homepage Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

Zienswijze Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat en bezwaren kapvergunning Maerten Trompstraat

stichting Commissie Natuur en Milieu Delft

secretariaat: Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141

Delft, 16 april 2005

Betreft: kapvergunning Maerten Trompstraat

College van Burgemeester en Wethouders
p/a cluster Wijk-/Stadszaken
sector Stadsbeheer
vakteam Groen
Postbus 78
2600 ME Delft

Geacht college,

De aanvraag voor een kapvergunning voor 35 bomen aan de Maerten Trompstraat in de Stadskrant van 2 april 2005 heeft ons onaangenaam verrast.

Het zal u niet onbekend zijn dat er na de ingediende zienswijzen over het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat nog beslissingen moeten volgen over het bestemmingsplan van het bedoelde gebiedje, en dat het hoofdpunt van onze reactie (brief van de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft van 7 maart) op dit Onwikkelingsplan juist was het bosplantsoen aan de Maerten Trompstraat niet alleen te sparen, maar ook weer in voormalige glorie te herstellen via een soortenrijke struiklaag. Het is bon ton dat burgers en bestuurders klagen over de predatie van bijvoorbeeld kraaien en eksters op kleine zangvogels, maar men vergeet erbij te vertellen dat bij inrichting en beheer van bosplantsoenen met de voedsel-, dekkings- en nestgelegenheden van kleine zangvogels bedroevend weinig rekening wordt gehouden.

Dat herstellen van het bosplantsoen is na het aannemen van het Ecologieplan Delft 2004-2015 en de genuanceerde woorden die daarin aan de functionele voordelen van goed ontwikkelde stadsnatuur zijn besteed (m.n. in hoofdstuk 2), op te vatten als een erezaak. Het is immers de gemeente zelf geweest die in de jaren 2000-2003 de schoonheid van dit kleine bosplantsoen grote schade heeft toegebracht door de struwelen van meidoorn en liguster sluipend &endash; verspreid over een jaar of vier - op te ruimen. Alleen de fraaie, slanke verschijningen van de veldesdoorn (Spaanse aak) zijn er nog van over, en die vormen samen met de esdoorns en lindes van de laanbomen en de opvallend soortenrijke kruidlaag een weliswaar beschadigd, maar nog steeds aantrekkelijk stadsgroen.

Meer nog dan de ecologienota is misschien wel de Bomennota in deze context van belang; § 2.5 van dat beleidsstuk behandelt de aandacht vor groen bij nieuwbouw en herstructurering. Wij citeren deze korte, veelbetekende paragraaf:

"Bij nieuwbouw of herstructurering van bestaande bouwpercelen of van de openbare ruimte blijkt niet altijd voldoende aandacht te zijn voor de bestaande bomen (en groenstroken), waardoor bomen kunnen verdwijnen. In elke fase van het planproces moet daarom aandacht zijn voor het belang van bomen.

Bij de afgifte van bouwvergunningen wordt nog niet altijd voldoende getoetst of afspraken over het behoud van bestaande bomen zijn nagekomen (bijvoorbeeld de randvoorwaarden in het bestemmingsplan) of dat bestaande bomen mogelijk behouden hadden kunnen worden door het plan enigszins te wijzigen. Tijdige voorlichting moet ervoor zorgen dat alle betrokkenen in het bouwproces meer rekening houden met bomenbeleid."

Met alle waardering voor deze vrijmoedige zelfkritiek moet ons van het hart dat deze bij dit kapplan onvoldoende doorklinkt. Dat valt des te meer op omdat voor handhaving (en daarna ecologisch herstel) van de groenstrook ook in het Ontwikkelingsplan voldoende ruimte is gelaten. Het straatprofiel wordt immers in het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat (p. 8) op 19 meter gesteld, hetgeen betekent dat er aan de oostkant van het bosplantsoen nog ca. 1 tot 4 meter (oplopend van noord naar zuid) ruimte is tussen de groenstrook en de geplande bebouwing; de bomen liggen dus ruim buiten de voorgenomen bouwkavels!

