Inspraak Vierde Nota Waterhuishouding

Delft, 30 januari 1998

Betreft: Inspraak NW4

Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat
Kneuterdijk 6
2514 EN Den Haag

L.S.,

Hieronder presenteren wij u het commentaar van onze groep op Water Kader, het regeringsvoornemen voor de Vierde Nota Waterhuishouding.

Van open planproces tot open plan

Na het open planproces, dat aan de totstandkoming van het regeringsvoornemen Water Kader vooraf ging, blijkt tot onze teleurstelling de inhoud van de Vierde Nota Waterhuishouding evenzeer nogal "open" te zijn geworden. Dat kan wat ons betreft niet de bedoeling zijn geweest. Terecht wordt geconstateerd dat er behoefte is aan versterking van de uitvoering van het beleid dat met de Derde Nota werd ingezet, maar vervolgens wordt aan de versterking van die uitvoering (bijvoorbeeld in het magere hoofdstuk over het instrumentarium) nauwelijks invulling gegeven.

De thema's die om een drastische versterking van uitvoering van beleid vragen, zoals diffuse bronnen en stedelijk water, bieden daartoe volop mogelijkheden. Voor de 'brede kijk' op het stedelijk water, waarvan de noodzaak bij vele gemeenten nog niet is doorgedrongen, is toch wel wat meer te verzinnen dan een "communicatiestrategie" die door Rijk, IPO, VNG en Unie van Waterschappen ontwikkeld moet worden?

Wij nemen hier wat mogelijkheden voor versterking van de uitvoering van het beleid bij de kop.

Diffuse bronnen

Hoewel de emissies van puntbronnen aandacht blijven vragen, is een zwaarder accent op de diffuse bronnen zeker op zijn plaats. Die problematiek is bovendien weerbarstiger, omdat de belangrijkste diffuse bronnen van alles te maken hebben met de aard van de (Nederlandse) economie. Het gaat dan vooral om autoverkeer, luchtvaart en intensieve landbouw. Een aantal andere diffuse bronnen, zoals koper- en PAKs-houdende scheepsverven en zink van dakbedekkingen, zijn met 'techniek' op te lossen.

Verkeer

Het is hoog tijd dat ook in financieel opzicht zichtbaar wordt gemaakt waar schade veroorzaakt wordt. Deze gedachtengang zou, behalve als een verbinding met de nota Economie en Ecologie, als een financiële rode draad door NW4 moeten lopen.

Als een bedrijf of een waterschap op rijkswater loost, dan kost dat terecht een fikse rijksheffing. Maar de enorme lozingen van de rijkswegen op het omliggende landschap blijven onbelast. Het is ons bekend dat de gezamenlijke overheden de plussen en minnen van hun onderlinge milieubelasting ooit tegen elkaar hebben weggestreept. Het inzicht wint veld dat zulke operaties, waarbij effecten van gedrag worden als het ware worden 'verstopt', het ecologisch verantwoord functioneren van de economie juist belemmert.

Hetzelfde geldt voor de luchtvaart, waarvoor stimulansen blijven uitgaan door subsidies aan vliegtuigfabrikanten, belastingvrijdom van brandstof en ook nog eens heffingsvrijdom van luchthavens en luchtvaartmaatschappijen waar het gaat om de belasting van bodem, water en lucht in de omgeving. Als voorbeeld: de gevolgen van Schiphol voor het naburige oppervlaktewater dienen o.i. integraal door het Hoogheemraadschap van Rijnland in rekening te kunnen worden gebracht.

De algemene conclusie is dat de WVO moet beter toegesneden worden de beheersing van diffuse bronnen. NW4 moet daar de aanzet voor geven.

Landbouw

Wat betreft de intensieve veehouderij en akkerbouw is dringend stimulering geboden voor het instellen van mest- en spuitvrije zones. Soms kan, zoals in het voorbeeld van pag. 74 ('De sloot is je buurman') wordt geschilderd, de perceelsrand worden gebruikt voor een 'vanggewas', maar ook voor perceelsranden met een natuurfunctie moeten er rmeer mogelijkheden komen.

Het convenant PAREL voor de Noord- en Zuid-Hollandse akkerbouw is een stap vooruit; het totstandkomen van dergelijke afspraken zou ook voor de veehouderij van kracht moeten worden. Bij onvoldoende voortgang is een wettelijke regeling nodig.

Water Kader biedt hier eerder een impasse dan een uitweg; ook van de WVO-heffing open teelten wordt, om het slappe mestbeleid niet in de wielen te rijden, afgezien.

Glastuinbouw

De glastuinbouw blijft voor grote problemen zorgen. De grenswaarden voor nutriënten worden in het Westland veelal met een factor 20 en de grenswaarden voor probleemstoffen als parathion en dichloorvos dikwijls met een factor 100 resp. 500 overschreden (zie ook Bijlage 1 met enkele beelden van de eutrofiëring en de toxiciteit van Westlandse wateren). Emissiereducties van 75% of 90% zijn, hoe indrukwekkend ze ook klinken, hier ontoereikend.

Het convenant glastuinbouw n milieu tussen de LTO en de gezamenlijke overheden (gesloten op 13 november 1997) biedt onvoldoende perspectief. De vermindering van de lozingen tot het jaar 2010 lijken adequaat, maar men vergeet dan dat die doelen niet gelden voor concentratiegebieden. Omdat de glastuinbouw in Zuid-Holland uit concentratiegebieden bestaat en zich de tendens voordoet dat ook nieuwe locaties als concentratiegebieden moeten worden gekarakteriseerd, voorzien wij een blijvende en een onaanvaardbare aantasting van de milieu- en natuurkwaliteit in deze gebieden. In de omliggende gebieden worden boevndien ook de grenswaarden zelden gehaald.

Een oplossing komt alleen in zicht als het milieu- en waterbeleid wat de glastuinbouw betreft wordt verbonden met beperkingen van de omvang van de glastuinbouwarealen, een en ander in samenhang met drastische maatregelen voor verbetering van de structuur (veerkracht) van het locale oppervlaktewater.

Veerkrachtige watersystemen

Natuurvriendelijke oevers

De hoofdlijn van "het instandhouden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen" onderschrijven wij, al zal praktisch gesproken het instandhouden vaak niet voldoende zijn. Als we ons even beperken tot de kleinere watersystemen van sloten, watergangen en grachten, dan zien we dat inrichting en beheer van die systemen nog veel te weinig gericht zijn op het realiseren van die veerkracht. In veel steden en stadsranden worden nog dagelijks volkomen overbodige steile schoeiingen aangelegd en blijkt bij de locale overheden de kennis van adequate inrichting en beheer van oevers en water zeer onvoldoende. En zelfs in VINEX-locaties wordt, Leidsche Rijn niet te na gesproken, veelal in achterhaalde patronen vervallen.

Een krachtige aanpak door de Rijksoverheid is hier op zijn plaats, voortbouwend op eerdere initiatieven (zoals de lancering van het Handboek Natuurvriendelijke oevers in 1994). Het tempo waarmee in onze omgeving de veerkracht van de watersystemen wordt aangetast kan niet op tegen de maatregelen die de veerkracht moeten vergroten; het rechtvaardigt o.i. het instellen van een vergunningstelsel voor de aanleg van oeververdedigingen. Dat zou bovendien kunnen voorkomen dat het grootste deel van het tropisch regenwoud, zij het in keurig gezaagde vorm, in Nederland komt te staan.

De huidige, ongewenste ontwikkeling wordt dikwijls nog versterkt door de neiging van gemeenten de gronden steeds vaker tot de waterlijn uit te geven, een ontwikkeling die haaks staat op het inzicht dat voor goed waterbeleid (en daarmee een goede ruimtelijke ordening) ruimte voor water nodig is. Een op veerkracht gerichte inrichting en beheer van zulke versnipperde oevers blijft dan op voorhand buiten bereik.

Visstandsbeheer

Onder het hoofdje "veerkrachtige watersystemen" hoort ook het visstandsbeheer thuis. De levensgemeenschap in en langs het water is immers bepalend voor die veerkracht. De vissen zijn daarin een belangrijke schakel. Het omgaan met de particuliere organisaties die vis vangen en uitzetten moet in dat kader geplaatst worden. Via die weg moet worden bevorderd dat de visstand minder eenzijdig wordt beïnvloed, dat bodemwoelers als Brasem en Karper worden teruggedrongen en dat gewezen wordt op de eutrofiërende effecten van het overdreven gebruik van lokvoer, vooral in stagnante wateren.

Financiering

Het financiële 'waterspoor' is o.i. een billijke en effectieve manier om de waterkwaliteitsheffing op te baseren. Van het huidige forfaitaire stelsel gaat geen enkele stimulans naar de burger uit om verantwoord met water om te gaan. In alle bemeterde gebieden kan het systeem worden toegepast.

Wij zien niet in waarom de regering, voor het water in te duiken, eerst nog de tenen nat maakt; het eerst op beperkte schaal wat experimenten mogelijk maken (pag. 90) getuigt o.i. van overbodige omzichtigheid. Het ruimte maken in de WVO voor het financiële waterspoor kan wel wat doortastender!

We willen met bovenstaande reactie volstaan, hoewel er nog vele andere onderwerpen uit Water Kader zijn die het waard zijn van &endash; overigens vaak positief &endash; commentaar te voorzien.

Vertrouwend u van dienst geweest te zijn, tekent

Met vriendelijke groeten,

Namens de Initiatiefgoep Natuurbeheer in Delft


netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com