terug naar archief nieuwsbrieven

Nieuwsbrief nummer 21

maart-juni 1996

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

A. Gemeente Delft

[A1] Groenbeleid

Met de sector Ruimte en Groen van de dienst Stadsontwikkeling wordt sinds enkele maanden regelmatig overleg gevoerd over mogelijkheden om in de sfeer van wijk-, groenbeheer- en onderhoudsplannen zo veel mogelijk uitvoering te geven aan het twee jaar geleden vastgestelde natuurplan.

We hopen dat het overleg op korte termijn zal leiden tot stadsbeelden die ons allen wat vrolijker door Delft zullen doen stappen.

[A5] Delftse Hout

In april werd door de dienst WOC van de gemeente een bijeenkomst belegd met gebruikers en belanghebbenden over de Delftse Hout. Het ging in het bijzonder over de herinrichting van de strandstrook en over de veiligheid.

WOC heeft te kennen gegeven een klankbordgroep te willen oprichten om de ontwikkelingen in het gebied ten oosten van r.w. 13 mee te bespreken. In die groep zou ook een vertegenwoordiger van de natuur- en milieuorganisaties moeten zitten.

[A8] Milieumonitor

In het kader van de uitvoering van het milieubeleidsplan Duurzaam Delft 2 (DD2) wordt gewerkt aan een monitor die niet alleen de emissies en de beleidsinspanningen in beeld brengt maar ook een betrouwbare indicatie geeft van de ontwikkeling van de milieukwaliteit. De Initiatiefgroep denkt hierin mee, m.n. wat betreft de keuze van de biologische indicatoren.

Belangrijke criteria voor de keuze van de indicatoren is dat de gegevens gemakkelijk te vergaren zijn en dat ze op een aansprekende manier voor het voetlicht brengen hoe het locale milieu er voor staat en hoe het zich ontwikkelt. De keuze van de indicatoren zal de komende maanden worden gemaakt.

B. Hoogheemraadschap; waterhuishouding

[B1] Ecologisch herstel van oppervlaktewater (Ackerdijk)

De door de Milieufederatie en Hans Talmon verdergevoerde bezwaarprocedures hebben de beheerder van het gebied (Vogelbescherming) en de Initiatiefgroep in de pen doen klimmen, teneinde de voorzitter van de Raad van State erop te wijzen dat onze organisaties van deze heilloze obstructie van adequate plannen niet gediend zijn. De plannen tot herstel van het natuurgebied moeten zo spoedig mogelijk tot uitvoering worden gebracht en daarmee uit. (zie ook [B5]). De Raad van State besliste overigens positief.

[B5] Hydrobiologisch onderzoek

De afgelopen maanden werden twee rapporten over hydrobiologische onderzoeken door het Hoogheemraadschap gepubliceerd, nl. over de Ackerdijkse polder en de Haagse beek en de Hofvijver.

1. Ackerdijkse polder

Het onderzoek in de Ackerdijkse polder is een herhaling en tevens bevestiging van het onderzoek dat in 1991 in samenwerking met IND en KNNV plaatsvond ter voorbereiding op het ecologisch herstelproject. We citeren de samenvatting:

"In het rapport wordt de hydrobiologische uitgangssituatie van de polder beschreven en het streefbeeld nader uitgewerkt. Daartoe zijn tien sloten en alle acht plassen onderzocht op het voorkomen van macrofauna en macrofyten. Daarnaast is in de plassen het fyto- en zoöplankton geanalyseerd, de visstand bepaald en fysisch/chemisch onderzoek gedaan.

De fysisch/chemische en hydrobiologische toestand van de Akkerdijkse plassen is slecht. De gehalten aan de voedingsstoffen fosfaat en stikstof zijn hoog; ze liggen ver boven de grenswaarden. De waterdiepte is gering vanwege de aanwezigheid van een dikke laag slib. Oorzaken voor de eutrofiëring zijn onder andere de inlaat van voedselrijk water uit de boezem en uit het glastuinbouw- gebied in de polder, uit- en afspoeling van weilanden en mineralisatie van de veenbodem.