Het kappen van de veldesdoorns langs het hek van schoolplein is dus alleen al om die reden niet door het bouwplan te billijken. Zie ook beide illustraties, links met een aanduiding van de te sparen veldesdoorns en rechts met een aanduiding van de lijn van de 19 meter straatprofiel waarvan in het ontwikkelingsplan sprake is.

Behalve bezwaren tegen de kap van deze (veld)esdoorns laten wij u weten ook niet erg gecharmeerd te zijn van de procedure. Het lijkt ons absurd dat voor de lindes óp het schoolplein, die zouden moeten wijken voor de te bouwen woningen, nu al een kapvergunning zou worden gegeven, dus nog ruim voordat definitieve besluiten over het Ontwikkelingsplan (er is zelfs nog geen nota Inspraak) en - formeel veel belangrijker - daarnavolgend het (voorontwerp en ontwerp) nieuwe bestemmingsplan zijn genomen.

Slagvaardigheid valt te prijzen, maar in dit geval schoffeert men de indieners van zienswijzen.

Deze slordige bestuursstijl hebben we bij kapvergunningen wel eens eerder gesignaleerd. We herinneren u aan onze bezwaren in het geval van de Lusakastraat (april 2004) en van het Winterpad (november 2004). Van beide gevallen hebben we nooit meer iets vernomen, zelfs niet dat men het met de tegenvoorstellen eens was.

Wij vertrouwen erop dat het gemeentebestuur deze tekortkomingen in de uitvoering van het groenbeheer eens goed onder de loep neemt.

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

L.C. van Doorn, secr.

 


Delft, 7 maart 2005

Betreft: Zienswijze Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat

College van burgemeester en wethouders van Delft
Postbus 78
2600 ME Delft

Geacht college,

In het concept Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat, waarop wij met deze brief enig commentaar geven, staat op p. 15 over de beplanting langs de Maerten Trompstraat:

"De ecologische waarden van het plangebied zijn beperkt. Op het binnenterrein van het ROC Mondriaan (achter de woningen aan de Piet Heinstraat) staan een aantal ecologisch waardevolle bomen. De groenvoorziening langs de Maerten Trompstraat heeft weinig ecologische waarde."

Verder wordt vastgesteld dat het groengebiedje niet is opgenomen in het Ecologieplan Delft 2004-2015.

De ecoogische waarde van een strook bosplantsoen langs de Maerten Trompstraat is inderdaad vrij beperkt. Maar deze vaststelling komt in een geheel ander daglicht te staan als men zich realiseert dat in de jaren 2000-2003 niet zozeer de natuur, maar veleer de motorzaag de ontwikkeling van de groenstrook bepaald. Een alleraardigst stedelijk bosplantsoen met een goede opbouw van kruidlaag, struweel en bomen, werd in die jaren stelselmatig en sluipend gedund tot wat het nu is: een ielig bosplantsoen zonder struiklaag. De meidoorns, ligusters en enkele andere heestersoorten zijn eruit verdwenen. De waarde van de strook voor de fauna (vogels en egels) is daardoor sterk verminderd.

Desondanks is de kruidlaag in het plantsoen nog altijd waardevol. Daar vindt men naast de meer gangbare soorten als Robertskruid, Speenkruid, Dagkoekoeksbloem en Geel nagelkruid toch ook soorten als Longkruid, Maarts viooltje, Maagdenpalm en Gevlekte dovenetel. Ook de stinseplanten zijn met Sneeuwklokje, crocus, voorjaarshelmbloem en narcis goed vertegenwoordigd.

Wij vinden het onverteerbaar dat de bewuste groenstrook door het wanbeheer zou moeten verdwijnen. De groenstrook, die weliswaar geen deel uitmaakt van de stedelijke ecologische structuur maar waarin desondanks wel degelijk belangrijke natuurwaarden zich konden ontwikkelen, dient o.i. juist hersteld te worden. De kansen daarvoor zijn o.i. ook in een situatie als met het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat wordt beoogd, juist bijzonder goed. Voor de toekomstige, nieuwe bewoners lijkt het ons al evenzeer aantrekkelijk.

Op bijgaande tekening is de situatie toegelicht.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Stichting Commissie Natuur en Milieu

Jacques Schievink

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft