Nieuwsbrief no. 28

februari - augustus '99
netplek

archief nieuwsbrieven

laatste nieuwsbrief

 

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

samenwerking van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN, Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en Werkgroep Groenbeheer Nootdorp _ contactadressen: Leen van Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 2561141, Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. 2617728, e-mail gertjan.majoor@nni.nl, Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. 2140836 en Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft, tel. 015&endash;2617035 (werk: 015&endash;2782124; fax 015&endash;2787585), e-mail ind@datadelft.com.

De koppen:

Delft

Regio
Provincie
Nationaal

A. Gemeente Delft | B. Hoogheemraadschap van Delfland; waterhuishouding | C. Planologie, streekzaken | D. Technische Universiteit Delft | Losse berichten

A. Gemeente Delft

[A1] Groen- en natuurbeleid

Evenals in sommige andere jaren is bij het maaibeheer in het afgelopen voorjaar een niet al te breed randje langs beschoeide oevers ongemaaid gelaten. Op deze plaats komt doorgaans een ruige begroeiing tot ontwikkeling omdat er zich achter de beschoeiing een ophoping van nutriënten voordoet. Botanisch gezien zijn deze ruige randen niet zo bijzonder, maar voor de fauna zijn ze desalniettemin uiterst waardevol, vooral als tenminste een gedeelte ervan de tijd wordt gelaten om te overzomeren en vooral te overwinteren.

Omdat de betekenis van deze stroken door de beheerders niet wordt begrepen, worden ze in de zomer of nazomer alsnog gemaaid.

Het is ons verder opgevallen dat het maaien steeds ruwer en ongeïnteresseerder gebeurt. Niet zelden komen grote hoeveelheden maaisel in de sloot terecht, waar het afstervende plantmateriaal bijdraagt aan de zuurstofloosheid van het water.

Wij zouden wensen dat de gemeente in het dagelijks beheer blijk zou geven van enige belangstelling voor de ecologische kanten van het groenbeheer ... Er zijn o.i. nu geen beletselen meer om de resultaten van het overleg, dat in 1996 (!) werd gevoerd om - in samenhang met de natuurmonitor - rond de Bomenwijk en in de Buitenhof tot ecologisch beheer (met spreiding van beheerswerkzaamheden in ruimte en tijd) over te gaan, terstond tot uitvoering te brengen. Dat de gemeentelijke reorganisaties hier roet in het eten gooien, wil er bij ons niet in. We kunnen in dit verband niet nalaten vast te stellen dat van het onderdeel van het collegeprogramma om gezamenlijk een actieplan ecologisch beheer op te stellen, ook nog niets terecht is gekomen.

[A2] Milieubeleidsplan 3D

In de periode februari-juni heeft de gemeente Delft zich veel inspanningen getroost om de burgers bij het maken van een nieuw milieubleidsplan (waarvan het gemeentelijk waterplan deel zal uitmaken) te betrekken. Met de manier waarop dat gebeurde waren de leden van de Initiatiefgroep niet onverdeeld gelukkig, en dat gold in het bijzonder voor het waterplan.

Wat ons nu in de voortgang van het waterplan ongerust maakt is dat voor het voortbouwen op de basisstudie een weinig transparante weg is bewandeld. Wij hebben er op een van de 3D bijeenkomsten op gewezen dat er in verschillende opzichten eerder van een breuk dan van een voortbouwen op de basisstudie van IBN-DLO en BOOM kon worden gesproken.

Zo dreigde bijvoorbeeld een overboord gooien van het circulatiemodel en het fundamentele verschil van dat model met wat "doorspoelen" is. Ook gaf men er in de voortgang blijk van dat de kern van de Delftse binnenstedelijke wateroverlast werd gemist en dat de betekenis van vertraagde afstroming in het stedelijk gebied slecht begrepen werd.

Een ander punt van kritiek is dat de manier waarop de avonden gearrangeerd worden, de deelnemers verhinderde om te discussiëren over de grote lijnen van het duurzaamheidsplan; men moet genoegen nemen met discussie in werkgroepen, terwijl op een ander niveau "wel even voor de samenhang gezorgd wordt".

