Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft beginpagina
| archief
nieuwsbrieven |
plannen
en commentaar op plannen
| bedenkingen ontwerp bestemmingsplan Zuidwest deelgebied
1 secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail
lc.doorn@hccnet.nl
Betreft: Inspraakreactie
ontwerp bestemmingsplan Zuidwest, deelgebied 1
(Voorhof) Geacht
college, Hierbij bieden wij u ons
kritisch commentaar aan m.b.t. ontwerp bestemmingsplan
ZUIDWEST deelgebied 1 (VOORHOF). Er worden in een kort
tijdsbestek een reeks nieuwe opgeschaalde bestemmingsplannen
over de Delftse burger uitgestort, en aan deze operatie zijn
niet alleen maar voordelen verbonden. In de eerste plaats verhult
het dat de gemeente de oude, kleinere bestemmingsplannen
niet tijdig heeft bijgewerkt. In het onderhavige
bestemmingsplan worden bijvoorbeeld kleinere
bestemmingsplannen uit 1986, 1986 en 1990 opgenomen. De
mogelijkheden voor de burger om er zicht en invloed op te
houden worden er niet beter van. De flexibiliteit van de
bestemmingsplannen die met de schaalvergroting lijkt te zijn
verkleind, wordt met het vrijstellingeninstrument
gecompenseerd, en ook dat is voor de burger geen goed
nieuws. In de tweede plaats
realiseert de gemeente zich kennelijk niet dat de opschaling
van de bestemmingsplannen ook met zich mee zou moeten
brengen dat de onderbouwing van de bestemmingsplannen veel
meer aandacht krijgt. Een in elke toelichting van een
bestemmingsplan voorkomend hoofdstuk over de gebiedsvisie
zou aan deze onderbouwing plaats moeten geven, maar dat
gebeurt ook in dit geval te weinig. Het lijkt er dus op dat
de nieuwe reeks bestemmingsplannen wel opgeschaald worden
wat gebiedsgrootte betreft, maar dat men zich onvoldoende
rekenschap heeft gegeven van de consequenties voor de
analyse en de presentatie.. Van die onderbouwing moet
een breed scala aan informatie ten grondslag liggen.
Gegevens over de milieukwaliteit, het gezondheidsprofiel van
de bewoners, bewoningsdichtheid, inkomens, economie,
mobiliteit, woon- en werkforensisme, ruimte voor groen, de
wateropgave, etc. maar zeker ook de actuele en
toekomstige ontwikkelingen in de nabijheid van het gebied.
In een apart hoofdstuk over milieu en ecologie is weliswaar
het een en ander te vinden, maar de verschillende paragrafen
hangen er wat verloren bij. Het wekt de indruk dat
verschillende disciplines hun gezichtspunten hebben
ingestuurd, maar dat er helaas niemand - ook de bestuurders
niet - geweest is die de moeite heeft genomen de hele
bliksemse boel in samenhang te bezien.. De conclusies eruit
zouden o.i. juist bouwstenen van de gebiedsvisie moeten
zijn, maar die gebiedsvisie komt absoluut niet uit de verf
en is die naam onwaardig. Bij onderwerpen waar wij
vanzelfsprekend wat preciezer naar kijken - water en
ecologie - laat het verband tussen de de inhoud van de
paragrafen en de hoofdlijn te wensen over. In § 5.4.1
(p. 34) bijvoorbeeld wordt het Minervapark opgevoerd als een
nieuw kerngebied dat bovendien in de ecologische structuur
een belangrijke schakel zou vormen tussen Jaffa en het
westen van de stad (wat overigens nog te bezien valt), maar
in de paragraaf over ecologie komt dit onderdeel niet eens
voor. Omdat deze plannen bovendien nog niet in dit
bestemmingsplan verwerkt wordt, zijn zulke bespiegelingen
wel erg vrijblijvend. Hetzelfde geldt voor het scheppen van
de ecologische verbinding langs de Westlandse weg aan de
noordkant van het gebied door de Spoorzone naar het oosten.
