netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com

Projectenlijst blauwe EHS Delft

Voorstellen van de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | 10-01-2000

In dit stuk doet de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft nadere voorstellen voor de natte ecologische structuur van Delft. Aanleiding voor deze opstelling is de voortgang van het derde gemeentelijk milieubeleidsplan (3D), waarvan "water en ecologie" een van de vier hoofdstukken vormt, en het Delfts waterplan, eveneens onderdeel van 3D.

De lokaties waar naar de opvatting va de IND nu uitgewerkte plannen voor gemaakt moeten worden zijn allemaal al eens eerder door de IND onder de loep genomen en tot onderwerp van voorstellen gemaakt. In dit stuk staan ze eindelijk in onderlinge samenhang, als een concretisering van het Delftse milieubeleidsplan en waterplan.

Op sommige lokaties is al sprake van adequate inrichting en beheer of zijn plannen in voorbereiding (1, 2, 5, 16)

De kern van de te nemen maatregelen voor het oppervlaktewater op de hier behandelde lokaties is het verbeteren van de veerkracht van de wateren. Veerkracht betekent dat er voor het watersysteem zelf betere voorwaarden worden gecreëerd om de gevolgen van de milieubelasting te weerstaan; voor die activiteit is een vitale levensgemeenschap in en langs het water nodig. De technische - en beheersmiddelen die daarvoor kunnen worden ingezet zijn:

  1. het maken van oeverstructuren (met het daarbij aangepast onderhoud) waar vegetatie zich kan ontwikkelen en de basis kan vormen voor een uitgebreid ecosysteem met macrofauna en vissen en tevens kan zorgen voor een natuurlijke oeververdediging;
  2. variatie in diepte en breedte van de wateren;
  3. voldoende ruimtelijke en daarmee ecologische verbinding van de oppervlaktewateren;
  4. het terugdringen van emissies, m.n. van riooloverstorten door afkoppeling van schoon regenwater uit stedelijk gebied van het rioolstelsel (wij tekenen daarbij aan: de noodzaak van het verbeteren van de veerkracht is des te groter bij grote milieubelasting!);
  5. het inzetten van biezenvelden op plaatsen waar het terugdringen van de emissies in onvoldoende mate mogelijk is.

De nummers verwijzen naar de lokaties die in blauw zijn aangeduid op het volgende overzicht.

0. Rijn-Schiekanaal en Buitenwatersloot

De mogelijkheden om bij deze kanalen het ecologisch instrumentarium met succes toe te passen, zijn zeer beperkt. Er is &endash; althans binnen de bebouwde kom &endash; weinig ruimte langs de oevers en er vinden veel vaarbewegingen plaats. Buiten de bebouwde kom zijn die mogelijkheden en is de noodzaak er wel, maar die maatregelen behoren tot het domein van provincie en Dienst Landelijk Gebied.

1. Thijssevaart

Deze vaart, waardoor water uit een deel van de TU-wijk naar de vijzel bij het WL wordt gevoerd, is in de winter van 94/95 voorzien van 1700 meter natuurvriendelijke oevers. De ontwikkeling van deze oevers die met een minimum aan kosten zijn aangelegd en met een minimum aan kosten worden onderhouden, leert ons veel over de mogelijkheden van inpassing van zulke oevers in het landelijk en stedelijk gebied.

De Thijssevaart zelf vormt nu een waardevol landschappelijk en natuurlijk element in een gebied (TU-wijk zuid) dat op middellange termijn ingrijpend zal veranderen. Wij beschouwen het project als een voorzet voor deze inrichtingsplannen waar niet alleen rekening mee moet worden gehouden, maar waar juist op voortgebouwd moet worden.

2. Karitaat Molensloot

De Karitaat Molensloot vormt de harde grens tussen de TU-wijk zuid en het gebied ten zuiden ervan, een gebied dat in het kader van de herinrichting van Midden-Delfland op dit moment op de schop gaat voor recreatie, natuur en een verkleinde plek voor veehouderij.

De molensloot zelf is een groot (22 m breed) en voor mens en dier gevaarlijk ingericht water. In principe is voor herinrichting van de oevers op strategische plaatsen overeenstemming* bereikt met de dienst landelijk gebied (DLG), maar door de aanwezigheid van zandleidingen ten behoeve van bouwlokaties ten oosten van Delft moesten de bescheiden en goedkope werkzaamheden worden uitgesteld. Zodra de situatie ter plaatse het mogelijk maakt dient tot herinrichting van de oevers worden overgegaan, eventuaal in combinatie met een langzaam verkeerverbinding tussen Thijsseweg en het recreatiegebied. Wellicht biedt ook de aanleg van infrastructuur (ontsluiting van het Schieweggebied via een brug over het Rijn-Schiekanaal) gelegenheid om bij deze herinrichting werk met werk te maken.

* brief van DLG van 1 oktober 1996

3. Tanthofkade (bij Tanthof-west)

In het kader van de uitvoering van het deelplan Abtswoude van de reconstructie Midden-Delfland wordt aan de westkant van de Tanthofkade bij Tanthof-West eenondiep, nat gebied aangelegd dat enerzijds een aantrekkelijk landschappelijk herstel van de Tanthofkade inhoudt, maar zeker ook kansen biedt voor de versterking van de Delftse ecologische structuur. Het is o.i. de moeite waard te bekijken hoe op deze interessante inrichting kan worden aangesloten bij de hydrologische en ecologische veranderingen, die voor Delft zuidwest op het ogenblik in studie zijn, in het bijzonder de in dit plan noodzakelijke winterberging.

4. Tanthofkade (ter hoogte van Buitenhof)

Het gaat hier om een lang en breed water, dat over de volle lengte beschoeid is en ook nog eens door opgaand groen is omgeven. In zulke situaties, die in Delft ook op andere plaatsen voorkomen (Teding van Berkhoutlaan, Emmalaan) kan een natuurvriendelijke oever opvang van veel bladval aan de landkant van de oeverzone voor zijn rekening nemen, maar de oeverzone zal i.h.a. ook iets meer licht moeten hebben. Een strook van enkele meters langs de oevers moet van bomen en struiken vrijgehouden worden.

De omvang van dit water maakt toepassing van een scala van maatregelen om hier het oppervlaktewater op te knappen evenzeer mogelijk als noodzakelijk.

5. Delftse zoom

Bij het totstandkomen van de natuurvriendelijke oevers langs de zuidkant van dit water hebben bewoners en Initiatiefgroep een hoofdrol gespeeld; zij zullen bovendien ook zorgen voor aanschaf en planten van plantmateriaal om de natuurontwikkeling te ondersteunen.

Er is een beweeglijke oeverlijn met vele inhammen gemaakt, waarbij door variatie in micromilieus het ontstaan van een zeer gevarieerde oeverbegroeiing te verwachten is. Bovendien is er nogal wat variatie in de grondsoort.

Aan de westkant, waar door de grote breedte van het water het risico van erosie bestaat, is het talud verstevigd met een doorgroeibare stenen mat.

6. Wateren aan west- en zuidkant van Voorhof-west

De situatie is hier grotendeels vergelijkbaar met die onder 4. is beschreven. Met name in dit deel van de Kruithuiswegzone zijn interessante mogelijkheden om ecologisch rijk stedelijk groen en waterbeheer te combineren.

7. Schoemakerstraat

Voor de bermen en oevers van de Schoemakerstraat zijn al vaker voorstellen gedaan. In 1992 werd onder de titel 'Natuur Delft het Onderspit' een reeks voorstellen gedaan waarvan de Schoemakerstraat deel uitmaakte.

In zijn afstudeerwerk ontwierp Arthur Hagen voorstellen om een deel van de westelijke berm en sloot te benutten voor experimenten met oevers, daarmee een buitenlaboratorium voor de TU vormend.

De ruimte langs de Schoemakerstraat, in het bijzonder ten zuiden van de Centrale Bibliotheek, biedt ruime gelegenheid voor een geheel andere, ecologisch verantwoorde reconstructie. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het tracé van de tramlijn, die vermoedelijk tussen TNO en Delftechpark zal lopen.

De vijver voor TNO heeft alleen een bergingsfunctie; de beperkingen waarmee bij wateren met (ook) een doorvoerfunctie rekening moet worden gehouden, zijn hier niet van toepassing.

8. Strook tussen A-13 en TNO ('TNO-strook')

De recreatieve functie van deze strook en de grote beschikbare ruimte maakt het mogelijk om de herprofilering van de oevers geheel landwaarts te realiseren.

Samenwerking met het beheer van TNO ligt voor de hand en schept wellicht mogelijkheden het terrein van TNO bij de herinrichting van het oppervlaktewater (ook 7 en 9) te betrekken.

9. Molensloot Delftechpark

Bij de discussie over het behoud van de houtwal aan de noordkant van Delftechpark hebben wij ook de noodzakelijke aanpak van de oevers van deze molensloot betrokken. Het werk aan het bedrijventerrein en - over enige jaren - aan de tramlijn stelt de gemeente in de gelegenheid hier dan werk met werk te maken.

De plasberm zal wat de zuidoever betreft ten koste moeten gaan van het beschikbare doorstroomprofiel, maar dat kan zonodig gecompenseerd worden aan de noordoever.

10. Bieslandsekade

De vaart langs de Bieslandse kade en de vaart, verder oostwaarts, langs de Korftlaan, vormt een belangrijke aanvoerlijn voor het polderwater dat naar de boezem getransporteerd moet worden. Daarmee is dit water, net als de molensloot Delftechpark en de Tweemolentjesvaart, tevens een belangrijke natte ecologische verbinding van het buitengebied en de oostelijke stadsrand en de TU-wijk.

Het water langs de Bieslandsekade en de Korftlaan biedt een kans op een geïntegreerde aanpak met andere plannen: de nieuwbouw van de Bieslandhof, het water van de waterspeeltuin, de herinrichting van de Bieslandse Bovenpolder en de calamiteitenberging in de Grote Plas.

11. Grote Plas Delftse Hout

De Grote Plas is een 23 ha groot recreatiewater dat dankzij zijn geïsoleerde hydrologie al lange tijd een redelijke tot goede waterkwaliteit heeft. De Plas is ontstaan door zandwinning in de 60-er jaren

Het inlaten van polder- en boezemwater vraagt om versterking van de 'veerkracht' van de grote plas, d.w.z. dat de eventuele grotere belasting van de Grote Plas met verontreinigende stoffen vraagt om een betere structuur van de plas, in het bijzonder wat de oevers betreft. Ook de inrichting van de kreek moet o.i. bij de maatregeken worden betrokken.

In het waterbeheer kent men een emissiespoor en een structuurspoor. Met het structuurspoor beoogt men water en oevers een zodanige structuur te geven dat de emissies beter door het water (i.c. het waterleven) worden verwerkt. Het gaat hier om versterking van het zelfreinigend vermogen, ook wel veerkracht genoemd.

In een (overigens slechts verkennend) plan dat Raadgevend Ingenieursbureau DHV op verzoek van de IND heeft opgesteld* ligt het accent op dit soort maatregelen:

* Ecologisch herstel van de Grote Plas van de Delftse Hout, augustus 1990.

12. Tweemolentjeskade

De Tweemolentjesvaart ten westen van de A-13 behoort tot Delflands boezem en brengt het water uit de Polder van Nootdorp naar het Rijn-Schiekanaal. De beschikbare ruimte langs de watergang brengt tal van mogelijkheden met zich mee om via water en oever een zinvolle ecologische verbinding tot stand te brengen tussen het groene stadsmilieu en het interessante gebied ten oosten van de A-13, met zulke waardevolle elementen als de Hertenkamp, het veenmosrietland en de Nootdorpse Plassen. Het is dan ook zinvol om de natuurstructuur in dit deel van de stad te verrijken met een meer natuurlijke ring rond de Bomenwijk, waarover tussen IND en de gemeente in het najaar van 1996 uitvoerig overleg is gevoerd. Dit idee heeft overigens ook een rol gespeeld bij de keuze van dit gebied voor de Delftse natuurmonitor.

13. Wilhelminapark / provinciale weg 15

Langs delen van de p.w.15 is volop ruimte en water aanwezig omde actuele inzichten t.a.v. het oppervlaktewater te realiseren. Dit zou nog gecombineerd worden met maatregelen om de run-off van de autoweg op te vangen. Het betrekken van de buitenranden van het Wilhelminapark hierbij ligt voor de hand (de gemeentelijke ambitie om die randen te benutten voor natuurbouw was er bij de uitwerking van het renovatieplan bij ingeschoten).

14. Teding van Berkhoutlaan

Deze watergang is met zijn overmatige bladvang en een riooloverstort exemplarisch voor stedelijke waterproblemen. Desalniettemin is de watergang in de nota Ruimte voor Natuur aangeduid als onderdeel van de stedelijke ecologische hoofdstructuur, en dat is gelet op de stadstructuur en de oprukkende bebouwing van Den Hoorn, volkomen terecht. Bovendien ontstaat er langs deze weg de mogelijkheid de ambities van de renovatie van het groen van de Kuyperwijk (in de wijk cultuurlijk groen, aan de randen ruimte voor natuur) nu eindelijk eens in te vullen. Dit betekent tevens dat langs Voordijkhoornse pad en Kerstanjewetering nog natuurmaatregelen moeten worden uitgewerkt.