Hoe dat alles ook verder zij, wij hopen dat de gemeente in september met een voortvarend milieubeleidsplan op de proppen komt. Als er dan nog wat op aan te merken is, dan zullen we dat zeker laten weten.

[A9] Houtwal Delftechpark I

Moesten we in nieuwsbrief 27 melden dat de procedure voor het behoud van de prachtige houtwal aan de noordkant van Delftechpark I niet goed was afgelopen, nu kunnen we melden dat desondanks - misschien wel door de brief die wij daarna nog aan het college van B&W hebben geschreven de houtwal in stand blijft. Winst voor de natuur in de stad, en zeker ook winst voor het bedrijvenpark zelf.

[A12] Bieslandse Bovenpolder

In zijn vergadering van 24 augustus heeft het college van B&W eindelijk een besluit genomen over aan wie de graslanden van de Bieslandse Bovenpolder verpacht zullen worden. Dat besluit heeft men met grote omzichtigheid moeten nemen, omdat er enkele (vermeende) lokale belangen bleven volharden in het dwarsbomen van het plan.

Dit betekent dat binnenkort met de uitvoering van het plan wordt begonnen. Enkele uitvoeringsdetails zouden wij graag anders zien(o.a. de maat van de bosjes achter Ikea is naar onze smaak in het plan te groot.), maar in grote lijnen zijn wij zeer ingenomen met het plan dat nu op tekening staat.

Over de vraag wat er op het gereserveerde terrein in de noordwesthoek zal komen bereiken ons steeds vaker berichten (of zijn het geruchten?) dat er een uitbreiding van de camping zal komen. Dat zou ons allerminst aanstaan. Wij zouden het onbegrijpelijk vinden dat er op die plek een bestemming zou komen die aan al die andere maatregelen afbreuk zouden doen.

[A14] Delfts waterplan

Zie onder [A2]

[A15] Delftse zoom

In het voorjaar werd het overleg met de gemeente en de bewoners afgerond. Het kostte de nodige moeite een substantieel deel van de oevers natuurvriendelijk ingericht te krijgen, want om duistere redenen bestaat er bij ontwerpers tegen dit bouwen-met-de-natuur nog veel weerstand.

B. Hoogheemraadschap; waterhuishouding

[B2] waterbeheersplan Delfland (WBP99)

Waterbeheersplan 1999-2003

Een van de laatste daden van het bestuur van Delfland vóór de afgelopen waterschapsverkiezingen was de vaststelling van het Waterbeheersplan 1999-2003. In vorige nieuwsbrieven (o.a. nieuwsbrief no. 25) zijn we al ingegaan op de discussies die zich in de voorbereidende stadia van de planvorming hebben voorgedaan, en deze eindversie bevat dan ook eigenlijk geen verrassingen meer.

Het nieuwe Waterbeheersplan is sterk doortrokken van hedendaagse hydrologische en ecologische inzichten. Het waterschap heeft daarmee in de afgelopen tien jaar - in feite sinds de echt vernieuwende Derde Nota Waterhuishouding (1989) - een grote omslag, nl. van een instelling die maar te zorgen had voor water in het agrarisch gebied (de steden zijn 'ontpolderd', d.w.z. het beheer werd en wordt aldaar (nog) aan de stedelijke gemeenten uitbesteed) naar een instelling die van grote betekenis is voor de woon- en werkomgeving en natuur en landschap in het Delflandse gebied. Van volgend naar sturend dus.

Tekenend voor de vernieuwing bij Delfland is de reactie die werd gegeven op de inspraak van de WLTO, een reactie met veel kenmerken van een achterhoedegevecht. Niet realistisch vindt de WLTO de verre kijk op de toekomst, te breed de kijk op waterbeheer, en het ecologisch onderhoud i.v.m. met vergroting van de plaagdruk niet zonder bedenkingen. En de WLTO is verder beducht om de glastuinbouw als milieubelastend af te schilderen, want ook verkeer, stedelijke overstorten en externe factoren bepalen mede de milieukwaliteit en verdienen de zwarte piet.

Dat de beleidsveranderingen bij Delfland tot stand zijn gekomen bij een toch nog betrekkelijk traditionele bestuurssamenstelling, geeft aan dat de maatschappelijke omstandigheden en de lijnen die bij de hogere overheden worden uitgezet, van grote invloed zijn. Wat overigens niet wegneemt dat wij initiatieven zullen blijven nemen om Delfland in ecologische richting bij te sturen, want papieren beleid op zichzelf is niet voldoende om de knellende waterproblemen in Delfland te lijf te gaan. De uitvoering zien we dan ook zowel kritisch (vooral m.b.t. de aanpak van diffuse lozingen en het optreden in vraagstukken van ruimtelijke ordening) als met enig vertrouwen tegemoet.

Bijdrageregeling

Het bestuur van Delfland heeft, om het beleid ook daadwerkelijk op gang te brengen, intussen een bijdrageregeling waterkwaliteitsprojecten vastgesteld, waarvan inmiddels de eerste ronde (1999) door keuze van ondersteuning van projecten is vastgesteld. Bij deze eerste tranche gaat het om ondersteuning en participatie tot een bedrag van 1,7 milj. gulden.

Het meeste geld gaat naar projecten op betrekkelijke afstand van Delft; maar met enige moeite is er ook een Delfts project op de lijst van 1999 te vinden: afkoppelen Van Miereveltlaan. Kennelijk is er in het Delftse weinig dat op het gebied van vernieuwend waterbeheer indruk maakt ... We nemen aan dat initiatieven die deel uitmaken van het Delfts waterplan in de komende jaren van de regeling zullken kunnen profiteren.

[B7] Waterschapsverkiezingen 1999

De waterschapsverkiezingen van april zijn in Zuid-Holland en zeker ook in Delfland op een groot succes uitgelopen. Zeven van de negen kandidaten die door Consept werden gesteund, werden gekozen, en als men daar ook nog enkele groenen bijtelt die zich bij de niet door Consept gesteunde kandidaten bevonden, komt het aantal groene leden van het algemeen bestuur op een stuk of tien.

Gekozen werden:

Net niet gekozen:

Het werk van het nieuwe algemeen bestuur zal zich naar wij bevroeden vooral bewgen op het gebeid van bewaken, bijsturen en controleren. De grote onderwerpen, zoals de investeringen in de Harnaspolder, de konsekwenties van de wateroverlast in 1998 en het waterbeheersplan 1999-2003 werden immers alle nog door het oude bestuur vastgesteld.

website: http://www.pz.nl/groene-waterschappers-zh

C. Planologie; streekzaken

[C6] Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening

Met 'De ruimte van Nederland' heeft minister Pronk het startsein gegeven voor een jaar discussie over de inrichting van Nederland. In de startnota wordt vreemd genoeg aan de ene kant geprobeerd om stad en land gescheiden te houden en aan de andere kant openingen te maken voor het 'corridor'-concept, een ruimtelijk concept waar ondernemersorganisaties en kamers van koophandel als een kudde achteraan hollen. "geplande corridorontwikkeling teneinde gebundelde verstedelijking mogelijk te maken", staat op p. 31 van de startnota. Wij hebben er onze twijfels over. Positief in de nota is wat ons betreft dat de beleidsuitgangspunten van het waterbeleid nu sterk doordringen in de ruimtelijke ordening. Het is niet het enige signaal dat het initiatief bij het waterbeleid verschuift van het departement van V&W naar dat van VROM.

