groenblauwe slinger | netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com | 19 april 2005

x

Groenzone, benard deel van de Groenblauwe Slinger

Delft, 17 maart 2005

Betreft: Commentaar voorontwerp bestemmingsplan groenzone Berkel-Pijnacker

Colleges van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp en Berkel en Rodenrijs
groenzone@pijnacker-nootdorp.nl

Geachte colleges,

in dit korte comentaar op het voorontwerp bestemmingsplan groenzone Berkel-Pijnacker gaan we in op de ruimtelijke begrenzing van de groenzone en op de manier waarop de opgave van de groenzone binnen het kader van de beschikbare ruimte gestalte krijgt.

Met enige tegenzin komen wij in dit commentaar op de treurige discussie, die in de '90-er jaren in provinciaal verband zo heftig gevoerd is over de afstemming van opvattingen van het lokale bestuur en het provinciale beleid, terug. Als gevolg van de te grote inschikkelijkheid van het provinciaal bestuur zitten we nu qua beschikbare ruimte met een plan dat tekortschiet om de ambitie waar te kunnen maken. De ambitie is immers dat het gebied van de groenzone een adequate schakel (ecologisch en recreatief) moet vormen tussen Midden-Delfland en het Groene Hart; het moet dus inhoud geven aan een bovenregionale opdracht.

Dat is zelfs bij een royalere maatvoering in een versnipperd Zuid-Hollands landschap al eenhele opgave, maar als de maat van de groene buffer tussen de Haagse en Rotterdamse agglomeratie op enkele plaatsen nauwelijks nog 100 meter haalt, is de opgave een onmogelijke. Twee grote knelpunten zijn de vernauwingen bij de Kleihoogt en bij de Klapwijkseweg. De eerste is het smalst, mede door een vrij recente uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf, maar daar kan op middellange termijn wellicht nog een mouw aan gepast worden. Bij de Klapwijkse knoop lijkt het probleem ook voor de lange termijn onoplosbaar: daar is een duurzame en effectieve ruimte voor de groenzone wel heel illusoir.

Voorontwerp bestemmingsplan en m.e.r. zijn o.i. al te optimistisch over de kansen om deze ecologische handicaps te overwinnen. "Vanwege de doorgaande natte as met oever-en moerasontwikkeling in de Groenzone zal deze laatste als geheel goed functioneren als ecologische verbindingszone. De moerassen liggen voor de relevante soorten op overbrugbare afstand." staat er op p. 27 van het voorontwerp. Wij hopen vanzelfsprekend dat uw optimisme gerechtvaardigd is, maar zijn er vooralsnog niet gerust op.

Op het gebied van inrichting en beheer biedt het plan - niettegenstaande deze magere ruimtelijke uitgangspositie - enkele verrassende en creatieve openingen. Zo is het combineren van reguliere - en noodberging met ontwikkeling van natuurwaarden in de Bergboezem bepaald een vondst. Dit lukt vooreen oppervlakte van vele hectaren dankzij een slimme compartimentering.

Ook hebben wij waardering voor het voorgestelde peilbeheer in de Berkelse Vaart en voor ander oppervlaktewater. Ook, of zelfs juist, in een voedselrijk milieu biedt het met de ritmes van de seizoenen meebewegend waterpeil goede kansen voor oevervegetaties en andere oevernatuur. Dat is absoluut nodig om de eutrofiëring van het oppervlaktewater terug te dringen, maar we maken er wel op attent dat daar ook een beheer bij hoort dat recht doet aan de ecologische ambities. Dat is gezien de tradities die in beheersorganisaties de boventoon voeren, nog wel een punt van zorg.

Tenslotte juichen we toe dat er is voorzien in een 6 km lange van de Ackerdijkse plassen tot Rottemeren ten zuiden van de ecologische verbinding Pijnacker - Berkel. Het is een element dat ooit op ons voorstel in een streekplan terechtkwam en het doet deugd dat er werk van gemaakt wordt.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Stichting Commissie Natuur en Milieu

Jacques Schievink

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft