Nieuwsbrief nummer 26

april 98 - augustus '98

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

A. Gemeente Delft

[A9] Delftechpark I

Via de stichting Commissie Natuur en Milieu werden bezwaren ingestuurd tegen verlening kapvergunning voor het kappen van 2780 m2 bosplantsoen aan de noordkant van het Delftech-park. Omdat er bij deze kapvergunning, ongetwijfeld nog een deel van de onzalige erfenis van voormalig wethouder Boelens, nogal veel aan de hand is, geven we het bezwaarschrift uitgebreid weer.

- beschrijving van de houtwal

De houtwal heeft een totale lengte van ongeveer 600 meter en is 4 tot 7 meter breed. De dominante soorten in de houtwal zijn Spaanse aak en Meidoorn, maar ook andere boom- en heestersoorten zijn vertegenwoordigd, zoals Iep, Lijsterbes, Vlier, Linde, Liguster, Haagbeuk, Zwarte els, Zoete kers, Vederesdoorn en Esdoorn. De houtwal is naar wij aannemen destijds aangelegd om de sportvelden enige luwte te geven.

- ecologische betekenis van houtwallen

Houtwallen vormen een vegetatiestructuur met hoge natuurwaarden, maar zijn ondanks het hoge 'natuurrendement' een bedreigde biotoop. In de grote West-Europese akkerbouwgebieden zijn deze elementen als gevolg van de mechanisatie op grote schaal gesloopt (wat op zijn beurt tot een enorme verhoging van het gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft geleid), terwijl in verschillende Nederlandse steden en vooral ook in Delft soortgelijke groenstructuren ('bosplantsoenen') het op grote schaal moesten ontgelden. De argumenten voor deze destructieve activiteiten in de steden bestonden uit een bonte mengeling van te verlagen onderhoudskosten, sociale veiligheid en een postmoderne landschapsopvatting. Wij houden het er overigens op dat de laatste reden veelal de doorslag gaf.

Het hoge natuurrendement van houtwallen heeft simpelweg te maken met het feit dat zo'n structuur bestaat uit veel bosrand en weinig bos; de grootste natuurlijke activiteit speelt zich nl. in de bosrand af. Vooral aan de zonnige kant van de houtkant vertoont de fauna een opmerkelijke diversiteit. Als in de nabijheid dan ook nog een oever aanwezig is dan is op een heel kleine oppervlakte een rijke flora en fauna mogelijk.

- ecologie en bedrijfsterreinen

Ondanks dat in nota's en plannen over ruimtelijke ordening in de randstad doorgaans de lof gezongen wordt van multifunctionaliteit (ook wel meervoudig ruimtegebruik genoemd), wordt met dit criterium bij de inrichting van bedrijventerreinen nog steeds geen rekening gehouden. Ontwerpers en grondverkopers van gemeenten gaan er nog altijd van uit dat bedrijventerreinen gure vlaktes moeten zijn waar verkeer en wind vrij spel hebben, in de hoop dat men op die manier de klanten /investeerders een groot plezier doet. Maar de mensen die er hun brood moeten verdienen, zitten met de gebakken peren; zij moeten werken in een gebied waar je op een mooie dag met goed fatsoen niet eens een frisse neus kunt halen.

Toegespitst op de prachtige houtwal die het Delftechpark nu heeft, werpen wij de vraag op: hoe is het mogelijk dat er uit het Delfts gemeentelijke apparaat een plan opstijgt waarin dit element niet gebruikt wordt als een kwaliteit van dit bedrijventerrein? Door het 'hi-tech' karakter van Delftechpark aan te vullen met passende maatregelen voor de openbare ruimte verleent men dit bedrijventerrein immers ook in andere opzichten een bijzonder profiel.

Deze opvatting van bedrijventerreinen is ook in een ander opzicht uitdagend. In de nota "Economie en Ecologie" van de regering Kok (voorjaar 1997) wordt ervan uitgegaan dat economische groei en verbetering van milieukwaliteit met elkaar te verzoenen zijn. Het slopen van deze forse houtwal, die niet meer dan 0,27 ha oppervakte beslaat, zou laten zien dat die stelling een loze kreet is. 'Men' doet er alles aan te tonen dat economie en ecologie tegengesteld zijn!

