Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen | commentaar op bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1

Bedenkingen bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)

Stichting Commissie Natuur en Milieu Delft

secretariaat: Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail lc.doorn@hccnet.nl


Delft, 28 januari 2007

Betreft: Bedenkingen bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1 (Voorhof)

 

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
postbus 90602
2509 LP Den Haag

Zeer geacht college,

In deze kritiek op bovengenoemd bestemmingsplan houden wij ons niet opnieuw aan de tekst van het bestemmingplan, maar aan de antwoorden uit de Nota Zienswijzen van 7 november 2007. Wij vertrouwen erop dat deze werkwijze ook voor het provinciaal bestuur een overzichtelijke is.

In het bestemmingsplan ZW-1 gaat de gemeente Delft op clichématige en verouderde manier om met algemene beleidsthema's. Van een goede analyse, laat staan visie op het bestemmingsplangebied en  de relatie met de omliggende stadsdelen is dan ook absoluut geen sprake, en de duurzaamheid is wel heel ver weggezakt. Aan de hand van de bedenkelijke stellingen die de gemeente betrekt in de Nota Zienswijzen gaan wij op twee hoofdaspecten daarvan in, nl. de relatie tussen verdichting en economische groei, en de maat van het stedelijk groen.

1 - Het voldoen aan de volkshuisvestingsopgave is vanzelfsprekend zeer belangrijk, maar dat zal echt niet lukken als clichés de plaats blijven innemen van wetenschappelijke onderbouwing.

Het Ruimtelijk Planbureau karakteriseert de afkeer van gemeenten en hun belang bij bouwen als "het zit nu eenmaal in de genen van gemeentebestuurders". Zij zullen ongeacht de feitelijke of zelfs wenselijke bevolkingsontwikkeling altijd willen groeien, want het levert meer status en salaris, en de grondbedrijven niet zelden grote spaarpotten op. De schijnverhalen over noodzakelijke verdichting en economische groei (wenselijke economische groei is productiviteitsgroei en dat is heel wat anders!) maskeren die achterliggende belangen.

In dit verband is het optreden van de portefeuillehouder van het stadsgewest Haaglanden (tevens burgemeester van Delft) in discussies over het stadsgewestelijk structuurplan en in het Zuidvleugelplatform onthullend. In zo diplomatiek mogelijke bewoordingen uitte hij daarin zijn bezwaren tegen het bouwen bij Gouda, niet vanwege de bekende waterhuishoudkundige bezwaren, maar omdat die de bevolkingsgroei van Haaglanden zou kunnen schaden. Het zit inderdaad in de genen van de bestuurders, of laten we zeggen, het maakt deel uit van hun instinct. Rationaliteit, waarop we hier toch wel een beroep mogen doen, speelt geen rol.

De democratische legitimatie voor dit soort gedrijf is overigens uiterst zwak. De gewraakte doelstellingen van bevolkingsgroei in dit bestemmingsplan staan bijvoorbeeld in het geheel niet in de verkiezingsprogramma's van de collegepartijen, daar staan veleer dingen als "verdichting mag niet ten koste gaan van het stadsgroen". Maar zodra de raadsleden op het pluche zijn neergezegen, zijn ze vergeten dat de leefomgevingskwaliteit van de burgers óók belangrijk is. Wij kunnen ons niet voorstellen dat al die hoogopgeleide en vermogende nieuwe burgers die men naar deze regio wil trekken, hier bij de verslechteringen van deleefomgevingskwaliteit werkelijk zouden willen wonen, en zo bijt deze verdichtingsstrategie in zijn eigen staart.

De stelling dat de gemeente ervoor moet zorgen dat "de woningmarkt gezond blijft, ondermeer door bevordering van doorstromen" getuigt - hoe sympathiek zo'n tekst oppervlakkig gezien ook oogt - enerzijds van overschatting van de rol die een gemeente nog heeft in de volkshuisvesting, en anderzijds van een onbekendheid met wetenschappelijk onderzoek van de woningmarkt. Dat onderzoek wordt al tientallen jaren door een Delfts Instituut gedaan, maar het lijkt wel dat zulke Delftse publicaties de gemeentebestuurders en beleidsmakers niet bereiken.

We tekenen er verder bij aan dat de gemeentelijke begaanheid met de gezondheid van de woningmarkt niet aan overtuigingskracht wint waar het in gevallen als de Bomenwijk in eerste instantie - in het spoor van de woningcorporatie - sloop als oplossing ziet. Deskundigen in de volkshuisvesting zien vooral de overmatige sloop als een bron van woningtekorten voor starters en lage inkomensgroepen.

2 - Het getal voor stedelijk groen in de Nota Ruimte van 75 m2 per huishouden is, zoals de gemeente stelt, inderdaad geen "eis". De gemeente noemt het een richtgetal, en dit verhelderende inzicht is kennelijk aanleiding het openbaar groen in de gemeente nog verder te decimeren. In plaats van een norm waar men zich op "richt", wordt het cijfer beschouwd als een afschuwelijk perspectief waar men maar het beste zo ver mogelijk van af kan blijven.

We zijn verbaasd over zulke vlegelachtigheid. Men moet wel onder grote druk van projectontwikkelaars staan om zulke flagrante schendingen van de redelijkheid in de stukken op te nemen. Wij schreven al eerder, bijvoorbeeld in een reactie op het voorontwerp Bestemmingplan TU-Noord, dat het concept van de compacte stad bij het Delfts gemeentebestuur niet in goede handen is. Terwijl de "urban sprawl" het Haaglandse gebied in 10 jaar tijd onherkenbaar heeft veranderd en slechts nog enkele kleine open groene landschappen over zijn, valt het Delfts gemeentebestuur het binnenstedelijk groen aan, en schroomt daarbij niet om misbruik te maken van wijzigingen in het bomenbeleid en godbetert een ecologienota. Die wordt als vrijbrief gebruikt om groen dat niet tot de ecologische hoofdstructuur behoort, af te breken. Van versterking van de stedelijke ecologie is überhaupt geen sprake, laat staan dat men zich iets gelegen laat liggen aan een beleidsota als het Beleidsplan Groen Water en Milieu van de provincie Zuid-Holland.

Wij adviseren het College van Gedeputeerde Staten met klem om het door de gemeente Delft vastgestelde bestemmingsplan goedkeuring te onthouden en te onderzoeken welke gekte er sinds een jaar of 3, 4 van het Delftse openbaar bestuur bezit heeft genomen. Het zelfreinigend vermogen van het bestuur is ingestort, en er zijn heftige maatregelen nodig om Delft niet als de risée van Zuid-Holland voort te laten modderen.

Vertrouwend u van dienst te zijn geweest, tekent.

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

 

L.C. van Doorn