Technopolis

Kwantificering van nutiëntenlast en benodigde oevervegetatie

Het voorontwerp bestemmingsplan voor Technopolis vermeldt een oppervlak van 11 ha aan oppervlaktewater. Uitgaande van een gemiddelde diepte van 80 cm is dit een volume van ongeveer 90.000 m3.

In het MER wordt voor het huidige oppervlaktewater een P-gehalte genoemd van 1 mg/L. De hoeveelheid oppervlaktewater neemt aanzienlijk toe ten opzichte van de huidige situatie; voor dat vergrote waterlichaam kan niet zonder meer worden aangenomen dat het P-gehalte eveneens 1 mg/L zal zijn. Rekening houdend met het langjarige extensieve grondgebruik zal het waarschijnlijk wat lager uitpakken, zeg 5x de MTR ofwel 0,75 mg/L. In een waterlichaam van 90.000 m3 is bij die aanname dus 67.5 kg P aanwezig.

Hoewel verschillende gezaghebbende bronnen [1,2,3] uiteenlopende cijfers noemen wat betreft P-verwijdering via oevervegetaties, ondergedoken waterplanten en biezenvelden, houden we voor deze benadering 40 kg P/ha aan. Het is redelijk daarop 30% in mindering te brengen wegens - met het oog op verantwoord faunabeheer - gefaseerd maaien, terwijl ook 10% kan worden aangehouden voor oevergedeelten waar de vegetatie - bijvoorbeeld door erosie - zich moeizaam ontwikkelt. Naar gelang het proces van nutriëntenverwijdering vordert zal ook de effectiviteit van de oeverzones enigszins afnemen. Om te bepalen welk oppervlak aan oeverzones in Technopolis verstandig is om in 2015 de grenswaarde voor fosfaat te bereiken, kan daarom o.i uitgegaan worden van 20 kg P/ha.

Verwijdering van P in het systeem resulteert doorgaans niet onmiddellijk in verlaging van het P-gehalte in het oppervlaktewater. Er treedt "nalevering" op die jaren kan duren. Omdat een P-last van 67.5 kg in 11 ha oppervlaktewater 54 kg P bóven de grenswaarde ligt, is een oppervlakte aan oevervegetatie van 54/20 = 2,7 ha de bovenkant van wat wenselijk is. Bij een gemiddelde breedte van de oeverzone van 3m en de bijdrage van de ondergedoken waterplanten verwaarlozend (op zichzelf niet voor de hand liggend, maar de totstandkoming van zo'n vegetatie is tamelijk veel onzekerder) komt dit neer op 9 km oeverlengte.

Men kan het ook minder ambitieus opzetten, bijvoorbeeld een niveau van 2x de grenswaarde jaarlijkse verwijdering uit het systeem. Dat komt neer op 27 kg P per jaar, waarvoor 1,35 ha (4,5 km) oeverzone nodig is. Om de gedachten nader te bepalen: de oevers van de Thijssevaart vormen alleen al 1,7 km bij een gemiddelde breedte van niet meer dan 2 meter.

Bronnen

[1] Ruimte voor Natuurlijke zuivering, een haalbaarheidsstudie, Hoofdrapport, projectteam NW4, 1997

[2] Helofytenfilters, integratie van oppervlaktewaterzuivering , natuur en andere functies in moerassen. Dienst Landinrichting en Beheer Landbouwgronden, LBL-mededeling 206, Utrecht 1996

[3] Lagere nutriëntengehalten in meren en plassen door natuurlijker peilbeheer? H. Coops, S. Sollie & R. Portielje, H2O 37/14&15, juli 2004

[4] Ecologisch onderzoek naar de effecten van bufferstroken langs watergangen, een literatuuronderzoek naar werking, rendement en kansrijkdom, Stowa rapport 98-26

[5] Handboek zuiveringsmoerassen voor licht verontreinigd water, Stowa 2001-09. Met CD-rom met beslisondersteunend systeem.

[6] Pre-advies Laagveenwateren, L. Lamers, M. Klinge, J. Verhoeven, Expertisecentrum LNV, Wageningen 2001


terug naar Technopolis