Columns over de poel bij Geodesie
Het zal de medewerkers en studenten van Geodesie niet ontgaan zijn dat de poel bij de entree, die er de afgelopen jaren wat verveeld bijlag, een flinke opknapbeurt heeft gehad. Hij is uitgegraven en vergroot, en het wachten is nu op wat de natuur er mee doet.
Dat opknappen van de poel is te danken aan de tuindienst van de TU, die zo alert was om de aanwezigheid van graaftuigen in verband met andere werkzaamheden te benutten om een stukje natuurbouw tot stand te brengen. De poel is nu in het midden meer dan een meter diep en wordt door grondwater en regenwater gevoed. De kans dat de poel in droge tijden droogvalt is daarom maar uiterst klein. Maar bovendien is die diepte geknipt voor amfibieën, die in de modderige bodem de winter vorstvrij kunnen doorbrengen.
Wat voor soorten planten en dieren er zich gaan vestigen, is wel enigszins, maar toch niet nauwkeurig te voorspellen. Het wordt ook bemoeilijkt door de zandige oever, een gevolg van een fiks pakket ophoogzand dat er destijds is aangebracht. Maar zo'n voedselarme oever maakt het alleen maar spannender.
Amfibieën (padden, kikkers, salamanders) verwachten we er zeker. Met het oog daarop zullen de populieren aan de zuidkant van de poel binnenkort worden geknot. Die koudbloedige dieren hebben goed bezond, stilstaand water nodig; de bomen zoals ze er nu bij staan zouden zeker in het latere voorjaar en de zomer voor te veel schaduw zorgen. Aan de noordkant zouden bovendien wat struiken als Kardinaalsmuts en Vlier voor nog wat meer luwte kunnen zorgen. Daardoor ontstaat er een geschikte omgeving voor vliegende insecten, en daar moeten vooral de kikkers het van hebben. De kikkers en muizen zullen misschien op hun hoede moeten zijn voor een wezel of een hermelijn, want die struinen ook graag in zo'n omgeving.
Wat de oever- en waterplanten betreft is het wel zeker dat Riet zich zal vertonen. De wortels zitten nog overvloedig in de grond, en deze taaie klant laat zich niet zo maar weggraven. Gele lis, Pijlkruid, Watergentiaan, Grof hoornblad, Smalle waterpest, Stijve waterranonkel komen in de slootjes vlak bij Geodesie voor, en het zal niet zo lang duren voor ze de poel komen opzoeken. Misschien helpen we de natuur wel een handje en gooien wat wortels van Kikkerbeet en Krabbescheer in de poel. En wie weet wat voor prachtige verzameling vissen en waterinsecten er zich zal vestigen.
Hoe het ook zij, de Delftse natuurminnaars zullen de ontwikkelingen in en rond de poel nauwgezet volgen. En als u het niet erg vindt zullen wij er in het Geodesieblad ook over rapporteren. Wij hopen eerlijk gezegd dat u, gebruikers van het Geodesiegebouw, uw zorgzame oog ook af en toe eens langs de poel laat dwalen. Vragen en meldingen zijn van harte welkom bij de Initiatiefgroep.
Jacques Schievink, 20.2.92
Ruim anderhalf jaar geleden deed ik verslag van wat er met de poel bij de 'voordeur' van het gebouw voor Geodesie kort daarvoor was gebeurd. En ik delibereerde wat over hoe de natuur er op zou reageren.
Het is -gelukkig- wat anders gelopen. Voorspellingen over vele, voedselrijk water minnende waterplanten kwamen niet uit. Gelukkig, schrijf ik, want uit het feit dat de groei van waterplanten maar langzaam op gang komt blijkt dat de met regenwater en grondwater gevoede poel voedselarm is. Zo'n gebrek aan voedselrijkdom biedt op termijn juist goede kansen op een gevarieerd leven. In de omgeving van Geodesie komen Watergentiaan, Kikkerbeet, Pijlkruid, Grof hoornblad en zelfs Waterpunge voor, en die zullen de poel samen met verschillende kranswieren zeker proberen te koloniseren.
Wat wel uit kwam was dat het riet weer zijn plaats zou innemen. Aan de westkant kwam er wat Lisdodde bij. En aan de noordoever, die erg zandig en voedselarm is, nemen vooralsnog tamelijk verspreid planten plaats die het niet veel verder brengen dan kommervorm (dat is de kreet die we gebruiken als een plant wel erg iel en schriel blijft). Opvallend is wel de woekering die er aan de Zomprus veelvuldig optreedt, het gevolg van een gal. Verder groeien er pioniers als Greppelrus, Goudzuring, Reukeloze kamille, Harig wilgeroosje, Blaartrekkende boterbloem. Maar ook Rode waterereprijs (juist in het water), Duin-kruiskruid en Beemdooievaarsbek (beide iets hoger op de oever) hebben zich gevestigd.
Wat de dieren betreft kwamen we (de Initiatiefgroep Natuurbeheer) aan het nemen van monsters niet toe, maar wat getuur in het water leert dat het gonst van het leven. Waterwantsen, kevers, libellen, eendagsvliegen en vele andere insecten en -larven bevolken het water. Langs de oever lopend springen wat jonge Bruine kikkers schielijk het water in, en niet ver weg hoorde ik het gekwaak van een Groene kikker. Op die amfibieën is het beheer van de tuindienst van de TU trouwens afgestemd: die beesten leven van insecten en nog wat ander grut, en om die te gerieven wordt een flinke strook rond de poel niet gemaaid; om dezelfde reden zijn aan de noordkant wat heesters geplant en zijn aan de zuidkant de wilgen en populieren geknot. (Die zien er trouwens nu schitterend uit!.) Het echtpaar Meerkoet heeft er jongen groot gebracht.