In de plassen komen geen onderwaterplanten voor; de vegetatie is beperkt tot de oeverzone. Het fytoplankton is sterk wisselend van samenstelling. Soms treedt in het najaar een blauwalgenbloei op. Over het algemeen zijn de algendichtheden hoog. De vispopulatie wordt gedomineerd door Karper en Brasem. Er is geen sprake van een voor veenplassen kenmerkende levensgemeenschap.

De sloten in het midden van het reservaat kunnen biologisch gezien als goed worden beoordeeld. Er komen enkele zeldzamere soorten voor.

Het betreft onder andere kranswieren, kevers, kokerjuffers en watermijten die wijzen op een goede waterkwaliteit, of op bijzondere omstandigheden zoals ondiepe kwel. Deze slootjes liggen vrij geïsoleerd t.o.v. het ingelaten water en de intensieve veehouderij, en staan niet direct onder invloed van de glastuinbouw.

De kwaliteit van de overige sloten is (zeer) matig. De meeste van de in deze wateren gevonden planten- en diersoorten duiden op voedselrijk water. In de polder kwamen in het verleden planten voor die kenmerkend zijn voor voedselarm water. Deze zijn verdwenen of nog slechts sporadisch te vinden.

In het nabijgelegen glastuinbouwgebied worden de grenswaarden voor veel bestrijdingsmiddelen regelmatig overschreden. Organofosfor-bestrijdingsmiddelen zijn soms aangetoond in voor watervlooien toxische concentraties. Toxiciteitstoetsen met watervlooien bevestigen dit.

Om de natuurwaarden van de plassen en van de watergangen in het reservaat te verbeteren is een pakket van maatregelen voorzien.

Het pakket omvat:

2. Haagse beek en Hofvijver

Het onderzoek van de Haagse beek en de Hofvijver is eveneens een onderzoek dat plaatshad ter voorbereiding van een herstelproject, dat mogelijk door het Hoogheemraadschap in samenwerking met de gemeente Den Haag zal worden uitgevoerd. Realisering van het project zou betekenen dat er in Den Haag een waardevolle groene ader ontstaat, die loopt vanuit de duinen tot midden in de stad.

[B8]  Commentaar op Ruimte voor Water

De IND heeft een uitgebreid commentaar geleverd op de visienotitie Ruimte voor Water, die door Rijkwaterstaat als voorbereiding op de 4e Nota Waterhuishouding was opgesteld. Enkele punten uit het IND-commentaar waren:

• Wij achten het tot stand brengen van een sterke samenhang tussen ruimtelijke ordening en water van het grootste belang. Dat betekent dat vanuit de waterbeheerders ook meer energie (en nieuwe vaardigheden) moet worden gestoken in deze wederzijdse beïnvloeding.

• Het realiseren (afdwingen of anderszins) van spuit- en mestvrije zones langs oevers zou een enorme verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit in het landelijk gebied mogelijk maken. Zulke zones zijn zowel in akkerbouw- als in graslandgebieden nodig; pas dan zijn de gebruiksfuncties op het land in overeenstemming te brengen met de functies van het water.

• Voorlopers belonen, achterlopers straffen, dat dient meer dan in het verleden de kern te zijn van de instrumenten die worden ingezet. Dit beginsel zou ook zoveel mogelijk in de diverse waterschapsheffingen tot uiting moeten worden gebracht (p. 49); het waterspoor kent wat dat betreft zeker onvolkomenheden, maar die zijn naar onze smaak kleiner dan de voordelen. Vooral spreekt ons daarin aan dat de heffingsplichtige invloed heeft op de hoogte van de heffing. Bij een forfaitair stelsel is dat niet het geval.

• De natuurvriendelijke oever in de bebouwde omgeving in al zijn verschijningsvormen en mogelijkheden is intussen tot heel wat waterbeheerders doorgedrongen. Maar bij de gemeenten gaat men nog vrolijk door natuurvijandige, dure en saaie oevers aan te leggen, vooral ook in nieuwe wijken. Zonder overdrijving kan van een gekte worden gesproken. Wij pleiten voor een campagne van de waterschappen tegen deze kostbare verpestingen van het stedelijk water en zo nodig regelgeving waarin het aanleggen van steile oevers (dus niet alleen de materiaalkeuze) aan een vergunning wordt gebonden.

