Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen

bezwaar bestemmingsplan Zuidwest

commentaar op Nota van Inspraak Gebiedsvisie Voorhof Zuidwest

24 mei 2007

De gemeentelijke reactie op de vragen en opmerkingen van insprekers op de Gebiedsvisie Voorhof Zuidwest vormt een dankbare aanleiding op over de gemeentelijke aanpak van de stadsontwikkeling en de natuur nog wat punten op de i te zetten.

1. De gemeentelijke onafhankelijkheid

Aan de gewoonte om samen met projectontwikkelaars aan visies te schrijven kleven wat ons betreft grote bezwaren. De gemeente schept daarbij in een vroeg stadium bij de investeerders de verwachting dan men "het zaakje" wel even zal regelen, waarbij de gemeentelijke uitgangspunten, die soms niet eens ter sprake komen, worden ingewisseld voor wenselijkheden die vanuit de exploitatie van de investeerders worden geponeerd. Voegt men bij deze boekhoudersplanologie ook nog eens de belangen die niet zozeer vanuit een visie maar vanuit de gemeentelijke verlies- en winstrekening op de voorgrond worden gezet, dan is de duurzame en ecologisch verantwoorde ontwikkeling van stad en streek al gauw het kind van de rekening.

2. Uitgangspunten

De onder 1. beschreven algemene kritiek op de aanpak van een stroom bestemmingsplannen, gebiedsvisies en ontwikkelingsplannen die ons sinds 2003 be-delft, vergt overigens in het geval van de gebiedsvisie Voorhof Zuidwest enige nuance, omdat dit nu juist wel een plan is waarbij men zich beroept op de Ontwikkelingsvisie Delft 2025, waarbij de gebiedsvisie zou aansluiten, een benadering die helaas niet goed wordt uitgewerkt.

Hoewel die Ontwikkelingsvisie wat ons betreft zeker niet vlekkeloos is, is het als compacte nota en historisch perspectief vergeleken met het hapsnapbeleid van de recente Delftse gemeentebesturen een oase van rationaliteit en planmatigheid. Het stuk is bovendien in open overleg met de Delftse burgerij tot stand gekomen en is ook in dat opzicht anders van karakter dan de dwingelandij en verborgen agenda's die sedertdien van de Delftse planning bezit hebben genomen.

De minder gelukkige kanten van de Ontwikkelingsvisie 2025 zijn met name:

• de overschatting van de omvang en kwaliteit van de groene omgeving van de stad;

Vergeleken met elke andere stad in Nederland zijn de nog aanwezige open groene landschappen bij Delft klein. We hebben daarop in 1998 al gewezen (zie http://ind.datadelft.com/ontwikkelingsvisie_2025.htm). Deze sterk negatieve vestigingsfactor voor gezinnen en bedrijven voorstellen als "een sterk punt van Delft" is een grote vergissing en heeft concreet geleid tot een verkeerd begrepen aanpak t.a.v. de compacte stad.

[Dat Delft in stadsgewestelijk verband bovendien geen actie heeft ondernomen om de teloorgang van het landschap te stoppen, nemen wij hoog op. De Haagse en Rotterdamse agglomeraties zijn bij Pijnacker-Zuid aan elkaar gegroeid, en de Delftenaar zit nu met twee kwaden: de binnenstedelijke kwaliteit die door de eigen gemeente onder onaanvaardbare druk wordt gezet, en het verlies van grote polderlandschappen in de directe omgeving. Een fraai uitgangspunt voor de groei van Delft, het moet gezegd.]

• de consequenties van de - achteraf - totaal verkeerd geschatte bevolkingsontwikkeling uit de Ontwikkelingsvisie zijn al even opmerkelijk. Ten tijde van het opstellen van de Delftse Ontwikkelingsvisie vreesde men dat Delft door het beschikbaar komen van de VINEX-woningen in de naburige gemeenten in enkele jaren tijds een bevolkingdaling zou beleven van 95.000 in 1997 naar 89.000 in 2003. Een dergelijk snelle bevolkingsdaling zou - zelfs wij vinden dat - voor Delft geen aanlokkelijk perspectief zijn, al tekenen we er wel bij aan dat Delft keurig meewerkte aan stadsgewestelijke publicaties die de burgers van de steden opriep om toch vooral op de nieuwe VINEX-locaties te gaan wonen. Hoe dat ook zij, de Ontwikkelingsvisie ging er vanuit dat na deze dip een teruggroei naar ca 95.000 inwoners gewenst zou zijn.

De feitelijke ontwikkeling was totaal anders - de bestuurders hadden zich weer eens beet laten nemen door hun geloof in scheefwonen en doorstroming waarvan de wetenschappers al sinds begin 80-er jaren hebben moeten vaststellen dat die niet werkt en niet kán werken. Delft groeide zelfs nog door, tot ca 97.000 inwoners in 2000, waarna in de jaren sedertdien een langzame daling naar 95.000 inwoners heeft plaatsgevonden.