In dit verband is ook de tekst interessant die de Vereniging Delftechpark op het Internet heeft gezet. Daarin wordt op het belang van een goed beheer van het bedrijventerrein wordt gewezen, o.a. als bijdrage aan de milieukwaliteit.

- voorgeschiedenis ecologische structuur en Delftechpark

a. Wij hebben eerder en herhaaldelijk aangedrongen op een ecologisch verantwoorde inrichting van Delftechpark. Toendertijd spitste zich dat toe op de inrichting van het oppervaktewater, omdat de structuur van de watergangen en tengevolge daarvan de waterkwaliteit allerbelabberdst was (en is). Omdat er toch vervanging van oevers op het programma stond, kon o.i. werk met werk gemaakt worden en kon met de klassieke en onhoudbare opvattingen over de inrichting van watergangen worden gebroken. Omdat wij met de opstellers van de plannen hierover overeenstemming bereikten, hebben wij tegen het bestemmingsplan geen bezwaren ingebracht &emdash; wat niet mocht verhinderen dat men bij de daadwerkelijke inrichting van de watergangen aan de zuidkant van Delftechpark I weer terugviel op die achterhaalde concepten. Van natuurvriendelijke oevers kwam niks terecht, en voor het aardige idee om in de centrale verkeerslus een natuurlijk ingerichte vijver aan te leggen kwam de steriele 'bult van Boelens' in de plaats.

b. Met het doel om 'doorzicht' te verkrijgen kwam al spoedig na het totstandkomen van de nota 'Ruimte voor Natuur' (waarin de bermen van de Schoemakerstraat werden opgenomen in de ecologische hoofdstructuur van Delft) het plan in de krant om het bosplantsoen aan de westkant te kappen. Wij hebben dat onzalige plan weten te verhinderen; alleen bij de entree van het terrein moest van gemeentewege het bosplantsoen sneuvelen.

- oplossing molensloot

Wij willen hier niet volstaan met het verwerpen van het plan voor het kappen van de houtwal. Wie de houtwal inspecteert ziet ook dat de beschoeiing van de aangrenzende molensloot er slecht bij staat. De gemeente Delft kennende zal daar bijna onvermijdelijk een nieuwe beschoeiing voor in de plaats komen, die geen recht doet aan het papieren oeverbeleid (zie Ontwikkelingsvisie Delft 2025).

Dat er op die plek een natuurvriendelijke oever moet komen staat voor ons vast. Het gaat om een belangrijke watergang en die behoort van een natuurvriendelijke oever te worden voorzien. Het handhaven van de houtwal laat evenwel niet toe de ruimte daarvoor op de oever te vinden.

Die ruimte zal dus in het water moeten worden gevonden. Dat gaat ten koste van het doorstroomprofiel, maar dat is blijkens de opening van de duiker die tussen Delftechpark en het TNO-terrein is aangelegd (3 meter) nog ruim overgedimensioneerd (de breedte van de watergang is 13 meter). Een plasberm van 2 à 3 meter naast de houtwal, die weliswaar het doorstroomprofiel verkleint maar de bergingscapaciteit volledig in stand laat, is dus heel goed mogelijk.

[A12] Bieslandse Bovenpolder

Met het aantreden van het nieuwe college van B&W van de gemeente Delft zijn de kansen op realisering van dit plan aanmerkelijk verbeterd, ook al lijkt het erop dat de gemeente een reservering wil maken van 1,5 ha voor het verplaatsen van de kinderboerderij naar dit gebied. Bij verschillende gelegenheden werd met ambtenaren overleg gevoerd over de uitwerking. Het college van B&W wil het plan in september of oktober in de gemeenteraad behandelen.

Vermeldenswaard is verder nog dat de initiatiefnemers (veehouder Jan Duijndam en IND) in juli door De Water (nieuwsbrief over integraal waterbeheer van Rijkswaterstaat) zijn geïnterviewd. In het septembernummer verschijnt er in het blad een ruimbemeten artikel over.

[A14] Delfts waterplan

Samen met de door de gemeente aangezochte adviseurs en met ambtenaren van gemeente en hoogheemraadschap werd begin augustus een fietstocht georganiseerd langs verschillende objecten in de stad. Aan de hand daarvan werden de onderwerpen aangestipt die in het gemeentelijk waterplan moeten worden behandeld. De taak van de adviseurs is om voor de eerste fase van het plan voorstellen te doen: het bepalen van het ambitieniveau.