15. Spoorzone ter hoogte van Voorhof-oost en bedrijventerrein Schieoevers

Van spoorbermen is bekend dat zij een bijzondere flora en fauna kunnen herbergen. Het substraat is immers drainerend en schraal en verschilt daarmee sterk van de kleiige en venige polderbiotopen. Bovendien is de menselijke verstoring er zeer beperkt. Tegelijkertijd lenen spoorzones zich, net als watergangen, goed voor transport van genetisch materiaal, waardoor kansen zich voordoen om zones en gebieden langs spoorlijnen tot ecologische verbindingszones te ontwikkelen. In de ecologische structuur van Delft moet er zeker ook zo veel mogelijk van gebruik gemaakt worden.

Bij de aanpak van het bedrijventerrein Schieoevers kan eveneens het oppervlaktewater langs de spoorlijn worden betrokken. Voor thema's als berging, zuivering en natuur liggen hier boeiende mogelijkheden.

16. Bieslandse Bovenpolder

Het plan voor de Bieslandse Bovenpolder, waarvan met de inrichtingsmaatregelen inmiddels een begin is gemaakt, behelst een breed scala aan natuurmaatregelen in samenhang met het bedrijven van biologische veehouderij en extensieve recreatie. Tot de natuurmaatregelen behoren tal van maatregelen die de waterhuishouding betreffen: biezenvelden voor de zuivering van ingelaten water, slootkantbeheer, een poel, een slik en brede oeverbegroeiingen. Daarbij is aangesloten op natuurontwikkeling in de Noordpolder en toekomstige maatregelen in de Bieslandse polder.

Enkele voorstellen voor de secundaire ecologische structuur van Delft

Naast deze 16 lokaties van de ecologische hoofdstructuur zijn er nog andere, kansrijke subsystemen waar, weliswaar minder urgent, een gelijksoortig pakket van maatregelen op kan worden losgelaten. De meest in het oog lopende zijn met groen aangegeven op de schets op pag. 2. Het gaat om:

17. Bomenwijk

Mogelijkheden en betekenis van de aanpak van de 'ring' om de Bomenwijk zijn onder 12. aangegeven.

18. Bachsingel en Van der Slootsingel / park Buitenhof

In aansluiting op de maatregelen van project 4. en gegeven de ruime maat van de oeverzones liggen hier grote kansen voor 'water in de stad'. Net als bij 16. is hier sprake van interessante verbindingen met het buitengebied, reden waarom de IND juist deze beide lokaties voor de natuurmonitor voostelde.

19. Voorhof-oost

Voorhof-oost is verrassend rijk aan water en, ondanks de hoge dichtheid van de bewoning, ook aan ruimte. Op de website http://www.dsdelft.nl/~ind/planvoorhof.html is deze waterstructuur en zijn de gewenste inrichtings- en beheersmaatregelen opgesomd.

20. Tanthof-west

De ecologische en hydrologische problemen waarmee het stedelijk water in zuidwest Delft kampt, moeten in samenhang met elkaar ontwikkeld worden. Het maakt het oplossen van de problemen wat ingewikkelder, maar anderzijds schept het ook extra kansen: meer ruimte voor het oppervlaktewater, het tolereren van grotere peilschommelingen en meer ruimte voor waterrijke natuur gaan immers goed samen.

21. TU-wijk / Wippolder

De buitenstaander zal zich niet aan de indruk kunnen onttrekken dat de ontwikkeling van het stedenbouw kundig- en vastgoedplan door de TU Delft allengs in een impasse is geraakt. Dat heeft tot gevolg gehad dat de (oppervlaktewater-)projecten die door verschillende diensten van de TU en de Initiatiefgroep tot stand waren gebracht, nu incidenten lijken, terwijl ze bedoeld waren als aanzet voor nieuw beleid. Dat nieuwe beleid voor de openbare ruimte en het oppervlaktewater zou o.i. moeten worden gebouwd op de pijlers 'TU-wijk als proeftuin' en TU-wijk als voorbeeld'.

Hoewel de verhouding van TU en gemeente veel lijkt op een gezellig theekransje, waarbij de thee zo heet geserveerd wordt dat de drank helaas niet genuttigd kan worden, is het voortsudderen van deze impasse bijzonder schadelijk voor de ontwikkeling van het Delfts waterbeleid. Niet alleen is het ontberen van een proeftuin een handicap, maar ook bij projecten in aangrenzende gebieden zou een creatieve samenwerking goed van pas komen.


Laatste wijziging: 8 januari 2000, netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com