Deze ontwikkeling overziende is er geen reden om in de roekeloze hapsnapverdichtingsaanpak van de gemeente te volharden en potsierlijke stellingen over de vitaliteit van de stad, die pas gerealiseerd zou zijn bij 102.000 inwoners te betrekken.

• In de Ontwikkelingsvisie werd bovendien vastgesteld dat Delft een compacte stad ís. Alleen al daarom is er geen reden het binnenstedelijk groen, ook niet dat van Voorhof Zuidwest, verder onder druk te zetten. Bij toeneming van de bevolking zal het binnenstedelijk groen fors moeten toenemen.

Dat - zoals onder A4.1 van de Nota van Inspraak - wordt gesteld dat "op regionaal niveau woningafspraken zijn gemaakt waaraan Delft moet voldoen" illustreert dat de gemeente bij het maken van die afspraken niet erg bij de les is geweest en minder de belangen van zijn bewoners dan de vleespotten van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing op het oog heeft gehad. Het is buitengewoon wonderlijk dat uitgerekend een al compacte stad zovele miljoenen (130 M¤) uit een dergelijk fonds opstrijkt als beloning voor binnenstedelijk bouwen waar ruimer bedeelde en grotere steden dat met veel minder doen. In Delft heerst dus inderdaad die gevreesde boekhoudersplanologie. Dat in het beleidskader voor dat investeringsbudget staat dat "het rijk (van de gemeenten) speciale maatregelen verwacht om te komen tot meer en betere groenvoorzieningen in de dagelijkse leefomgeving en in de stad als geheel." komt in het geheel niet tot zijn recht. De gemeente moest maar eens opnieuw naar die ISV kijken, vinden wij, en het Rijk trouwens ook.

3. Complete stad?

Dat naast de compacte ook de "complete" stad een vigerende beleidskeuze zou zijn is een verzinsel. In de ontwikkelingsvisie 2025 en in de Delftse Ontwikkelingsprogramma's komt deze zotte term niet voor. Zot omdat het lot van Delft en van Delftenaren nu eenmaal is dat zij voor sommige voorzieningen naar Den Haag of Rotterdam gaan. In de Rotterdamse Doelen op 20 minuten afstand kan de Delftenaar genieten van de muziek van een van 's werelds toporkesten, en er schijnen zelfs raadsleden te zijn die naar het Feyenoordstadion gaan. Wellicht kan de gemeente samenwerking aangaan met de gemeente Bergeijk, want Radio Bergeijk maakte onlangs melding van heroïsche inspanningen om de Olympische Spelen naar Bergeijk te halen.

4. Natuurwaarden en zichtlijnen

Het antwoord op de kritiek aangaande de geslotenheid van groene elementen, m.n. die deel uitmaken van de stedelijke ecologische hoofdstructuur, bevredigt allerminst. Dat "de gemeente rekening dient te houden met meerdere belangen, welke tegen elkaar afgewogen dienen te worden" (A4.8) wordt niet gevolgd door een aanduiding van die belangen. Dat doen wij dan maar even: bij gemeente en corporaties overheersen verstofte opvattingen over beheer van groen en natuur in de stad, gevoed door een gebrek aan kennis van de bijzondere betekenis die meer gesloten groene structuren (in Delft uiterst zeldzaam geworden) voor het ecologisch systeem hebben. De aanval op zulke waardevolle natuur wordt onveranderlijk ingezet met het overdrijven van de onveiligheid die het met zich zou brengen en de "noodzaak" van lange zichtlijnen. Over de vreugde die het bewoners en andere dieren schenkt wordt niet gerept.

Wij voegen hier nog aan toe dat Bomennota (2003) en Ecologieplan (2004) tot nu toe slechts voor daverende aanslagen op Delfts' stadsnatuur zijn gebruikt, en dat de gemeente het als een uitdaging moet zien om er eens een positieve kant van te laten zien.

commentaar op gebiedsvisie Voorhof Zuidwest

12 februari 2007

De gemeentelijke gebiedsvisie Voorhof Zuidwest is voor ons aanleiding enkele kritische kanttekeningen te maken.

§ 1.3. Het verheugt ons dat nu - in § 1.3 - een poging wordt ondernomen om een bestemmingsplan of, zoals in dit geval een gebiedsvisie, te plaatsen in een ruimere context. Het stedelijk niveau als die context is o.i. nog steeds veel te beperkt. Zelfs een verband met de Haaglandse ontwikkelingen wordt niet gelegd, en dat wreekt zich al onmiddellijk in deze paragraaf, waar kreten als "bouwopgave" en "complete stad" al verraden dat van een onbevangen visie wederom geen sprake is.

