Groenblauwe Slinger

De Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft is een enthousiast voorstander van de Groenblauwe Slinger, een plan van de provincie Zuid-Holland dat zich ontwikkelde in dezelfde tijd dat de provincie de teugels als toetser van gemeentelijke plannen nogal had laten vieren. Aan de ene kant was men krtiekloos ten aanzien van de ontwikkeling van VINEX-lokaties op ongunstige plekken, bijvoorbeeld Pijnacker-Zuid en de Bras. Aan de andere kant was er veel druk op de provincie om de verstedelijkingsgolf te compenseren, o.a. via ecologische structuren die de regering in 1989 in het natuurbeleidsplan had geschetst.

De onderstaande brief gaat in op enkele hoofdlijnen waar we, bij alle enthousiasme voor het plan, scherpe kritiek op hebben.


Delft, 14 augustus 1998

Betreft: commentaar Stad en land in balans

Projectbureau Groenblauwe Slinger
t.a.v. mw J.W.A. van Veen
Postbus 90602
2509 LP Den Haag

Geachte mevrouw Van Veen,

De leden van onze groep hebben met belangstelling kennis genomen van de rapportage 'Stad en land in balans', die bestaat uit een ontwikkelingsperspectief en een uitvoeringsprogramma. Wij geven u hierbij onze kanttekeningen.

1. Wij stellen voorop dat wij de ambities van het provinciaal bestuur met betrekking tot de GBS, zoals o.a. verwoord in het streekplan, voluit delen. In onze reacties destijds op het streekplan hebben wij dat telkens ook met zoveel woorden onderstreept, het probleem met de ambities van het provinciaal bestuur was juist dat men &endash; het provinciaal bestuur &endash; daaruit voor de ruimtelijke ordening in het gebied ten zuiden en ten oosten van Pijnacker niet de consequenties trok. Men deed en doet het voorkomen alsof de knelpunten in de Groenblauwe Slinger zijn ontstaan door externe factoren, waarop het provincie geen invloed zou hebben gehad. In onze ogen zijn deze knelpunten dan wel niet op initiatief van, maar dan toch zeker door een stumperig opereren versus de locale overheden ontstaan. Wij voegen er nog aan toe dat niet alleen de ecologische ambities van de GBS het afblazen of halveren van de locatie Pijnacker-Zuid zouden rechtvaardigen, maar zeker ook de woningmarktontwikkeling.

Het doet ons overigens genoegen dat (pag. 58) in de rapportage stelling wordt genomen tegen het vestigen van een themapark in de Driemanspolder. Zulk een vestiging zou de ultieme verkwanseling inhouden van de ambities met de Groenblauwe Slinger, die voor het leef- en werkklimaat in deze regio en dus voor de economische ontwikkeling van zoveel betekenis kan zijn.

2. De functies die de Groenblauwe Slinger in het ontwikkelingsperspectief krijgt toebedeeld, zijn vooral ecologisch, hydrologisch en recreatief (zie ook het schema op pag. 25).

Wat de ecologische kant betreft benadrukken wij graag nog een keer dat de geschiedenis van het idee zijn oorsprong vindt in de Natuurbeleidsplan, waarin &emdash; zij het nog tentatief &emdash; een ecologische verbinding is opgenomen tussen Midden-Delfland en Hollands Groene Hart. De continuïteit van deze verbinding is in de rapportage uitgewerkt in de vorm van de 'ruggengraat'. De ideeën ten aanzien van de inrichting van deze ruggengraat, met gevarieerde waterdiepte, waterbreedte en oeverzones (pag. 22) voldoen o.i. goed aan de eisen die aan de ecologische verbinding gesteld kunnen worden. Deze ruggengraat behoeft uiteraard aanvulling met forse ontsnipperingmaatregelen ter hoogte van de A13, de A-12, Delftse Schie en enkele andere barrières en breder uitwaaierende vlakken die als kerngebiedjes kunnen functioneren.

Op tal van andere plaatsen in het ontwikkelingsperspectief bespeuren wij eveneens een positieve reactie op de brief van 19 februari jl., die wij met andere natuur- en milieuorganisaties in onze regio, verenigd in de 'contactgoep Haaglanden', hebben gestuurd. Daarin bepleitten wij inrichtingsvormen die niet te grootschalig zijn en uitten wij wat dat betreft kritiek op de suggesties in 'Zicht op de Horizon'. Wij erkennen uiteraard wél &endash; dit om misverstanden te voorkomen &endash; dat een grootschalige aanpak van de Groenblauwe Slinger als totaalproject op zijn plaats is.

3. Wij herhalen ons pleidooi voor een grotere plaats voor de veehouderij &endash; i.c. de biologische veehouderij &endash; in het deelgebied Oude Leede. In het rapport 'Toekomstperspectief voor de melkveehouderij in de Groenblauwe Slinger' is deze optie niet onderzocht. De argumenten die wij hiervoor willen aanvoeren zijn in het kort:

4. Tenslotte nog wat over de uitvoeringskant.

• Wij dringen er bij de provincie op aan om het beleid inzake 'Rood voor Groen' (of liever: 'Rood voor Groen en Blauw') snel uit te werken. De exploitatieberekeningen voor de VINEX-locaties zijn of worden nu gemaakt, en het is niet denkbeeldig dat de GBS hierbij achter het net vist.

• Voor zover de GBS invulling geeft aan een duurzaam watersysteem voor een groot deel van de regio, is o.i. een navenante bijdrage van middelen van het Hoogheemraadschap van Delfland gerechtvaardigd.

• Uit de rapportage doemt een schrikbeeld op wat betreft de niet in overeenstemming met het streekplan gebrachte bestemmingsplannen. Er is zelfs een voorbeeld van een verouderd bestemmingsplan dat wordt gebruikt om inderhaast glastuinbouw te ontwikkelen (ten noorden van het tracé van de N470 tussen Delft en Pijnacker). Een vaste hand van de provincie is dringend nodig om deze achterstanden snel weg te werken.

Deze deels kritische kanttekeningen nemen niet weg dat in de rapportage 'Stad en land in balans' belangrijke stappen zijn gezet op weg naar planvorming die beloften inhoudt. Wij blijven de verdere ontwikkeling op de voet volgen.

Met vriendelijke groeten,

namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

Jacques Schievink

netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com