[A15] Delftse zoom

Op uitnodiging van de bewoners zijn wij betrokken bij het plan voor inrichting van een ecozone in de Delftse zoom. Het ontwerp dat tot nu toe op tafel ligt, bevredigt allerminst. De betreffende dienst van de gemeente meent dat op die plek een natuurvriendelijke oever niet verantwoord wegens bodemgesteldheid en stroomsnelheden. Wij zijn daar in het geheel niet van overtuigd. Met een beetje fantasie is ter plekke wel degelijk een goede oplossing mogelijk, die bovendien beter recht doet aan de ambitie om er een 'ecozone' van te maken. Met de gemeente is afgesproken dat de vraag welk type oever er mogelijk is komend najaar alsnog in discussie komt.

[A16] Agnetapark

Op uitnodiging van het bureau Van de Lindeloof, die van het Pensioenfonds Gist-Brocades de opdracht heeft gekregen een plan te maken voor de renovatie van het Agnetapark, werd de IND in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. Het renovatieplan concentreert zich op het beeld dat de ontwerper (Zocher) voor ogen moet hebben gestaan en dus op de beplanting en het lijnenspel. Dat betekent dat het plan vooral een cultuurlijk karakter heeft. Binnen dat karakter is het o.i. wel goed mogelijk dat er meer variatie komt in het bomen- en heesterbestand, bijvoorbeeld middels soorten als Tamme Kastanje, Haagbeuk, Sleedoorn, e.a. Bezwaarlijk vinden we dat de waterpartijen geen deel uitmaken van het plan. De beschoeide oevers en de overmaat aan bladval vormen slechte uitgangspunten voor gezond water. Wij hebben dan ook gesuggereerd om toch voorwaarden te scheppen voor plantengroei langs en in het water, bijvoorbeeld door eilandjes in het water te scheppen, natuurvriendelijke oevers aan te leggen en de lichttoetreding tot het water te verbeteren.

In september wordt met de bewoners over het plan gesproken.

B. Hoogheemraadschap; waterhuishouding

[B1] Ackerdijkse plassen

Om het werk aan het ecologisch herstel van de Ackerdijkse plassen verder mogelijk te maken heeft de provincie twee gedoogbeschikkingen verleend:

[B9] Waterplan Den Haag

Het concept-plan voor een Haags gemeentelijk waterplan kwam in juli gereed. Het zal in september door gemeente en hoogheemraadschap worden vastgesteld.

Om de ambitieniveaus voor het oppervlaktewater, die verschillend zijn voor de verschillende deelgebieden, te halen, worden tal van maatregelen voorgesteld, gaande van verbetering van het rioolsysteem tot baggeren en natuurvriendelijke oevers. In een volgende nieuwsbrief komen we wat uitgebreider op het plan terug.

 

C. Planologie; streekzaken

[C7] Planologie rond Pijnacker

Tolhek en De Bras

De bezwaarprocedures tegen de ontwikkeling van Pijnacker-Zuid (i.c. Tolhek, het oostelijke gedeelte ervan) werden voortgezet. De bezwaren van planologische en ecologische aard (m.n. Groenblauwe Slinger), die extra betekenis krijgen door de ontwikkelingen op de woningmarkt, werden o.a. tijdens een hoorzitting bij de provincie ZH naar voren gebracht.

Namens de contactgroep Haaglanden, waarin de natuur- en milieukoepels in deze regio samenwerken, werd bovendien een brief geschreven aan het provinciaal bestuur, waarin nog eens wordt aangedrongen op het afblazen van Pijnacker-Zuid en De Bras (onderdeel van Ypenburg). Aanleiding daarvoor was de inhoud van de discussie in de Tweede Kamer van 16 april, waarin de noodzaak van deze locaties ter discussie werd gesteld.

