Het ging om meer dan het kappen van een houtwal ...

 

Stichting Commissie Natuur en Milieu

Delft, 5 mei 1998

Onderwerp: bezwaren tegen verlening kapvergunning voor het kappen van 2780 m2 bosplantsoen aan de noordkant van het Delftech-park

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Delft
p/a Dienst Stadsontwikkeling
Postbus 53
2600 AB Delft

Geacht college,

Wij laten u met deze brief weten ernstige bezwaren te hebben tegen het kappen van een grote houtwal aan de noord- en oostkant van het Delftechpark. Wij lichten onze bezwaren hieronder toe.

- beschrijving van de houtwal

De houtwal heeft een totale lengte van ongeveer 600 meter en is 4 tot 7 meter breed. De dominante soorten in de houtwal zijn Spaanse aak en Meidoorn, maar ook andere boom- en heestersoorten zijn vertegenwoordigd, zoals Iep, Lijsterbes, Vlier, Linde, Liguster, Haagbeuk, Zwarte els, Zoete kers, Vederesdoorn en Esdoorn. De houtwal is naar wij aannemen destijds aangelegd om de sportvelden enige luwte te geven.

- ecologische betekenis van houtwallen

Houtwallen vormen een vegetatiestructuur met hoge natuurwaarden, maar zijn ondanks het hoge 'natuurrendement' een bedreigde biotoop. In de grote West-Europese akkerbouwgebieden zijn deze elementen als gevolg van de mechanisatie op grote schaal gesloopt (wat op zijn beurt tot een enorme verhoging van het gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft geleid), terwijl in verschillende Nederlandse steden en vooral ook in Delft soortgelijke groenstructuren ('bosplantsoenen') het op grote schaal moesten ontgelden. De argumenten voor deze destructieve activiteiten in de steden bestonden uit een bonte mengeling van te verlagen onderhoudskosten, sociale veiligheid en een postmoderne landschapsopvatting. Wij houden het er overigens op dat de laatste reden veelal de doorslag gaf.

Het hoge natuurrendement van houtwallen heeft simpelweg te maken met het feit dat zo'n structuur bestaat uit veel bosrand en weinig bos; de grootste natuurlijke activiteit speelt zich nl. in de bosrand af. Vooral aan de zonnige kant van de houtkant vertoont de fauna een opmerkelijke diversiteit. Als in de nabijheid dan ook nog een oever aanwezig is dan is op een heel kleine oppervlakte een rijke flora en fauna mogelijk.

- ecologie en bedrijfsterreinen

Ondanks dat in nota's en plannen over ruimtelijke ordening in de randstad doorgaans de lof gezongen wordt van multifunctionaliteit (ook wel meervoudig ruimtegebruik genoemd), wordt met dit criterium bij de inrichting van bedrijventerreinen nog steeds geen rekening gehouden. Ontwerpers en grondverkopers van gemeenten gaan er nog altijd van uit dat bedrijventerreinen gure vlaktes moeten zijn waar verkeer en wind vrij spel hebben, in de hoop dat men op die manier de klanten /investeerders een groot plezier doet. Maar de mensen die er hun brood moeten verdienen, zitten met de gebakken peren; zij moeten werken in een gebied waar je op een mooie dag met goed fatsoen niet eens een frisse neus kunt halen.

Toegespitst op de prachtige houtwal die het Delftechpark nu heeft, werpen wij de vraag op: hoe is het mogelijk dat er uit het Delfts gemeentelijke apparaat een plan opstijgt waarin dit element niet gebruikt wordt als een kwaliteit van dit bedrijventerrein? Door het 'hi-tech' karakter van Delftechpark aan te vullen met passende maatregelen voor de openbare ruimte verleent men dit bedrijventerrein immers ook in andere opzichten een bijzonder profiel, vergelijkbaar met de groene omgeving van het Massachusett Institute of Technology en bedrijven bij Cambridge (Mass/VS).