De poging om een zinvol verband aan te brengen met de wijdere omgeving van Delft mislukt ook al omdat wordt uitgegaan van versleten dogma's. We citeren: "Delft heeft beperkte ruimte binnen haar grondgebied voor het realiseren van nieuwe uitbreidingen ten behoeve van woningbouw. Toch zullen er nieuwe woningen gebouwd moeten worden om het huidige inwonertal te kunnen handhaven. Immers door de daling van de gemiddelde woningbezetting zijn er, over de hele stad bezien, meer woningen nodig voor hetzelfde aantal inwoners. Daarnaast laat de bevolkingsprognose van de gemeente een lichte groei zien (naar circa 102.000 inwoners in 2015; een groei van circa 7% (is dat "lichte" groei?)). Deze bevolkingstoename is nodig om ook in de toekomst een vitale stad te zijn met een volwaardig en volledig voorzieningenniveau."

Waar zijn de duurzaamheidsdoelstellingen gebleven? Waar komt toch het zotte idee vandaan dat Delft moet groeien? Waarom moet een stad groeien om vitaal te zijn; is er al een notitie in voorbereiding dat Delft moet groeien naar 150.000 inwoners? Wat denkt u dat de uitkomst is als alle nederzettingen in Nederland zouden blijven groeien? En nog preciezer, waarom is "deze bevolkingstoename" nodig voor een vitale stad? Waarom zou een stad van 102.000 inwoners vitaler zijn dan een stad van 80.000 inwoners?

Het Ruimtelijk Planbureau heeft al eens aangegeven dat bouw van nieuwe woningen en bedrijventerreinen in de "genen" van gemeentebestuurders zit en dat zij absoluut niet in staat zijn de omslag naar een krimpscenario te maken. Voor een "kennisstad" als Delft is het juist een uitdaging om te anticiperen op de krimp die al voor 2020 gaat optreden, en het is beschamend dat het opschrijven van versleten clichés onder de naam "gebiedsvisie" wordt verkocht. Wordt het niet eens tijd dat in Delft onderbouwing van plannen op rationele en analytische basis gebeurt?

 

Alleen op het punt van water haalt deze gebiedsvisie o.i. een voldoende. Het maken van ruimte voor oppervlaktewater, o.a. door enkele zeer lange duikers te vervangen door volwaardige watergangen, biedt perspectief op herstel van karakteristieke Hollandse elementen in het stadsbeeld en op versterking van het lokale ecosysteem.

Maar zelfs in deze zeer dichte wijk zijn de opstellers nog op zoek naar verdichtingsmogelijkheden, weliswaar in samenhang met "verdunning", maar op een evenwichtige aanpak van deze kwesties rekenen wij gezien de recente resultaten van de Delftse stadsontwikkeling in het geheel niet.

In § 2.1.7 en ook op enkele andere plaatsen wordt gehamerd op de sociale onveiligheid. Niet de onverschillige architectuur of de sociale context zijn bronnen van sociale onveiligheid naar het schijnt, maar altijd weer het "aanwezige groen" dat het doorzicht belemmert, een eis die kennelijk niet gesteld wordt aan de "wandvorming" aan de randen van de wijk, een wandvorming die de ruimtelijke opsluiting (noem het burchtvorming) van de wijk nog veel sterker zal maken. In de Delftse praktijk betekent dat toch steeds weer het kappen van struweel en ouder geboomte, dat een hoge ecologische waarde heeft maar dat niet voldoet aan de inzichten van enkele minder goed opgeleide gemeentelijke hoveniers. Het verraadt bovendien een lichtvaardige omgang met een belangrijke bevinding van de wijkbewoners (§ 2.2.3): "Het groen wordt door de bewoners gezien als cruciale factor voor de leefbaarheid van de dichtbevolkte wijk."

Op p. 12 worden bovendien enkele "onveilige licaties" opgesomd die weer niet voorkomen op de enge-plekkenlijst van 2006. Worden ze naar believen verzonnen?

Bijzonder in het oog springt (§ 3.5.2) bij de maatregelen die het "groen moeten verbeteren" het creëren van avontuurlijke speelplekken. Dit mag wel een doorbraak heten. We juichen dat toe, maar herinneren er aan dat er de recente afbraak van avontuurlijke speelplekken aan de zuidkant van Buitenhof en die aan de Maerten Trompstraat aan vooraf is gegaan.

§ 3.4 Het ontgaat ons wat de gebiedsvisie uitstaande heeft met het omzetten van huur naar koop. Het lijkt wel of de gemeente hier het pad effent voor woningbedrijven om hun volkshuisvestingstaak verder te laten versloffen. Evenmin wordt aandacht besteed aan de tegenstrijdigheid die er bestaat tussen de gewenste verdichting en de wens aan de "grote behoefte van grondgebonden woningen" te voldoen.

§ 4.4 Het inzetten van planologische vrijstellingen om aan vigerende bestemmingsplan te ontkomen, spreekt ons niet aan. Vrijstellingen moeten - inderdaad - gebaseerd zijn op goede ruimtelijke onderbouwing, maar ook worden getoetst aan eisen van ecologische duurzaamheid, demografische ontwikkeling, leefomgevingskwaliteit en nog vele andere zaken. Ontwikkelingsplannen van de gemeente Delft voorzien hier doorgaans onvoldoende in, maar wat nog belangrijker is: er is geen beroep bij een hogere, onafhankelijker instantie.

 

M.vr.gr.

Jacques Schievink