parkeerterreinen aan de westzijde van de wijk en langs de flatgebouwen kunnen daarin zinvol worden opgenomen.

De komst van de tramlijn Tanthof-Scheveningen, die de wijk sinds enkele jaren op het Delflandplein aandoet, maakt het mogelijk dat de capaciteit van de weg (nu vier rijstroken) wordt verkleind.

Natuurbeheer in de wijk

  • Langs de Voorhofdreef en de Vulcanusweg worden zodanige beplantingen aangebracht dat de wijk van wind (die tussen de hoge woongebouwen aanzienlijke versnellingen ondergaat) en (verkeers)geluid wordt afgeschermd, terwijl de bedrijvenzone tussen spoorbaan en Vulcanusweg dan tevens visueel worden gecamoufleerd. Heesters en heesterbomen komen hiervoor in aanmerking die tevens belangrijk zijn voor vogels, insecten en andere dieren (Meidoorn, Sleedoorn, Hazelaar, Els, Vlier, Vogelkers, Kardinaalsmuts, Lijsterbes, Gelderse roos e.a.).
    Algemener nog moet worden benadrukt dat zulke luwtescheppende beplantingen het fysieke klimaat in de wijk verbeteren. Ze zijn tevens essentieel voor het bestaan van een behoorlijke insectenbevolking en dus voor het lokale ecosysteem.
  • De oevers langs de watergangen worden voor een groot gedeelte (ongeveer 60% van de totale oeverlengte) natuurvriendelijk gemaakt. In die situatie kan zich een oevervegetatie ontwikkelen van planten als Echte Valeriaan, Gele Lis, Grote Egelskop, Riet, Waterweegbree, Pijlkruid e.a., die in het water voorwaarden scheppen voor grotere variatie in de visstand en (via het afvoeren van het maaisel van deze planten) bijdragen aan een verbetering van de waterkwaliteit. Hier en daar wordt overjarige oevervegetatie (vooral van betekens voor overwinterende insecten) in stand gehouden. Met zulke 'zachte' en kindvriendelijke oevers wordt bovendien voorkomen dat jonge watervogels, amfibieën en egels verdrinken.
    Op de taluds, boven oeverzone dus, wordt eveneens een extensief en zo mogelijk verschralend maaibeheer uitgevoerd, waardoor de variatie in de kruidenvegetatie toeneemt.
    Dit beheer past in het voornemen van de gemeente Delft om de oevers als speerpunt te nemen van de groenbeheer (zie Ontwikkelingsvisie 2020).
  • In samenwerking met de woningcorporaties worden voorzieningen aan de flatgebouwen aangebracht: muurbeplantingen op de blinde muren, nestgelegenheid voor vogels (bijv. gierzwaluwen) op de daken.
  • Waar mogelijk wordt het verharde oppervlak in de wijk daadwerkelijk verkleind, niet alleen ter vergroting van de directe mogelijkheden voor natuurontwikkeling en de verbetering van de openbare ruimte, maar ook met het oog op verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat minder regenwater via het rioolsysteem wordt afgevoerd.(via verminderen van de overstortfrequentie). Aanvullende infiltratievoorzieningen dragen ertoe bij dat de waterhuishouding in de wijk minder nadelige gevolgen gevolgen afwentelt op de omgeving.

Kringloop van groen afval

  • Door de gemeente wordt in de wijk (zo mogelijk In samenwerking met een kringloopbedrijf aan de Vulcanusweg) een composteringsinrIchting opgezet, in eerste instantie voor het maaisel en snoeisel van de afdeling Stedelijk Groen, en later ook voor het tuin-, groente- en fruitafval van de wijk zelf. Deze compost wordt onder de naam Voorhofcompost in de handel gebracht, waarbij bewoners die compost afhalen een lagere prijs krijgen berekend. Hiervan gaat op de bewoners een stimulerende invloed uit wat betreft het omgaan met afval, terwijl tevens het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen door de burgers aan de orde wordt gesteld.

Educatie en begeleiding

  • Uitwerking en uitvoering van het hier voorgestelde plan kan niet slagen zonder bewonersinvloed. Een te vormen begeleidingsgroep uit de buurt kan worden gevormd rond een kern van actieve leden van natuurverenigingen die in de wijk wonen.
    Zij kunnen bovendien helpen het draagvlak voor het hier geschetste natuurbeheer in de stad te vergroten, o.a. door excursies in de wijk te houden en verslag te doen van inventarisatie van planten, vogels, amfibieën en kleine zoogdieren.

Ecologische structuur

De hoofdelementen van de ecologische infrastructuur rond Delft zijn MiddenDelfland ten zuiden en zuidwesten van Delft en het groengebied (Delftse Hout, Bieslandse Bos en Balij) ten oosten van de stad. In het gebied ten noorden van Delft, tussen Rijswijk, Den Haag en Delft is de maat van dit groene gebied aan de bescheiden kant. Het kassengebied ten westen van Delft is ecologisch nagenoeg steriel. Onmiddellijk ten oosten van Delft vormt Rijksweg 13 een (geen absolute) barrière tussen de Delftse Hout en de stad; de migratie van heel wat planten- en diersoorten wordt erdoor belemmerd. In mindere mate geldt dit voor de Kruithuisweg, die een barrière vormt tussen het zuidelijkste stadsdeel en de rest van de stad.

De 'voeding' van de stedelijke ecologische infrastructuur vanuit het landelijke gebied kan hierdoor niet tot volle ontplooiing komen. De vergroting van de variatie in de stedelijke natuur zal zich hierdoor vooral wat betreft kleine zoogdieren en amfibieën, in matig tempo voltrekken.


Laatste wijziging: 18 juni 1999 | netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com