Intussen kwam er eind augustus eindelijk eens een fraaie beslissing uit het kabinet-Kok: geen glastuinbouw in de Hoekse Waard. In de lokale en provinciale politiek is het tot nu toe bon ton geweest dat aan de met weinig bescheidenheid gestelde verlangens van het glastuinbouwbedrijfsleven (samen te vatten onder de ontwapenend eenvoudige slagzin 'hoe meer hoe beter') werd tegemoetgekomen, en de overloop naar de Hoekse Waard was er een van. De druk op de ruimte in de gebieden ten westen en ten oosten van Delft zal als gevolg van deze regeringsbeslissing ongetwijfeld toenemen, maar dat kan óók bevorderen dat de burgers en bestuurders in dit gebied eens grondig over de grondige verpesting van onze ecosystemen gaan nadenken, want meer steriele gebieden dan massieve glastuinbouwcomplexen zijn niet denkbaar.

Wij komen op de vijfde nota in de volgende nieuwsbrief ongetwijfeld nog op terug, want eind van 1999 zal de discussie wel wat heviger losbranden.

[C11] Haaglanden

Groenbeleidplan

Bij het stadsgewest wordt ook gewerkt aan een groenbeleidsplan, dat groenbeleid probeert te ontwikkelen voor hetgeen de gemeentegrenzen overstijgt. Een eerste concept zou eind januari in het dagelijks bestuur van het stadsgewest besproken worden, maar voor zover wij kunnen nagaan is dat nog steeds niet gebeurd.

Dit uitstel heeft alles te maken met de bewegingen die er in de regio worden gemaakt t.a.v. toekomstige verstedelijking. Zoals 'stedenland west 2020' van de gemeenten Delft, Den Haag en Zoetermeer. Maar ook de reconstructie van het Westland, met name de groen-blauwe structuur, is hierop van invloed. Onderwerpen die bij voorkeur niet besproken worden in het kader van een groenbeleidsplan dat nog in de steigers staat. Voorzien wordt bijvoorbeeld een discussie over de overgangszone Den Haag-Westland. Den Haag kijkt met andere ogen naar deze zone (directe aansluiting op A4, ontwikkelings-as) dan het BCW (ruimte voor kassen met een recreatieve verbinding) en de begeleidingsgroep van het Groenbeleidsplan (robuust groen casco). Een andere tegenvaller is dat de zone tussen Zweth en verlengde veilingroute (voorlopig?) glas blijft.

Groenbeleidsplan Haaglanden, voorlopige schets

Regionaal Milieubeleidsplan 2 Haaglanden: 2: "het profijt van duurzaam denken"

In dit stadsgewestelijk plan is sprake van twee grondslagen: duurzame ontwikkeling en leefkwaliteit. Het plan valt gelet op de grote verschillen in de cultuur van de diverse Haaglandse gemeenten, niet tegen. Tegen "een duurzaam en leefbaar Haaglanden en streven naar een verantwoorde balans tussen ruimtelijke, economische en ecologische belangen" kunnen wij althans weinig inbrengen. Maar dit taalgebruik verhult tegelijkertijd dat het plan erg weinig concreet is.

Een voorbeeld. Op pag. 5 van de samenvatting staat dat "het besef groeit dat er meer nodig is om voortgaande verstedelijking en economische groei het hoofd te bieden". Een zin met zeer opvallende inhoud, even verder nog overtroffen door de ambitie om de gemeenten uit te dagen "hun beleidsinstrumenten te ecologiseren" maar wie heeft gevolgd hoe in dit stadsgewest de ontwikkeling van de VINEX-locaties verloopt en hoe een bouwstroom tot ontwikkeling is gekomen die in enkele jaren leidt tot een overproductie van 20.000 woningen, die haalt toch even zijn wenkbrauwen op.

In het hoofdstuk ruimte staat een lijst van zestien actiepunten op het gebied van duurzame inrichting, zonder twijfel allemaal betrekking hebbend op boeiende terreinen, maar die teleurstellend weinig concreets bevatten. Wat te denken van een actiepunt "Voor het inrichten van de openbare ruimte in de regio ontwikkelt Haaglanden een pakket maatregelen." Over zo'n onderwerp zouden wij moeiteloos een boek kunnen schrijven, geïllustreerd met duizenden voorbeelden van wat er in de Haaglandse gemeenten op dit gebied allemaal fout gaat. Enfin, het plan kondigt het opstellen van een maatregelenpakket aan, dus wat willen wij nog meer?

