Commentaar op Ontwikkelingsvisie Delft 2025

 

Delft, 4 januari 1998

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Delft
Oude Delft 137
2611 BE Delft

Geacht college,

Van het concept van de Ontwikkelingsvisie Delft 2025 hebben wij met belangstelling kennis genomen.

We zijn er erkentelijk voor dat het concept op tal van punten aandacht besteedt aan onderwerpen die wij in ons commentaar op de discussienota "Op weg naar een Ontwikkelingsvisie 1997" (onze brief dd. 20 februari 1997) naar voren hebben gebracht en die in die nota soms geheel ontbraken. We noemen:

Bovendien ontwaren wij in het stuk een reactie op twee gebiedsgerichte onderwerpen die wij in een brief aan de Delftse politieke partijen aan de orde stelden, nl. de Bieslandse Bovenpolder en TU-wijk zuid.

Onze reactie op het nieuwe concept is als volgt.

Delft Kennisstad als leidraad

Bij de uitwerking missen wij de ecologische component van 'het ontwikkelen van innovatieve vormen van bouwen en ruimtegebruik'. Er wordt weliswaar ruimte geboden aan 'een aangenaam, schoon, gevarieerd en duurzaam leefklimaat in en rond de stad', maar of met deze formulering ook wordt erkend dat het inzetten van natuurlijke processen in de stad belangrijk is, wordt daarmee niet duidelijk.

Delft in de regio

Bij de sterke punten van deze paragraaf wordt o.i. ten onrechte de 'groene omgeving' genoemd. Ook bij moeizame stapjes die gezet worden op weg naar een stadsgewestelijk structuurplan, duikt deze misvatting telkens weer op. In een dermate verstedelijkt gebied, waar bovendien de glastuinbouw zich als een kankergezwel blijft uitzaaien, kan moeilijk worden volgehouden dat de omgeving in en om Delft zo groen is. Deze karakteristiek schept anderzijds wel weer uitgangssituaties die vanuit een ecologisch perspectief veeleisend en daarom uitdagend zijn (wat weer kansen schept voor Delft Kennisstad met een voorbeeldfunctie), maar het betekent wel dat het sterke punt omgeving eerder aan de debetzijde komt te staan.

De opdeling van de stad in 'plakjes' als gevolg van de noord-zuid verbindingen (A-13, provinciale weg 15, Rijn-Schiekanaal, spoorwegen en wellicht ook de A-4), die voor de ontsluiting zorgen, zijn tevens nadelige (niet onoverkomelijke) factoren bij het totstandbrengen van stedelijke samenhang; met de ontwikkeling van de N470-Kruithuisweg, die een oost-west as vormt, wordt dit beeld er niet fraaier op. Deze aspecten zou kunnen worden toegevoegd aan het rijtje zwakke punten bij 'Delft op zich' en ook bij 'Delft als som van fragmenten'.

Wonen in Kennisstad

Wij delen de opvatting dat voor zover verstedelijking nabij Delft onontkoombaar is, die moet worden gezocht in de Harnaschpolder en langs de Pijnackerse vaart tussen Delfgauw en Pijnacker. Vanuit het gezichtspunt van de regionale en locale stedelijke en ecologische structuur is dat de beste keuze. Het ligt in dat verband voor de hand dat de VINEX-locatie Pijnacker-zuid (een locatie die er ooit met de haren is bijgesleept) wordt afgeblazen. Delft zou dat in het stadsgewest moeten bepleiten, een heel wat nuttiger bezigheid dan doorzichtige obstructie van de aanleg van de rwzi in de Harnaschpolder.

Of deze lange-termijn opties (na 2010) ook daadwerkelijk noodzakelijk zullen zijn is overigens maar zeer de vraag. De bouw van VINEX-locaties zal veel eerder dan ten tijde van de opstelling van de VINEX voorspeld is, de woningvraag ingehaald hebben en blijkt zelfs al een fikse bedreiging te vormen van de bestaande stedelijke gebieden. Ook Delft dreigt daarvan slachtoffer te worden. Een brede aanpak van stadsvernieuwing zal de leegloop en suburbanisatie moeten afremmen.

Verdichting

Verdichting van bestaand stedelijk gebied zal moeten voldoen aan eerder genoemde criteria ('een aangenaam, schoon, gevarieerd en duurzaam leefklimaat in en rond de stad'). In onze brief van 20 februari hebben we er bovendien op gewezen dat voor een goed stedelijk watersysteem ruimte nodig is. Als aan zulke voorwaarden wordt voldaan, dan zijn wij voorstander van verdichting.

Vrije tijd in Kennisstad

Bij het zoeken naar mogelijkheden om intensieve vormen van recreatie die 'economosch profijt' opleveren, in te passen in de groene gebieden ten oosten en ten zuiden van Delft, dient wat ons betreft vermeld te worden dat locaties voor zulke projecten moeten worden geconcentreerd rond verkeersknooppunten aan de randen; daarmee wordt verstoring van natuur en rustige recreatie voorkomen.

Hertenkamp

Het idee om de Hertenkamp te 'renoveren' tot stadspark is op zijn minst raadselachtig. In de eeerste plaats heeft het gebied al een stadsparkkarakter. Er iets van maken dat het al is heeft weinig zin.

