|
Nieuwsbrief nummer 23 november 96 - maart '97 Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft |
Oevers in Delft
Op 20 november is er met 5 gemeentelijke afdelingen een klein symposium gehouden over natuurvriendelijke oevers. Het symposium werd afgesloten met een excursie langs enkele Delftse watergangen.
Van de zijde van de gemeentelijke deelnemers werd erkend dat het beleid m.b.t. inrichting en beheer van oevers achter was gebleven bij eerder uitgesproken intenties. Bemoedigend was dat men in het algemeen enthousiast was over de mogelijkheden die natuurvriendelijke oevers bieden.
Men is als vervolg op het symposium bezig een aantal standaardoplossingen uit te werken. Wij juichen het toe dat men probeert de talloze varianten in een werkbaar schema te vangen, maar waarschuwen er tevens voor dat de omstandigheden en functies van oevers zozeer kunnen verschillen dat het bij de hand hebben van standaardoplossingen kan verhinderen dat optimale oplossingen worden gekozen. Dat geldt niet alleen voor de inrichting, maar evenzeer voor het onderhoudsplan van de vegetatie, dat bij natuurvriendelijke oevers zo'n cruciale rol speelt.
Delft op pad naar de recreatieve stad
De dienst WOC van de gemeente heeft als aanloop tot het aanpassen van de recreatieve voorzieningen in Delft onderzoek laten doen naar de beleving van de Delftse Hout, i.h.b. het gebied rond de Grote plas waar de recreatie het meest intensief is. De recreanten zijn in het algemeen behoorlijk content met het gebied, de natuurliefhebbers in iets mindere mate. Ook valt op dat de Delftse Hout veel recreanten van buiten Delft aantrekt.
Op basis van het onderzoek en de trends die zich o.a. in bevolkingssamenstelling en recreatieve behoeften voordoen wil men bekijken welke maatregelen in de Delffse Hout en ook elders in en bij Delft moeten worden getroffen. Een rol speelt vanzelfsprekend ook dat in de nabijheid grote nieuwe woongebiedèn in de maak zijn (Delfgauw, Ypenburg).
De Initiatiefgroep volgt de ontwikkelingen nauwgezet, niet alleen om aanwezige natuurwaarden veilig te stellen. maar ook om ideeën op het spoor te komen die de natuurwaarden van het gebied versterken.
Zonder dat overigens inhoudelijk wordt uitgelegd waarom de gemeente Delft met een nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingsvisie voor de dag komt, heeft de gemeente in november een aanzet tot zo'n nieuwe visie gegeven. Omdat de nota Ruimte voor Natuur van de vorige ontwikkelingsvisie deel uitmaakte, is de Initiatiefgroep uiteraard op zijn qui vive als men daar op een goedkope manier vanaf zou proberen te komen. Hoe dat ook zij: het motief voor een nieuwe ontwikkelingsvisie lijkt nu vooral te zijn een tactische zet te doen in het machtsspelletje dat de gemeenten in het stadsgewest Haaglanden met elkaar spelen. Heel treurig allemaal.
Stadsmodel, ruimtelijke bouwsteen voor de lange termijn. (Ontleend aan: Ecologisch verantwoorde stedelijke ontwikkeling, studie in opdracht van de RijksPlanologische Dienst, S. Tjallingii, 1992). -->
In de discussienotitie worden vier modellen geëtaleerd, die als uitersten op het keuzeveld kunnen worden opgevat. We vatten ze zeer kort samen:
In een uitvoerig commentaar heeft de Initiatiefgroep erkend dat het onderscheiden van deze vier modellen zeker aantrekkelijke kanten heeft, maar dat neemt niet weg dat met deze wat theoretische exercitie niet volstaan had mogen worden. Het gemeentebestuur had op zijn minst ook het verband kunnen aangeven met andere keuzen die gemaakt zijn (bijvoorbeeld in de strategienota of met het milieubeleidsplan, beide vrij recent tenslotte). Minstens even verbijsterend is, dat niet ook op een hoger schaalniveau, bijvoorbeeld het stadsgewest, naar de Delftse planologie en de samenhang met andere stedelijke en 'groene' ontwikkelingen wordt gekeken. Niet verwonderlijk is vervolgens dat de discussie met de buurgemeenten ontaard is in een landje-pik discussie, waarbij de honorering van de gemeentebestuurders belangrijker lijkt dan de belangen van de streek en zijn bewoners.
In onze reactie vragen wij verder uitgebreid aandacht voor het "ecopolis" concept. Wij citeren: "Hoewel het concept van de 'compacte stad' veelal geassocieerd wordt met een milieuvriendelijke stad, is dat maar ten dele het geval. Met het oog op verkeer en vervoer heeft de compacte stad grote voordelen, maar in een duurzame stad is ook ruimte nodig voor het functioneren van het stedelijk ecosysteem.
Dat geldt in het bijzonder voor de waterhuishouding. Voor het verkrijgen van biologisch gezonde watersystemen is ruimte nodig, niet alleen in de zin van wateroppervlak, maar ook royale natuurvriendelijke oevers. Verder dient de afvoer van regenwater naar de rioolzuivering zoveel mogelijk te worden beperkt, en dat vergt weer oppervlakken waar regenwater kan worden vastgehouden of kan infiltreren.
Om toch zuinig te zijn met de schaarse ruimte, wint steeds meer een benadering veld waarin zulke 'blauwe' ruimten niet meer los worden gezien van de 'groene' ruimten en waar recreatieve, ecologische en hydrologische functies samengaan. Dat heeft o.a. als zeer praktische consequentie voor het gemeentelijk handelen dat het uitgeven van oeverstroken aan particulieren en bedrijven wordt stopgezet en dat het vervangen van natuurlijk groen door siergroen eindelijk eens wordt omgekeerd."
Nu de procedures m.b.t. de opslag van de bagger binnen het gebied, eindelijk achter de rug zijn, kan binnenkort met de uitvoering van het ecologisch herstelplan van Akkerdijk worden begonnen. Eerst zullen werkzaam heden worden uitgevoerd die er voor zorgen dat verontreinigd water niet meer door het gebied worden gevoerd; na het broedseizoen kan het baggerwerk beginnen dat nodig is het watersysteem van het unieke gebied weer gezond te maken.
Het algemeen bestuur van Delfland is in november en maart bij elkaar geweest. Besluiten werden o.m. genomen ten aanzien van het baggerbeleid, de aanpak van de diffuse bronnen en de prioriteitsstelling van structuur maatregelen.
Wat dit 'structuurspoor' betreft gaat het om een groot scala aan maatregelen die de ecologische veerkracht van het water-systeem verbeteren. Het kan gaan van baggeren om redenen van waterkwaliteit, tot het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en bufferzones. Een grotere aandacht hiervoor vindt de Initiatiefgroep van het grootste belang, zonder dat overigens de zorg en aandacht voor het 'stoffenspoor' (emissies) mag verslappen.
Samenwerking met gemeenten
De samenwerking van het hoogheemraadschap met gemeenten is op vele punten voor verbetering vatbaar. Het feit dat nu in samenwerking met de gemeente Den Haag een gemeentelijk waterplan wordt voorbereid juichen we zeer toe.
Gebiedsgerichte samenwerking ligt ook in het Delftse voor de hand. Zo zal de waterbeheersing van de polder van Nootdorp, waar o.a. de Hertenkamp in ligt, aan de gewijzigde omstandigheden (bouwlocatie Ypenburg, uitbreidingen in zuidelijk Nootdorp, glastuinbouw) moeten worden aangepast. In een breed samenwerkingsverband moeten o.i. oplossingen te bedenken zijn die zowel de waterhuishouding als de ecologie van het gebied ten goede komen. Het hoogheemraadschap heeft er inmiddels toe besloten dat zo'n samenwerkingsverband, min of meer naar het voorbeeld van de Noord-Hollandse eco teams, er moet komen.
Ecologisch verantwoord onderhoud van boezemwatergangen
Op het punt van onderhoud van watergangen is eveneens belangrijke vooruitgang te melden. Nadat in '95 en '96 in het district Maassluis (zeg maar Midden-Delfland) de oevers van de bredere boezemkanalen gefaseerd zijn onderhouden, heeft het waterschap op grond van die ervaringen besloten ook in de andere drie districten zo'n onderhoudsregime in te voeren.
Voorts wordt gewerkt aan notities waarin het ecologisch onderhoud van overige boezemwateren, hoofdwatergangen en overige polderwatergangen wordt beschouwd. Niet onbelangrijk is dat verzoeken van onderhoudsplichtigen om over te stappen op ecologisch onderhoud, welwillend in overweging zullen worden genomen.
Belangstellenden voor de notitie "Ecologisch verantwoord onderhoud van boezemkanalen in Delfland" kunnen zich wenden tot de Initiatiefgroep.
In de voorbereiding van de vierde nota waterhuishouding publiceerde de projectgroep het "Schetsboek NW4". In deze schets van de nieuwe regeringsnota, die eind '97 of begin '98 moet verschijnen vonden wij geen aanleiding tot commentaar dat wij al niet naar aanleiding van de notitie "Ruimte voor Water" hadden ingestuurd.
MER Pijnacker-Zuid
Een belangrijk resultaat voor de Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Pijnacker was dat de procedure tegen de gemeente Pijnacker, die doodleuk voor de locatie Tolhek de fase van de milieu-effectrapportage had overgeslagen, werd gewonnen. Wellicht biedt dit succes nog een opening voor de wenselijkheid deze zuidelijke uitbreiding van Pijnacker minder ver zuidwaarts te laten uitgroeien. Zie hierover ook [C14].
Landschapsbeleidsplan
Wat aan de late kant kwam de Initiatiefgroep in het bezit van het concept eindrapport Landschapsbeleidsplan van de gemeente Pijnacker. In een uitvoerig commentaar wijst de IND er o.a. op dat de pretentie van het beleidsplan, nl. dat het ook een toetsingskader is voor ruimtelijk beleid, in het geheel niet waargemaakt wordt. Het is evident dat de bouwlocaties Delfgauw, Klein Vrijenban, Tolhek en de uitbreiding van het areaal glastuinbouw voorrang hebben. Deze ontwikkelingen worden in het plan als knelpunten opgevoerd, maar het lijkt wel of de gemeente vergeten is dat zij deze knelpunten zelf heeft geforceerd.
In de nota missen wij - behalve bij het plan voor een recreatieve route Molenlaan-centrum - een behandeling van de mogelijkheden van een samenhangende groenstructuur voor de bebouwde kom (die is in Pijnacker, als ook de glastuinbouw als verstedelijkt gebied wordt beschouwd, langzamerhand van aanzienlijke grootte) en de relatie van de bebouwde kom met het buitengebied. Er zijn voor zo'n aanpak o.i. goede aanknopingspunten.
Enigszins zuur constateren we verder dat het jaarlijkse budget dat de gemeente Pijnacker uittrekt voor inrichting en beheer van zaken, die uit het plan voortvloeien, nauwelijks meer is dan de bezuiniging die men denkt te bereiken met het weer met chemische bestrijdingsmiddelen van de verhardingen in de gemeente. Betaalt de natuur hier een sigaar uit eigen doos?
Met initiatiefnemers van de groep "Behoud Klein Vrijenban" heeft de Initiatiefgroep overleg gevoerd over mogelijkheden om Klein Vrijenban open te houden. De mogelijkheden daarvoor lijken beperkt, te meer ook daar het gebied deel uitmaakt van de gemeente Pijnacker en het juist die gemeente is die haast maakt met de ontwikkeling van 'zijn' VlNEX-locaties
De IND heeft met de andere natuur- en milieuorganisaties in het Haaglandse gewest, die zich toeleggen op het beïnvloeden van het regionale natuur- en milieubeleid, overleg gestart om te proberen ons optreden te coördineren.
Dat heeft inmiddels ook geresulteerd in de opzet van een begeleidingsgroep voor het stadsgewest onder voorzitterschap van de portefeuillehouder. Verder worden de contac ten met radio West aangehaald.
De contactgroep Haaglanden komt in april in Delft bijeen.
In het streekplan Zuid-Holland West is de ecologische en recreatieve verbinding tussen Midden-Delfland en het Groene Hart (via Ackerdijk, oostkant van Pijnacker en westkant van Zoetermeer) groenblauwe slinger gedoopt.
Eind vorig jaar heeft de vereniging Heidemij uitgebreide raadplegingen gehouden onder de belanghebben (waaronder de Initiatiefgroep) in de streek. De ideeën die daaruit naar voren kwamen zijn op 13 maart aan gedeputeerde Heijkoop overhandigd.
Daarnaast zijn adviesbureaus in opdracht van de provincie bezig met inventarisaties en nadere studies. In het kader daarvan heeft de IND een uitgebreide reactie ingestuurd, waarin wordt gewezen op:
Onlangs namen wij ook kennis van een voorstudie over de Groenblauwe slinger met de titel De kleur van water, toekomstvisie GroenBlauwe Slinger, opgesteld door HNS + IWACO (studierapport in opdracht van de provincie ZH, april 1996). In een eerste verkenning van deze voorstudie komen enige controversiële, om niet te zeggen draconische elementen naar voren, zoals het niet opnemen van de scheg in de groenblauwe slinger en vooral het onder water zetten van de Bieslandse polder. Van deze ideeën wordt weinig meer vernomen.
Er is de afgelopen maanden een opeenstapeling geweest van misdragingen van het provinciaal bestuur van Zuid-Holland. Het kan verkeren. Een paar jaar geleden nog hechtten wij nog zeer aan de rol van het provinciaal bestuur als een bescheiden, maar toch broodnodige verdedigingslinie tegen al te idiote locale ambities. Ook de komst van stadsgewesten beschouwden wij tegen deze achtergrond met scepsis.
Intussen zijn wij van een koude kermis thuisgekomen. Na de verwikkelingen rond het Amsterdamse en Rotterdamse stadsprovincie heeft het Zuid-Hollands bestuur gedacht dat de rol van het provinciaal bestuur in het geheel niet was uitgespeeld en heeft men gemeend zich stevig te moeten 'profileren'. Dat hebben we geweten.
Eerst waren daar de kwalijke manoeuvres rond het tracé van de HST, waarbij GS koos tegen bestaand spoor én Bos-variant. En zeer recent zijn daar de onnavolgbare zwenkingen inzake het tracé van de N470 (Delft-Zoetermeer) en de A4 bijgekomen.
Het badkuiptracé van de N-470, waarmee de schade aan de Zuidpolder van Delfgauw enigszins zou worden beperkt, is met een haastige manoeuvre overboord gezet, en burgers en gemeenten in en langs Midden-Delfland werden geheel onverwacht in de steek gelaten met een keuze voor een ligging op maaiveldniveau van de verdoemde A-4 (v/h rijksweg 19).
Je zou het opruimen van het provinciaal bestuur bijna urgent gaan vinden...
Vijver Werktuigbouwkunde
In juni '96 is het plan om de vijver van de faculteit Werktuigbouwkunde van natuurvriendelijke oevers te voorzien, uitgevoerd. De oevers zijn in oktober ingeplant met stekken van allerlei interessante oeverplanten, maar het lijkt erop dat de planten hoofdzakelijk als ganzenvoer hebben gediend.
OPROEP
Tussen de Commissie Natuur en Milieu en de TU Delft is een overeenkomst gesloten om de oevers van de vijver Werktuigbouwkunde en de Thijssevaart twee maal per jaar te monitoren op oever- en waterplanten en waterdieren. Belangstellenden om hieraan mee te doen (voor opleiding wordt gezorgd!) melden zich bij de Initiatiefgroep.
Vijver bij Civiele Techniek en Bouwkunde
Deze vijver zal binnenkort van een flauwer talud worden voorzien. De beschoeiing zal in de grond worden gedrukt.
Oever Karitaat Molensloot
Een voorstel van de Initiatiefgroep om het ernstige knelpunt van de oever van de Karitaat Molensloot op te lossen door in ieder geval op strategische plaatsen natuurvriendelijke oevers aan te leggen, werd door de Landinrichtingsdienst overgenomen. Deze dienst neemt de zuidelijke oever voor zijn rekening. De noordelijke oever is gedeeltelijk van de TU en gedeeltelijk van de gemeente, zodat er nog wat overleg nodig is om tot een - overigens weinig geld vergende - oplossing te kornen. Uitvoering van de plannen is op dit moment niet mogelijk omdat de leiding, waardoor zand naar de bouwlocatie Delfgauw wordt geperst, op de noordelijke oever ligt.
Anders dan in het recente vastgoedplan van de TU is er in het Arbo- en miliebeleidsplan wel aandacht voor de inrichting en het beheer van de TU-wijk. Belangrijk is ook dat het TU-gebied als een proeftuin kan worden gebruikt, een idee waarvoor wij al jaren pleitbezorger zijn.
Het Hoogheemraadschap van Delfland zorgde voor een belangrijk stuk jurisprudentie door een procedure te winnen tegen een bedrijf dat een beschoeiing van gewolmaniseerd hout had geplaatst. De beschoeiing moet worden verwijderd, maar nog belangrijker is dat deze uitspraak door de waterschappen kan worden gebruikt om de water- en bodemverontreiniging door verduurzaamde beschoeiingen effectief aan te pakken. Het alternatief is uiteraard niet om verduurzaamd hout te vervangen door tropisch hardhout, maar het aanleggen van zo veel mogelijk natuurvriendelijke oevers.
In ons dynamische milieu valt de laatste jaren een flink aantal neofyten (uitheemse planten die zich een vaste plaats in onze flora lijken te hebben verworven) waar te nemen. Gorteria, het blad van het Rijksherbarium, bevatte onlangs beschrijvingen van de Muurfijnstraal, Kransmuur, Watercrassula, Berg- en Zomerandoorn, Rijstgras, Equisetum hyemale (een op Schaafstro lijkende paardestaart) en Hanedoorn.
Na het grote succes van de drie fietstochten in 1996 is ook voor 1997 een programma van drie stadsecologische fietstochten opgesteld. Zie bij agenda.
8-4 IND - plenaire vergadering
21-4 Haaglanden contactgroep (in Delft)
29-5 4e stadsecologische fietstocht
6-7 5e stadsecologische fietstocht
28-9 6e stadsecologische fietstocht
netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com