• Een beschouwing over de effecten van de hengelsport hebben wij gemist. Het visstandsbeheer van hengelsportverenigingen heeft veelal een verminkende werking op het waterecosysteem. In gevoelige en stagnante wateren vormt lokvoer een probleem. En hengelsporters bezondigen zich niet zelden aan verwoesting van oevervegetaties. Er zijn o.i. wel degelijk sturende maatregelen te bedenken om deze negatieve gevolgen terug te dringen zonder op voet van oorlog met de hengelsport te raken.

C. Planologie; streekzaken

[C3] Streekplan Zuid-Holland West

Het streekplan Zuid-Holland West is inmiddels vastgesteld. Daarbij werd nauwelijks tegemoet gekomen aan de kritiek van de natuur- en milieuorganisaties, m.n. wat betreft de scshamele invulling van de 'groen-blauwe slinger'. Een lichtpuntje is dat het provinciaal bestuur de uitbreiding van Pijnacker niet in zuidelijke maar in oostelijke richting wenselijk vindt.

[C5] Deelplan Abtswoude (reconstructie Midden-Delfland)

In het ontwerp deelplan, waarvan de laatste inspraakfase nu is afgesloten, zijn enkele opvallende planaanpassingen vervat:

Aangaande de door ons voorgestane ecologische verbinding tussen de TU-wijk en het Middendelflandse gebied (tussen de Rotterdamseweg en de A-13) heeft de Reconstructiecommissie de Initiatiefgroep uitgenodigd met een uitgewerkt voorstel te komen. Het voorstel met (een bescheiden) begroting is in april aan de reconstructiecommissie toegezonden.

[C8] Bouwlocatie Delfgauw

De koers wat betreft de indeling van de bouwlocatie Delfgauw is nu wel gelopen. De gemeente Pijnacker heeft in een veel te vroege fase een keuze gemaakt voor een model waarbij de bedrijventerreinen niet mede als buffer tussen de woonwijk en de A-13 zijn benut en waaraan nog vele andere bezwaren kleven (zie vorige nieuwsbrieven).

Het is triest dat het stadsgewest Haaglanden en het provinciaal bestuur het niet aangedurfd hebben het Pijnackers gemeentebestuur te corrigeren. Zij hebben daarmee laten zien dat een verantwoorde planologie niet in goede handen is bij deze bang uitgevallen bestuurders, die zelfs geen serieuze poging hebben gedaan op de inhoudelijke argumenten in te gaan. Alleen als toch nog de Bos-variant van de HSL doorgaat, zit heroverweging van de bouwlocatie Delfgauw er nog in.

[C10] Locatie Ypenburg

Naar aanleiding van het verschijnen van het MER en de ter visielegging van het voorontwerp bestemmingsplan heeft de IND onlangs een reactie naar de initiatefnemers van het plan gestuurd.

In onze reactie overheerst toch teleurstelling omdat het ambitieniveau van deze grote wijk toch weer te laag wordt gekozen. Die keuze is ook om zakelijke redenen niet meer te verdedigen: door de opkomst van de groene fondsen wordt het mogelijk om projecten, die qua investeringen misschien duurder zijn, goedkoper te financieren.

We hebben nogmaals gepleit voor het open houden van de Bras. Het is dubbel zuur dat men dit waardevolle vogelgebied wil bebouwen en dat daarvoor een al te traditionele ontwatering nodig is.

[C11] Haaglanden

De IND heeft met de andere natuur- en milieuorganisaties in het Haaglandse gewest, die zich toeleggen op het beïnvloeden van het regionale natuur- en milieubeleid, overleg gestart om te proberen ons optreden te coördineren.

Aandachtspunten voor de komende tijd zijn m.n. de structuurschets Haaglanden en de ontwikkelingen rond de VINEX-locatie Pijnacker-Zuid.