Er wordt dus wat anders mee bedoeld. Als we terugdenken aan de kostbare renovatie van het Wilhelminapark en de aanleg van het Hof van Delftpark &endash; beide projecten hebben gemeen dat van inschakelen van natuur nauwelijks sprake is &endash; dan is dát misschien hetgeen u bij het neerschrijven van deze aktie voor ogen stond.

Hoe dat ook zij, de Hertenkamp ontleent zijn charme en betekenis aan een afwisseling van open en gesloten groen, aan de zones waar mede door spaarzaam en gericht beheer hoge natuurwaarden zijn ontstaan, en aan ruwe graslanden en oevers waar gerecreëerd wordt. Het gebied zal door bewoning van Ypenburg ongetwijfeld iets drukker worden, maar dat zal toch niet meer dan 25 tot 50 % zijn ten opzichte van het huidige bezoek. Die extra druk kan het park in zijn huidige opzet gemakkelijk aan.

Wat in het gebied wél dringend aanpak behoeft is de kwaliteit van het oppervlaktewater. Omdat het Hoogheemraadschap van Delfland binnenkort (voor 2000) de afwatering van de Polder van Nootdorp moet aanpassen, doet zich in 1998 al een unieke kans voor om de problemen geïntegreerd te lijf te gaan. Het is aan de gemeente Delft, Delfland en mogelijk andere belanghebbenden zich deze kans niet te laten ontgaan.

Stadsnatuur in Kennisstad

Tegen de achtergrond van het feit dat aan de nota "Ruimte voor Natuur", die begin 1994 door de gemeenteraad werd vastgesteld, nog geen begin van uitvoering is gegeven, is de verklaring in de ontwikkelingsvisie dat deze nota de komende tijd actueel blijft, opmerkelijk.

Dat nu wordt vastgesteld dat

dat alles beschouwen wij als een signaal dat de te lange periode van inertie ten einde loopt. Wij staan dan ook in de startblokken om mee te denken over een uitvoeringsplan, waarvoor we overigens in het verleden al vele aan- en voorzetten hebben gegeven.

Ecologische structuur

T.a.v. het kaartje met de ecologische structuur, zoals geschetst op pag. 27, merken wij op dat er aan de ene kant groene en blauwe lijnen ontbreken, maar ook dat er ferme groene en blauwe lijnen zijn getrokken op plaatsen waar het herstellen van de ecologische functies lastig te realiseren zal zijn.

Tot de eerste groep behoren bijvoorbeeld de Tweemolentjeskade ten westen van de A-13 en de Thijssevaart in de TU-wijk zuid. Tot de tweede groep rekenen wij de Kruithuisweg ten zuiden van Buitenhof, Abtswoude, Reinier de Graafweg en Teding van Berkhoutlaan-Voordijkhoornsekade. De weerbarstigheid van deze laatste groep mag er evenwel niet toe leiden dat er weer eens dode letters op dood hout zijn neergezet.

Het compensatiebeginsel, dat bij 'Akties' wordt genoemd, zou in het geval van de bebouwing van de Kruithuiswegzone ten zuiden van Buitenhof al in werking moeten treden. Daar is immers de ecologische structuur doorgeknipt ná de totstandkoming van de nota Ruimte voor Natuur.

Compensatie en verdichting

Het plaatselijk versmallen van onderdelen van de ecologische structuur hoeft wat ons betreft inderdaad niet uitgesloten te worden, als de compensatie maar voldoet aan de voorwaarde dat de ecologische structuur adequaat kan blijven functioneren.

Financiering

Het is wonderlijk dat, waar in de ontwikkelingsvisie in het algemeen financieringsvraagstukken niet aan de orde zijn, dit wel op de proppen komt ("financiering nader bepalen') bij het aanleggen van faunapassages, natuurvriendelijke oevers e.d. bij nieuwe bouwprojecten. Dat zal toch niet als ontsnappingsclausule bedoeld zijn?

B-1 locatie

De aktie "milieuvriendelijke invulling" van de B-1 locatie, kan vanwege het dubbelzinnige karakter van de formulering niet op ons onverdeelde enthousiasme rekenen. Is het dan misschien de bedoeling om andere delen van de gemeente niet milieuvriendelijk in te richten? En is de term 'milieuvriendelijk' misschien maar een slap aftreksel van wat als 'ecologisch' of 'natuurvriendelijk' kan worden beschouwd?

Een ondubbelzinnig milieuvriendelijke invulling van het gebied, die goed past binnen de ontwikkelingsvisie en binnen het mozaïek van functies dat Delft-oost biedt, is o.i. met weinig investeringen mogelijk.

Samen met een locale veehouder hebben wij voor het gebied concrete ideeën uitgewerkt in een plan dat is opgebouwd uit een combinatie van biologische veehouderij, natuurontwikkeling, extensieve recreatie en educatie. Sinds het voorjaar van 1997 hebben wij gewerkt aan een draagvlak voor het plan, zowel bij gemeentelijke afdelingen als bij de provincie. Wij hopen het plan binnenkort aan u voor te leggen.

Verkeer en vervoer in Kennisstad

Het gebruik van het woord maximaal bij het formuleren van de doelstellingen van de Delftse bereikbaarheid lijkt ons een ongelukkige en onbruikbare term. Het gaat er om de eisen die aan het verkeers- en vervoerssysteem (en dat zijn zeker ook eisen uit andere systemen) gesteld worden zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd.

Vertrouwend u van dienst geweest te zijn, tekent

etc.


Delft, 4 januari 1998 | netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com