[C11] Haaglanden

Naar aanleiding van onze reactie op het Haaglands structuurplan werd onze groep gevraagd een bijdrage te leveren aan een brochure over dat plan. Een 20-tal actoren in de regio krijgen dan de gelegenheid op deelaspecten (bijv. volkshuisvesting, recreatie, groenstructuur e.a.) hun visie te geven. In onze benadering van de regionale groenstructuur staat voorop dat de ecosystemen van stad en land adequaat moeten kunnen functioneren. Dat betekent voor onze regio dat inrichting en beheer in onze regio drastisch moet veranderen, het moet minder op ontwerpersideeën en meer op natuurlijke processen worden afgestemd. Ook de gescheiden aanpak van groen en water moet tot het verleden gaan behoren, evenals de opvatting dat de buitenstedelijke ruimte een restruimte is, die naar believen kan worden gebruikt voor verstedelijking

[C14] Groenblauwe slinger (GBS)

De IND heeft een reactie op 'Stad en land in balans' naar de provincie gestuurd. In een ontwikkelingsperspectief en een uitvoeringsprogramma worden de volgende stappen gezet op weg naar de realisering van de plannen.

De provincie wil met het plan doelstellingen realiseren op het gebied van de ecologie, de recreatie en de waterhuishouding. In dat verband wijzen wij erop dat het idee van de Groenblauwe Slinger een invulling is van de ecologische verbinding van Midden-Delfland met het Groene Hart is die in het Natuurbeleidsplan (1990) op de kaart verscheen. Onder bepaalde voorwaarden is die functie met recreatie en hydrologie goed te verenigen.

De 'ruggengraat' van het plan is een doorgaande natte verbinding door het hele gebied van 30 tot 300 meter breed, die gekenmerkt wordt door variatie in waterdiepte en -breedte en flinke oeverzones. Dat lijkt ons een adequate invulling.

Minder te spreken zijn wij over de uitwerking van de plannen in het OudeLeede-gebied. Het plan behelst daar tamelijk grootschalig water met een recreatief accent en (moeras)bossen, terwijl de IND meer ziet in een hadhaving van het open landschap in samenhang met ontwikkeling van biologische veehouderij, die dan bovendien kan bijdragen aan het samlle draagvlak voor de sector die in Midden-Delfland resteert.

De penibele situatie van de GBS ten zuiden en ten oosten van Pijnacker, waar voor de GBS nauwelijks plaats lijkt, doet ons er nog maar eens op wijzen dat deze knelpunten zijn ontstaan door een gebrek aan visie van het provinciaal bestuur zelf. Als ze gewild had, had het provinciaal bestuur de bouw van Pijnacker-Zuid (dat kan nog steeds overigens!) en de immer uitdijende glastuinbouw een halt kunnen toeroepen. De knelpunten in de GBS die zich nu voordoen, hadden dan vermeden kunnen worden.

[C17] Bieslandse polder

Met de Dienst Landelijk Gebied (in de persoon van Mark Plomp, projectleider Bieslandse polder) werd overleg gevoerd over de plannen voor (het nog niet heringerichte deel van de Bieslandse polder. Er zijn nog vele hectaren bos in het westelijke gedeelte gepland, en de Vogelwacht en de IND zouden die plannen liever van tafel hebben. Als de schaal van het open gedeelte van de Polder nog kleiner wordt, zal de betekenis van het gebied voor de weidevogels onevenredig veel kleiner worden, en ook de lepelaars zullen er minder gaan fourageren. En die lepelaars zijn voor deze polder ook als doelsoort aangewezen!

 

D. Technische Universiteit Delft

[D5] Oevers TU-wijk

Thijssevaart

De stichting Commissie Natuur en Milieu monitort voor de TU Delft de ontwikkelingen aan de oevers van de Thijssevaart, waar in de winter van 94/95 1700 meter natuurvriendelijke oever is aangelegd. Vooruitlopend op het publiceren van de bevindingen in 1998 kan gemeld worden dat wat de macrofauna betreft vooral de kokerjuffers, die in 1997 nog niet werden waargenomen, flink in aantal toenemen. Onder de wantsen kwamen nu ook staafwantsen en waterschorpioenen voor. Dat duidt op een verbeterende waterkwaliteit; minder blij waren we met een kroosdek over een strook van zo'n 150 meter in het westelijk gedeelte vermoedelijk een laat gevolg van de zachte winter) en met aangetaste Ratelaars, die het slachtoffer waren geworden van drift van bestrijdingsmiddelen (met dank aan de manege). De vegetatie laat een uitbreiding zien van o.a. Rietorchis, Kale jonker, Ruwe smele en Gewoon reukgras.