Wat het waterbeleid betreft trof ons dat "Haaglanden de hoofdlijnen (ontwikkelt) voor waterbeleid in de regio". Daar zal men bij Delfland van opkijken!

Op het gebied van leefkwaliteit (m.n. milieukwaliteit) staan in het plan zeven actiepunten, maar ook die munten niet uit door concrete inhoud.

In het hoofdstuk economie worden zinnige uitgangspunten geformuleerd, zoals intensiever gebruik van bedrijventerreinen en menging van functies. Over het concept van duurzame bedrijventerreinen zijn tal van stimulerende publicaties verschenen waar het stadsgewest en de participerende gemeenten zo mee aan de slag kunnen, maar afgaande op wat er in dit milieubeleidsplan staat (de vier actiepunten bijvoorbeeld) krijgt het aspect van de ecologie om en in de bedrijventerreinen nauwelijks aandacht. Wij stoten daar op een centrale tekortkoming in dit milieubeleidsplan: het plan gaat voorbij aan de betekenis van voldoend sterke, veerkrachtige ecosystemen in het Haaglandse gebied. Zo'n ecosysteembenadering zou aan het licht brengen dat er bijvoorbeeld in het Westland nog veel meer nodig is dan een allengs afgeslankt IOPW (aanvankelijk bijna 1000 ha minder kassen, nu 700 ha).

WEBSITE: http://www.haaglanden.nl/milieu/fr_mil.htm

[C13]  IOPW

In juni is de stuurgroep IOPW (Integraal Ontwikkelingsplan Westland) uitgebreid de boer op geweest met de laatste versie van het IOPW. Het gaat in dat plan om het leefbaarder maken van het Westland, meer verscheidenheid in de economie, meer bedrijventerreinen en woningen, en een groene dooradering langs oude kreken.

Ten opzichte van het concept van bijvoorbeeld een jaar gelden valt op dat de oppervlakte glasopstallen die zou moeten verdwijnen, is verminderd met zo'n 250 ha. Dat zal ook mede verklaren dat het tekort waar men mee zit is teruggelopen tot een slordige 300 miljoen florijnen.

[C14] Groenblauwe slinger (GBS)

Afgelopen voorjaar publiceerde de provincie Zuid-Holland het ontwikkelingsperspectief voor de Groenblauwe Slinger: Stad en Land in Balans, naar een groenblauwe levensader voor het stedelijk gebied van westelijk Zuid-Holland. Een jaar geleden kon men op het concept-stuk reageren; de ruim 30 reacties hebben echter nauwelijks tot aanpassingen geleid.

De kritiek van de Initiatiefgroep bevatte toen drie hoofdpunten:

In de Nota van beantwoording en wijziging geeft de provincie aan in deze kritiek geen reden te zien de plannen te wijzigen, maar bij het nalezen van het plan valt op dat de tekst t.a.v. dat grootschalig water aanmerkelijk genuanceerder is geworden. M.a.w., de pogingen om de plannen op dit punt bij te sturen maken nog enige kans. Ook wat de toenemende rol van de biologische veehouderij in ons landschap betreft zou het eigen Beleidsplan Milieu en Water dat de provincie aan het maken is, nog wel aanleiding kunnen zijn voor aanpassingen in die richting.

Groenblauwe Slinger

 

Groenzone

Van het grote knelpunt in het plan voor de Groenblauwe Slinger, de zg. Groenzone, is in juni een cascoplan gepresenteerd. Van dit casco worden in het plan drie voorbeelduitwerkingen gepresenteerd, nl. 'recreatiepark', 'natuurpark' en 'stadspark'. Het plan moet in de komende vijf tot tien jaar worden gerealiseerd.

Alle drie de uitwerkingen zijn zeer waterrijk, maar ze kunnen toch niet verbloemen dat de Groenzone op enkele plaatsen erg smal wordt, veel te smal om de ecologische ambities die het Groenblauwe Slingerproject zou moeten hebben, waar te maken.

[C16] Provinciaal beleidsplan Milieu en Water

De weg naar het Beleidsplan Milieu en Water, die de provincie heeft uitgestippeld, is nu anderhalf jaar lang en heeft intussen een 'voorontwerp' opgeleverd. Komend najaar komt het 'ontwerp' in de inspraak, waarna het provinciaal bestuur het plan kan vaststellen in 2000. We komen er dus nog op terug, maar gaan hier toch, al is het fragmentarisch, op het voorontwerp in.

In een reactie in de eerste fase (begin 1998) van dit planproces ("de oriëntatie") had de Initiatiefgroep de nadruk gelegd op de noodzaak om veerkrachtige ecosystemen voor stad en land te ontwikkelen, om de duurzame landbouw en - consumptie voorrang te geven, een halt toe te roepen aan de totstandkoming van nieuwe concentratiegebieden van glastuinbouw en een extra inspanning te leveren bij de bestrijding van de diffuse vervuilingsbronnen. Met deze suggesties wordt in het voorontwerp betrekkelijk weinig gedaan (voor zover uit het lange en niet erg overzichtelijke stuk is vast te stellen). Het stimuleren van de biologische landbouw krijgt prioriteit, dat is positief. Maar wat de glastuinbouw betreft houdt men vast aan de misvatting dat grote glascomplexen milieuvriendelijk (kunnen) zijn, ook al kan men het met het provinciaal bestuur eens zijn dat bedekte teelt moet plaatsvinden op bedrijventerreinen nabij of langs de hoofdtransportassen.

Het beleidsplan Milieu en Water begint met te kiezen voor zes 'issues' (hemel, had men daar nou geen Nederlands woord voor kunnen nemen?!) op het schaalniveau van de provincie:

Deze onderwerpen zullen later in 'gebiedsuitwerkingen' nog naar de stedelijke regio's worden vertaald; die voor Rijnmond werd al in het beleidsplan opgenomen.

In hoofdstuk 2, 'Naar een duurzaam leefbare provincie', besteedt het stuk terecht enige aandacht aan de relatie economie-ecologie. De economie is, zo wordt erkend, een systeem dat afhankelijk is van de "randvoorwaarden die de aarde aan natuurlijke productievoorwaarden op zeer lange termijn te bieden heeft". Maar men gaat niet zover, zoals wij hebben voorgesteld, om de veerkrachtige ecosystemen zelf centraal te stellen.

In het waterbeleid komen de thema's uit de recente nota "Bruisend water" opnieuw naar voren: meer waterberging (vooral bij de steden te combineren met recreatieve functies), het vasthouden van schoon water (conservering), inspelen op klimaatverandering en bodemdaling en water als sturend element voor de ruimtelijke ordening. Merkwaardig is het dat deze verdienstelijke visies op het waterbeheer op papier werden gezet in dezelfde tijd dat de provincie een gebiedsuitwerking voor de Zuidvleugel van de Randstad opstelde en het presteerde daarin de factor water niet eens te nóemen. En verder zal de provincie (die in dit geval vergunningverlener is) nog eens heel goed moeten kijken naar de enorme grondwateronttrekkingen van Gist-brocades, die elk zomerhalfjaar een 13 miljoen m3 koelwater oppompt. Deze onttrekking versterkt de bodemdaling in en rond Delft en betekent een grondige verstoring van het lokale ecosysteem.

Website: www.pzh.nl

[C17] Bieslandse polder

Medio 1998 heeft de IND samen met de Vogelwacht nogal wat energie gestoken in een lobby bij de Dienst Landelijk Gebied (v/h de landinrichtingsdienst) om de plannen m.b.t. de bebossing van de westhoek van de Bieslandse Polder naar beneden bij te stellen. Door zulke maatregelen dreigt die polder (zowat de enige polder ten oosten van Delft die open blijft) als biotoop voor weidevogels en lepelaars verloren te gaan. Wij vonden bovendien dat bij de oorspronkelijke opgave (begin van de jaren 80) te realiseren hectares bos door de uitvlokking van de glastuinbouw en de oppervlakken VINEX-wijken sowieso moesten worden herzien.

Het was dan ook een aangename verrassing toen bleek dat in het "Gebiedsperspectief Strategisch Groenproject Landgoederenzone Haaglanden" te lezen was dat nu voorgesteld wordt "de geplande agrarische enclave in het gebied met 18 ha te vergroten om het fourageergebied (voor de lepelaars) te behouden". Omdat er nou eenmaal ergens in een ambtelijk stuk staat dat er x ha bos moeten worden aangelegd, moeten die 18 ha ergens anders, en wel in de Noordpolder worden gevonden.

D. Technische Universiteit Delft

[D4] Stedebouwkundig plan TUD

Masterplan TU-wijk

Ruim anderhalf jaar nadat we berichtten dat de TUD mw Riek Bakker opdracht had gegeven een stedenbouwkundig masterplan te maken, is er eindelijk nieuws. Het plan van mw Bakker, wat er ook in gestaan moge hebben, gaat naar de prullenbak. Of dat jammer is valt nog te bezien, want wat er dezer dagen in Delta stond biedt, denken we, kansen voor een ecologische en vernieuwende aanpak van het TU-gebied.

In de nu ontstane situatie zijn er weer kansen om de TU-wijk zowel proeftuin als voorbeeldwijk te maken. In het blad Delft Integraal van april stond o.a. een uitvoerig artikel van Marion de Boo onder de titel "De TU-wijk als proeftuin voor milieu-onderzoek". In het artikel komt prof. Donze uitgebreid aan het woord en hij hamert op dit aambeeld waarop ook de Initiatiefgroep al zo lang hamert.

Losse berichten

Over de melasseramp in Delft en Delflands boezem maken we weinig woorden vuil, ook al hebben de kranten er weken van vol gestaan. Wij vinden het verbijsterend dat men bij Gist-Brocades in de eerste plaats geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de melassestroom het oppervlaktewater zou kunnen bereiken en dat - nog erger - niet alles in het werk is gesteld het probleem te isoleren, d.w.z. te beperken tot de Kerstanjewetering. Daardoor werd er, zoals de Delftsche Courant schreef, een spoor van verderf door de boezem van Delfland getrokken. Gruwelijk.

Prijsvraag NVA

De Nederlandse Vereniging voor Waterbeheer organiseert een prijsvraag en ontwerpprijsvraag: de waterkaart van Nederland in 2099. De deelnemers moeten hun voorstellen voor 1 november inzenden. Aanmelden bij: mw A. Gerssen, STOWA, Postbus 8090, 3503 RB Utrecht,

tel. 030-2321199, email stowa@stowa.nl. Meer informatie is te vinden op de website www.nva.nl.

Oprichting agrarische natuurvereniging Midden-Delfland

Eind maart werd in Den Hoorn de agrarische natuurvereniging Midden-Delfland opgericht. Via zulke verenigingen kunnen de agrariërs begeleiding en subsidiëring ontvangen voor m.n. weidevogel- en slootkantenbeheer. De boeren die aan een of meerder vormen van natuurbeheer meedoen, sluiten hiertoe een contract af met de vereniging.We hopen dat de nieuwe vereniging een belangrijke stimulans zal zijn voor een ecologisch verantwoorde ontwikkeling van dit laatste restje landelijke gebied ten zuiden van Delft.

Achterbanraadpleging Ruimtelijk Economisch Beleid

Op 13 september organiseert Milieudefensie de eerste achterbanraadpleging in verband met zijn deelname in de Sociaal Economische Raad. MD neemt, bij wijze van experiment, deel in twee commissies van de SER. Deze raadpleging gaat over het concept-SER-advies 'Ruimtelijk economisch beleid'. In dat advies komen thema's aan de orde als mainports (Schiphol, Rotterdamse haven), de behoefte aan bedrijventerreinen en de vorming van corridors.