De AVN, de Haagse partner in het overleg, bestond onlangs 70 jaar en organiseerde ter gelegenheid daarvan op 17 april een boeiende studiedag over groen en natuur in het Haaglandse gebied. De organisatie stoomt op naar 10.000 leden, en ook dat is een felicitatie waard.

Ook de Zuidhollandse Milieufederatie heeft onlangs initiatieven ontplooid om de samenwerking in de regio te versterken.

[C13] Glastuinbouw

Op landelijk vlak wordt door de glastuinbouworganisaties en de stichting Natuur en Milieu gewerkt aan de uitwerking van de intentieverklaring over glastuinbouw en milieu. Wij ondersteunen initiatieven die een doorbraak kunnen betekenen naar een veel lagere milieudruk vanuit de glastuinbouw. Onze streek gaat daar immers flink onder gebukt.

Maar de intentieverklaring was o.i. te eenzijdig gericht op de ontwikkeling van grootschalige bedrijven en te weinig op de noodzakelijke verandering in de gewaskeuze van de sector. Wij hebben hierover met de stichting N&M (Lucas Reijnders) gecorrespondeerd en hopen dat die aspecten in de verdere onderhandelingen een rol zullen spelen.

D. Technische Universiteit Delft

[D4] Plan TU-wijk

Visie op natuur in de TU-wijk

In de hoop enige invloed uit te oefenen op de bovengenoemde huisvestingsvisie heeft de IND daarover een tekst opgesteld.

In twee bijzondere opzichten is de natuur in de TU-wijk van cruciaal belang:

  1. De TUD als proefterrein. Door een relatie te leggen tussen het beheer van de universiteit en onderwijs en onderzoek, ontstaan voor de TUD unieke mogelijkheden.
  2. De TUD als voorbeeld. Door in de TU-wijk zélf te laten zien waartoe de technisch-wetenschappelijke disciplines in staat zijn waar het gaat om het meebuigen met de natuur, het benutten van de mogelijkheden die de natuur biedt, kan de TU de belevingswaarde van de wijk vergroten en zijn voorbeeldfunctie inhoud geven. Dat kan de instelling bovendien een uitstraling geven die de werving van nieuwe studenten ondersteunt.

Natuurlijk lint

De IND heeft verder een voorstel uitgewerkt voor een natuurlijk lint door de TU-wijk. Het voorstel houdt in dat er in de gazons zones worden gereserveerd die extensief beheerd zullen worden, zodat ze voor bestuivende en overwinterende insecten en voor fouragerende en dekking zoekende dieren (zoogdieren, amfibieën, vogels) mogelijkheden bieden. Mede door aarzeling van hoger hand wordt momenteel slechts een deel van het plan uitgevoerd (Leeghwaterstraat&emdash;C. Drebbelweg).

[D5] Oevers TU-wijk

In juni is het plan om de vijver van de faculteit Werktuigbouwkunde van natuurvriendelijke oevers te voorzien, uitgevoerd. We hopen dat de onderwateroevers binnenkort kunnen worden ingeplant met materiaal dat bij het slootschonen begin juli beschikbaar komt.

Het opknappen van de vijvers bij de faculteit Bouwkunde is op de lange baan geschoven. Dat heeft enerzijds te maken met een nieuwe nota van de college van bestuur over de huisvestingsvisie van de TUD die op komst schijnt te zijn. Wat de vijver van Mien Ruys betreft is de moeilijkheid veeleer dat die vijver 'lek' is, m.a.w. eerst moet de hydrologie van het gebiedje maar eens goed worden onderzocht.

De ontwikkeling van de oevers van de Thijssevaart (aangelegd eind '94 en begin '95) is, mede door het gebruik van maaisel uit de Maaslandse vlietlanden, zeer boeiend. De Grote ratelaar overheerst, maar er zijn ook bloeiende exemplaren te vinden van o.a. Echte koekoeksbloem, Moeraskartelblad en Blauw glidkruid. Op enkele plaatsen laat de ontwikkeling van planten, die mede voor de oeververdediging moeten zorgen, te wensen over. Op die plaatsen zullen de komende tijd oeverplanten worden geplant die in de streek beschikbaar komen tijdens het sloten. Hergebruik van natuur, zou je kunnen zeggen.