Vijver Werktuigbouwkunde

Om de vegetatieontwikkeling in de plasberm van deze geïsoleerde vijver versneld op gang te brengen zijn in april een 600 biesachtige planten aangebracht. Het ging om soorten als Kleine Lisdodde, Mattenbies, Kalmoes en Zwanebloem. De planten sloegen geweldig goed aan tot … de ganzen het in de gaten kregen. Zij hebben deze malse hapjes in het Pinksterweekend verorberd. Moeten we weer iets nieuws verzinnen.

 

Losse berichten

• Stadsecologische fietstochten

Op 27 mei en op 5 juli werden weer stadsecologische fietstochten gehouden, beide met behoorlijke deelname (ca 20 fietsers). De fietstocht van 27 mei was gewijd aan het thema water, de tocht van 5 juli voerde door Delft-oost, Nootdorp en Pijnacker. Het uitwisselen van informatie 'in het veld' blijkt telkens weer een stimulerende activiteit te zijn. De volgende tocht is op 4 oktober en zal de stadsranden van Delft, Schiedam en Vlaardingen behandelen. Startpunt: Abtswoudse park, 10.30 uur..

• Literatuuraanwinsten IND

  1. Natuurvriendelijke oevers in het veenweide-plassengebied van West-Nederland, SAR Reeuwijk, aug. 1998
  2. Waterplan Den Haag - beleidsdeel, HHD en gem. Den Haag, juli 1998
  3. Ontwikkeling van botanisch waardevol grasland, veldgids, IKC/DLG, Wageningen 1998
  4. De vogels van Delft e.o. 1997, Vogelwerkgroep, Vogelwacht Delft e.o. 1998
  5. 15 voorbeeldprojecten Duurzaam Toerisme in Nederland, Fonds DuurSaam 1998
  6. Bodemdaling, een weggezakt probleem, bodemdaling in Abtswoude, projectgroep bodemdaling subfac. Geodesie, Delft 1998
  7. Over spaden, padden en poelen, Regionaal Landschap Noord-Hageland (België), dec. 1997
  8. Doorgroeibaarheid van geotextielen voor Riet, CUR, Gouda dec. 1997
  9. Het milieuvan de regio Rotterdam 1998, DCMR 1998
  10. Bruisend Water, samenvatting werkconferentie, prov. Zuid-Holland, april 1998
  11. Jaarverslag Dienst Landelijk Gebied 1997, Utrecht 1998 • feiten en cijfers • jaarverslag
  12. Handreiking Stad & Milieu, voor milieu- en bewonersorganisaties, Stichting Natuur en Milieu, Utrecht april 1998
  13. Stad en land in balans, Groenblauwe Slinger, prov. Zuid-Holland, mei 1998 • Ontwikkelingsperspectief • Uitvoeringsprogramma
  14. Vraag naar kennis over integraal ruimtegebruik, RMNO no. 133, mrt 1998
  15. Factor 4, meer doen met minder, RMNO no. 134, mrt 1998
  16. Het gebruik van faunapassages langs watergangen onder rijkswegen in Nederland, een oriënterend onderzoek, (Ontsnipperingsreeks deel 36) DWW, Delft 1998
  17. Blauwe knooppunten II, aanpak van afwenteling tussen watersystemen, folder ministerie van VROM, 1998
  18. Determinatietabel voor de meest voorkomende draadwiergeslachten in Nederland, B.J. Hoogers, Wageningen 1974 (kopie)
  19. Collegeprogramma 1998-2000 "Grensoverschrijdend"., gem. Delft 1998
  20. Ontwikkelingsvisie Stedelijke Ecologische Verbindingszones, hoofdlijnen voor inrichting en beheer, gemeente Den Haag aug. 1997
  21. Waterschappen in de bebouwde kom, handleiding stichting Natuur en Milieu, feb. 1998
  22. Water, modellen van een duurzame waterketen, DTO sleutel, DTO 1998
  23. 2040-1998, technologie, sleutel tot een duurzame welvaart, DTO visie, DTO 1998
  24. Ecologische verbindingszones in Zuid-Holland, aanwijzingen voor inrichting en beheer, provincie Zuid-Holland + Altenburg & Wijmenga 1998
  25. Geven om omgeving &endash; over milieu en water gesproken / verslag van de gespreksronde over het milieu- en waterbeleid in Zuid-Holland, provincie ZH 1998 • Bijlage bij het verslag van de gespreksronde

netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com