Afgezien van de poel, is de directe omgeving van Geodesie is trouwens niet oninteressant. Dan doel ik niet op die afzichtelijke en natuurvijandige oevers die met veel TU-geld de afgelopen jaren in dat stuk van de TU-wijk zijn gerestaureerd (meer dan schandelijk), maar op wat er desondanks nog waar te nemen valt. Het Groot dikkopje, een vlinder, wordt er gezien sinds kort, in de berm van de Thijsseweg staat Bermooievaarsbek, Gewone veldsla en Akker-hoornbloem, in het slootje ernaast Kikkerbeet. Een vondst waar ze zelfs bij het Rijksherbarium in Leiden van opkeken was het Geel wasbloempje, tegen de lantaarnpaal aan de oostkant van de ingang, afkomstig uit verre zuidelijke streken en jammer genoeg door al te precies maaien nu niet meer te zien. Hopelijk komt het geval volgend voorjaar weer op!
Vragen en meldingen zijn van harte welkom bij:
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft
Jacques Schievink, 11.8.93
Sinds het uitgraven van de poel bij de entree van het faculteitsgebouw zijn er nu bijna drie jaar verstreken. Riet en lisdodde hebben krachtig bezit genomen van de oevers, de geknotte bomen zijn prachtig uitgegroeid, en zowaar, wie eens op een rustige hefstdag langs en over de poel naar het faculteitsgebouw kijkt, kán de gedachte bekruipen dat natuur-in-de-stad hier een mooi referentiebeeld heeft. Waarom zou je zulke dingen ook niet in de stad kunnen doen, waarom moet stedelijk groen er altijd uitzien als saaie berm, dodelijk vervelend gazon, als fantasieloos tekentafelprodukt?
Spectaculair was het afgelopen jaar het verschil in waterpeil in de poel. Tijdens de juli-hitte was de poel tot misschien maar de helft ineengeschrompeld, nu, in november, is hij zo groot als ik nog niet eerder heb gezien. Dat heeft te maken met de neerslaghoeveelheden, zijn we geneigd te denken, en de veel kleinere verdamping. Dat is ook wel zo, maar het heeft ook te maken met het feit dat 's zomers de grondwaterspiegel hól is en 's winters bol.
De planten langs de poeloever, die geen lisdodde of riet zijn, hebben het maar moeilijk met zulke dynamische omstandigheden. Heb je het toch al moeilijk op die zandige bodem, vooral als je van veel voedsel houdt, dan wordt je ook nog het leven zuur gemaakt door dan weer onaangename droogte en dan weer overspoelend water. Bah. Vooral de Rode waterereprijs kon ik op deze gedachtengang betrappen. Toch keert deze taaie rakker ongetwijfeld terug, vooral op plekken waar zich wat organisch afval ophoopt.
Toen het water zo laag stond, zag ik op die zandige noordoever verschillende plakkaatjes van Marchantia, een bekend levermosje. Ik hoorde de Groene kikker; de Bruine kikker zag ik niet, maar dat zegt weinig, want dat is buiten de paartijd (maart) en behalve als hij nog erg jong is, een landrot. Het is vooral voor deze dieren - het zijn tenslotte insecten-eters - dat de zone direct langs de poel niet gemaaid wordt.
De prachtige paarsblauwe bloemen van de Beemdooievaarsbek waren nu ook aan de oostkant van de poel te zien. Er staat overigens bij het faculteitsgebouw nóg een hele mooie geranium, nl. de Bermooievaarsbek, zowel bij het begin van het voetpad van de Thijsseweg als tegen het struweel aan de oostkant van het gebouw, niet ver van de entree. Deze soort is in Nederland vrij zeldzaam, alleen in Zuid-Holland is hij wat vaker te vinden.
Niet ver van die nieuwe Beemdooievaarsbek, iets meer naar de entree, stond een paar vierkante meter Heelblaadjes, een schitterende composiet. Die zijn jammer genoeg niet tot bloei gekomen omdat ze telkens afgemaaid werden. De mensen van de TU-tuindienst zijn van zeer goede wil, maar het vegetatief (zonder bloem dus) herkennen van planten blijft een moeilijk punt. Voor ik eind augustus met vakantie ging had ik er nog wat bamboestokjes bij gezet, maar het mocht niet baten. Nu maar hopen dat de planten weer verschijnen vóór de eerstvolgende dysenterie-aanval.
Toen ik - me pijnlijk bewust van de plicht eindelijk weer eens verslag te doen - een paar dagen geleden nog eens naar de poel fietste, kwam ik natuurlijk ook langs de natuurvriendelijke werken die zich aan de oostzijde van de Thijsseweg afspelen. Nog juist - echt, het scheelde maar heel weinig - kon worden verhinderd dat ook daar oevers zouden worden aangelegd zoals elders rond het Geodesie-gebouw: veel te duur, saai, sterk genoeg om een mammoettanker tegen af te meren en duivels genoeg om te water geraakte dieren te laten verzuipen. Voortaan worden in de TU-wijk bij oeververnieuwingen onderwater verdedigingen aangebracht. En aan de westkant van de Thijsseweg, de watergang dus langs het Waterloopkundig Laboratorium, zullen over een paar maanden ook oevers worden aangelegd met plasdras-profiel, met een terras dus. Dat hele stuk, een kilometer oever bij elkaar, kan worden betaald uit de lagere kosten van het eerste stuk . . .
Jacques Schievink, 15.11.94
netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com