Deze opvatting van bedrijventerreinen is ook in een ander opzicht uitdagend. In de nota "Economie en Ecologie" van de regering Kok (voorjaar 1997) wordt ervan uitgegaan dat economische groei en verbetering van milieukwaliteit met elkaar te verzoenen zijn. Het slopen van deze forse houtwal, die niet meer dan 0,27 ha oppervakte beslaat, zou laten zien dat die stelling een loze kreet is. 'Men' doet er alles aan te tonen dat economie en ecologie tegengesteld zijn!

In dit verband is ook de tekst interessant die de Vereniging Delftechpark op het Internet heeft gezet (bijlage 1). Daarin wordt op het belang van een goed beheer van het bedrijventerrein wordt gewezen, o.a. als bijdrage aan de milieukwaliteit.

- voorgeschiedenis ecologische structuur en Delftechpark

Zowel bij de planvorming (1995) als later bij de inrichting van de entree van Delftechpark en het voornemen tot het kappen van het bosplantsoen aan de westkant, hebben wij u van onze opvattingen op de hoogte gesteld.

a. Wij hebben via de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft aangedrongen op een ecologisch verantwoorde inrichting van Delftechpark. Toendertijd spitste zich dat toe op de inrichting van het oppervlaktewater, omdat de structuur van de watergangen en tengevolge daarvan de waterkwaliteit allerbelabberdst was (en is). Omdat er toch vervanging van oevers op het programma stond, kon o.i. werk met werk gemaakt worden en kon met de klassieke en onhoudbare opvattingen over de inrichting van watergangen worden gebroken. Omdat wij met de opstellers van de plannen hierover overeenstemming bereikten, hebben wij tegen het bestemmingsplan geen bezwaren ingebracht &emdash; wat niet mocht verhinderen dat men bij de daadwerkelijke inrichting van de watergangen aan de zuidkant van Delftechpark I weer terugviel op die achterhaalde concepten. Van natuurvriendelijke oevers kwam niks terecht, en voor het aardige idee om in de centrale verkeerslus een natuurlijk ingerichte vijver aan te leggen kwam de steriele 'bult van Boelens' in de plaats.

b. Met het doel om 'doorzicht' te verkrijgen kwam al spoedig na het totstandkomen van de nota 'Ruimte voor Natuur' (waarin de bermen van de Schoemakerstraat werden opgenomen in de ecologische hoofdstructuur van Delft) het plan in de krant om het bosplantsoen aan de westkant te kappen. Wij hebben dat onzalige plan weten te verhinderen; alleen bij de entree van het terrein moest van gemeentewege het bosplantsoen sneuvelen.

- oplossing molensloot

Wij willen hier niet volstaan met het verwerpen van het plan voor het kappen van de houtwal. Wie de houtwal inspecteert ziet ook dat de beschoeiing van de aangrenzende molensloot er slecht bij staat. De gemeente Delft kennende zal daar bijna onvermijdelijk een nieuwe beschoeiing voor in de plaats komen, die geen recht doet aan het papieren oeverbeleid (zie Ontwikkelingsvisie Delft 2025).

Dat er op die plek een natuurvriendelijke oever moet komen staat voor ons vast. Het gaat om een belangrijke watergang en die behoort van een natuurvriendelijke oever te worden voorzien. Het handhaven van de houtwal laat evenwel niet toe de ruimte daarvoor op de oever te vinden.

Die ruimte zal dus in het water moeten worden gevonden. Dat gaat ten koste van het doorstroomprofiel, maar dat is blijkens de opening van de duiker die tussen Delftechpark en het TNO-terrein is aangelegd (3 meter) nog ruim overgedimensioneerd (de breedte van de watergang is 13 meter). Een plasberm van 2 à 3 meter naast de houtwal, die weliswaar het doorstroomprofiel verkleint maar de bergingscapaciteit volledig in stand laat, is dus heel goed mogelijk.

Vertrouwend u van dienst geweest te zijn, tekent

Met vriendelijke groeten,

L.C. van Doorn, secretaris

netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com