Informatiebijeenkomst van Delfland

Op 10 november is er een informatiebijeenkomst van Delfland in De Acker, Pijnacker. Aanvang 20.00 uur.

Enkele opvallende berichten uit de digitale nieuwsbrief van Publieke Zaken (www.pz.nl)

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) groeit de intensieve veehouderij in Nederland nog steeds. De kippenstapel nam vorig jaar met 9 procent toe. Ons land is momenteel 108 miljoen kippen rijk. Hiervan worden er 55 miljoen voor de vleesproductie gehouden en 44 miljoen voor de eierproductie. De toename van de kippenstapel blijkt niet alleen te worden veroorzaakt door uitbreiding binnen de pluimveesector. Een groot aantal bedrijven uit andere sectoren, met name de akkerbouw en rundveehouderij, ging in de genoemde periode voor het eerst kippen houden. Over varkens meldt het CBS dat er in het voorjaar van 1997 - net na het uitbreken van de varkenspest - ruim 15,1 miljoen varkens in Nederland waren. Dit aantal kelderde in de loop van dat jaar naar 11,4 miljoen. In april 1999 werden er alweer 14 miljoen varkens gehouden. Het aantal melkkoeien is jarenlang gedaald. Deze daling verliep echter steeds minder snel. Ons land telt momenteel 1,6 miljoen melkkoeien. Meer info: infollb@cbs.nl .

AgriHolland meldt op haar website dat de Nederlandse eco-landbouw nog steeds ver achterloopt op andere West-Europese landen. Alle inspanningen ten spijt, blijft de Nederlandse biologische landbouw met 1 procent van het landbouw areaal (20.000 hectare) ver achter op landen als Oostenrijk (10 procent) en Zwitserland (6,5 procent) en Zweden (3,5 procent). Een grote belemmering voor een doorbraak van de biologische landbouw is de Nederlandse consument die verwend wordt met de laagste voedselprijzen in West-Europa. Zo betaalt de Nederlander f 1,15 voor een literpak halfvolle melk, de Duitser f 1,45 en de Fransman f 1,85. Wel wordt verwacht dat de Nederlandse biologische landbouw binnenkort de groei in omringende landen zal evenaren. Maar hoewel veel boeren willen omschakelen, blijkt dit vooral in de varkenssector en de akkerbouw niet mee te vallen.

Onlangs heeft het in Kopenhagen gevestigde Europees Milieuagentschap (EMA) de eerste Europese Milieuverkenning uitgebracht onder de titel `Het milieu in de Europese Unie op de drempel van een nieuwe eeuw`. Uit het document blijkt dat de milieukwaliteit in de vijftien lidstaten van de Europese Unie de komende jaren sterk zal dalen. De verkenning is gebaseerd op de sociaal-economische basisscenario's van de OESO en de Europese Commissie, die uitgaan van een toename van het BNP met 45 procent tussen 1990 en 2010 en van een toename van de consumptie met 50 procent tussen 1995 en 2010. Meer dan 25 jaar gemeenschappelijk milieubeleid heeft weinig uitgehaald. De kwaliteit van de rivieren is wel verbeterd en de verzuring van het milieu is afgenomen. De niet-duurzame sectoren, zoals vervoer, energie, landbouw, huishoudelijke consumptie en toerisme, die juist voor de milieudruk zorgen, blijven echter te hard groeien.

http://www.nieuwsbank.nl/inp/1999/06/0628f088.htm

Peilfluctuaties en oeverbescherming

In De Levende Natuur zijn recentelijk enkele artikelen verschenen waaruit blijkt dat (natuurlijke) peilfluctuaties gunstig zijn voor een een goede oevervegetatie. Al te strak peilbeheer is nadelig voor een vitale oevervegetatie en dus voor oeverbescherming door planten. Conclusie? Meer peilfluctuaties en veel meer natuurvriendelijke oevers, simpeler kan het haast niet.

 

Literatuuraanwinsten Initiatiefgroep in de periode februari-augustus 1999

 


Laatste wijziging: 8 september 1999, netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com