H. Nederlands Platform voor Stedelijke Ecologie (NPSE)

Van de werkgroep stadsmilieuplanning waren er in de afgelopen periode twee bijeenkomsten. Op 2 april ging het over de lerende organisatie en de ervaringen van Erica Koning daarmee bij de gemeenten Delft en Dordrecht, en op 4-6 over projectontwikkeling en bewonersparticipatie.

Vanuit de Initiatiefgroep is geprobeerd om de bestuurlijke impasse bij het NPSE te doorbreken. Of die inspanningen wat opleveren is zeer de vraag.

Losse berichten

Uitvoering project bloemrijke slootkant Kerkepad

Voorbereiding en uitvoering van het project waarmee de IND de helft van het bedrag van de Delftse milieuprijs 1995 won, verliepen uiterst gezwind. De aanleg van de terrasoever langs het Kerkepad tussen Heempark en Klein Delfgauw kwam mede door de vlotte samenwerking met boer Langeveld, afdeling Grondzaken van de gemeente Delft en aannemer Van Leeuwen dan ook eerder tot stand dan we aanvankelijk vermoedden, nl. al eind maart. Verder komt Joop Gravesteijn en studenten van de faculteit Geodesie dank toe voor het verrichten van een inhoudsmeting in gure omstandigheden.

De natuurontwikkeling zelf verloopt daarentegen zeer langzaam. De bodemzaadvoorraad is er kennelijk zeer beperkt. De inbezitname van de oever is nu aan de vruchten van de planten die dit jaar bloeien.

Agenda

27-6 Haaglands overleg

1-7 plenaire bijeenkomst IND

9-7 overleg over Delftse monitor

14-7 2e stadsecologische fietstocht

12-9 V.V. Delfland

23-10 milieuplatform gemeente Delft

6-11 Studiedag water in de stad, Zeist

Duurzaam Delft prijs 1996: wie heeft een goed idee voor een beter milieu?

Dit jaar zal voor de derde maal de Delftse milieuprijs "Duurzaam Delft" uitgereikt worden. De prijs is bedoeld om de ontwikkeling van milieuvriendelijke technieken en manieren van werken te stimuleren. Milieumaatregelen kosten geld en dat vormt over het algemeen de drempel om er aan te beginnen. De prijs bestaat daarom uit een geldbedrag van f 25.000,-. Iedereen - behalve gemeente-ambtenaren en raadsleden - kan meedingen naar de prijs, mits het project binnen de gestelde criteria past.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat alleen projecten in aanmerking komen die iets geheel nieuws willen aanpakken. Het kan ook gaan om een verdere ontwikkeling van een bestaand project, waarvan het milieurendement reeds in de praktijk is bewezen of waarvan dat op korte termijn verwacht kan worden.

Beoordeling

De beoordeling van de inzendingen vindt plaats door een onafhankelijke commissie van vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de natuur- en milieuverenigingen en van de gemeente. Als dat nodig is zal een project ter beoordeling aan deskundigen worden voorgelegd.

Inschrijvingen

Inzendingen moeten vóór l oktober 1996 binnen zijn. Aanmeldingsformulieren en een folder met informatie over criteria e.d. zijn verkrijgbaar bij de Dienst Beheer & Milieu, afdeling Milieu, mw. A. Boel, Postbus 63, 2600 AB Delft, tel. 2602997.

De illustraties in deze nieuwsbrief zijn tekeningen van levermosjes. Ze zijn ontleend aan de Geïllustreerde Flora van Nederland (Heimans, Heinsius en Thijsse), 21 e druk 1965. Het zijn in volgorde van opkomst: Flesjesmos, Gewone Pellia, Varentjesmos, Gewone Jungermannia, Schijfjesmos en Gewoon roestmos.

Stadsecologische fietstochten

De eerste stadsecologische fietstocht van de IND, die op 28 mei werd gehouden, was een succes. Met bijna 20 deelnemers werden verschillende objecten in het westelijk deel van Delft bezocht en becommentarieerd. De route liep van het Wilhelminapark, dat gerenoveerd wordt, via Ecodus, Hof van Delftwijk en -park via de Buitenhof naar de Buitenhofdreef.

De volgende fietstocht wordt gehouden op zondag 14 juli (om 10.30 u.) en zal gaan van de oostelijke binnenstad van Delft naar Nootdorp, Pijnacker en enkele natuur- en recreatiegebieden in de omgeving. Het startpunt is op de brug over de Verwersdijk ter hoogte van het Doelenplein. Een aanmeldingsstrookje is op deze pagina afgedrukt.

Literatuuraanwinsten

  1. Jaarverslag 1995, Hoogheemraadschap van Delfland
  2. Mest en Milieu, ministerie van LNV, infotitel 3, april 1996
  3. Kosten en Baten van Natuurbeheer, naar een breed gedragen methodiek, CLM, Utrecht, nov. 1995
  4. Ecologische verbindingszones, natuurlijk!, een verkenning van natuur in Den Haag anno 1996, Jos Lampert, AVN, Den Haag, april 1996
  5. Deelplan Abtswoude reconstructie Midden-Delfland, ontwerp reconstructieplan, (vastgesteld september 1995)
  6. Handboek Milieu, exemplaar van het (interne) handboek van de dienst beheer en milieu van de gemeente Delft, 1996
  7. Peil in beweging, voor natuurlijke wateren in Nederland, Integraal Waterbeheer no. 7. Min. V&W 1996
  8. Gemeentelijke interne milieuzorg, jaarverslag 1995, Delft 1996
  9. Beleidsindicatoren Water en Milieu, 1994-1995, provincie Zuid-Holland, Den Haag 1995.
  10. De kust is vrij, pleidooi voor een dynamische omgang met het raakvlak land-zee, oratie prof.dr.ir. M.J.F. Stive, Delft 1996
  11. Milieueffectrapport Bouwlocatie Buitenplaats Ypenburg, samenvatting, april 1996
  12. Milieueffectrapport Bouwlocatie Buitenplaats Ypenburg, april 1996
  13. Oeverplanten, over eigenschappen en toepassingen in het water- en oeverbeheer, Rijkswaterstaat, Lelystad april 1996
  14. Stekels in het ecologisch beheer, Distels in Noord-Holland, prov. Noord-Holland, augustus 1995
  15. Inrichting en beheer van slootkanten in het veenweidegebied, Mike van der Linden en Frank M.W. de Jong, CML, Leiden maart 1994.
  16. Natuurontwikkeling en vormgeving, M.P. Bijlsma, IKC Natuurbeheer BAELL 30, Wageningen 1995
  17. Ecologisch onderzoek in de Haagse beek en de Hofvijver, Hoogheemraadschap van Delfland, maart 1996.
  18. Hydrobiologisch onderzoek in de Aalkeetbuitenpolder, Hoogheemraadschap van Delfland, oktober 1995
  19. Hydrobiologisch onderzoek in stadswateren in Vlaardingen, Hoogheemraadschap van Delfland, oktober 1995
  20. Hydrobiologisch onderzoek in de polder Schieveen, Hoogheemraadschap van Delfland, oktober 1995
  21. Het Groene Kleed, toekomst van de Nederlandse natuur, Haarlem 1996
  22. Programma van eisen voor ondergronds bouwen, oratie prof.ir. E. Horvat, Delft 1996
  23. Tussentijdse evaluatie Waterbeheersplan 1993-1997, Hoogheemraadschap van Delfland, Delft, maart 1996
  24. Milieujaarverslag 1995, gemeente Delft 1996
  25. Bodembeleid in Delft: Grondslag voor de toekomst, Delft 1996
  26. Waar een weg is is een trein, studie in opdracht van de KvK Haaglanden naar de strak gebundelde Bosvariant van de HSL
  27. De vogels van Delft en Omstreken 1995, waarnemingenverslag, Delft 1996
  28. De vogels van Delft en Omstreken 1995, broedvogelverslag, Delft 1996

netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com