"Deze verbinding kruist ook het gebied dat in het kader van
de spoorzone ontwikkeld gaat worden. Het is wenselijk te
onderzoeken of in dit gebied ruimte voor een nieuw
kerngebied gevonden kan worden." (p. 41) Het is wenselijk te
onderzoeken is een formulering die niet overloopt van
gedecideerdheid, als u het ons vraagt. Wat het water betreft zijn
de waterpartijen in de Poptahof al ingetekend, terwijl in de
waterparagraaf wordt opgemerkt dat naar de mogelijkheden van
de waterverbinding tussen Minervaweg en de vijver van de
Krakeelhof nog onderzoek moet worden gedaan. Wat ons betreft
is het onduidelijk of er een verband gelegd moet worden
tussen deze fantasieën. Projecten als de Spoorzone
en Station-Zuid moeten het doen met slechts een zijdelingse
vermelding, daar waar men toch een goede analyse aanduiding
van de consequenties voor ruimtegebruik, verkeer,
werkgelegenheid e.d. zou mogen verwachten. Het oppikken van
beleidslijnen uit rijks-, provinciaal en regionaal beleid
gebeurt op nogal selectieve wijze. Zo zou men aan de nota
Ruimte kunnen ontlenen dat het oppervlak aan openbaar groen
in woonwijken minstens 75 m2 per woonruimte zou moeten zijn.
Het kan nooit kwaad eens in de toelichting van een
bestemmingsplan te laten zien wat de situatie wat dit
betreft in het bestemmingsplangebied is en wat het zal
worden. Dan kan men inhoud geven aan de kanttekening op p.
35 dat "bij al deze ontwikkelingen rekening gehouden (moet)
worden met de kwaliteit van de leefomgeving zodat er
voldoende ruimte blijft voor openbaar groen, verblijf- en
speelruimte." Verwijzend naar het
streekplan Zuid-Holland West wordt het hameren op het idee
van de compacte stad gerechtvaardigd, In kringen van het
Delftse gemeentebestuur schijnt men te denken dat het
concept van de compacte stad om maximalisatie gaat, maar
veel wijst er eerder op - we vermeldden het ook al bij het
voorontwerp bestemmingsplan TU-noord - dat het concept in
Delft bewust verkeerd wordt toegepast en zich keert tegen de
belangen van de Delftse bevolking. Want anders had men uit
het streekplan ook passages kunnen citeren over versterking
van water- en groenstructuur (p. 18-19), dat ondanks de
Intensivering in bestaand stedelijk gebied: het accent toch
op nieuwbouwlocaties op Valkenburg en Westlandse zoom (niet
in Delft dus) zou moeten liggen, dat "de ruimte voor groen
tenminste gelijk moet blijven en de ruimte voor water
met minstens 10% moet toenemen (p. 41 streekplan rechter
kolom). Klap op de vuurpeil is de vaststelling in het
streekplan dat het (economisch, LvD.) achterblijven van de
zuidvleugel mede door kwaliteitstekorten in woon- en
leefomgeving moet worden verklaard. We willen de provincie
overigens ook weer niet al te veel wijsheid toedichten, want
in de periode van de laatste streekplannen heeft zij ook
meegewerkt aan nieuwe uitleglocaties die tot een ongekende
verrommeling van het landschap ten oosten van Delft hebben
geleid. Zo zitten we nu, in 2006, met twee kwaden tegelijk
die geacht werden bestreden te worden: onaanvaardbare
verdichting in mooie maar wat oudere stadwijken zoals
TU-noord, en het dichtslibben van het open landschap. Ook
het stadsgewest en de daarin partiperende gemeente Delft
hebben het maar gewoon laten gebeuren. In de dezer dagen
gepubliceerde monitor van de nota Ruimte laat het Ruimtelijk
Planbureau er zijn blik over dwalen: "Balans groen en
verstedelijking onder druk. Ook de balans tussen groen en
verstedelijking staat onder druk. Delen van de groene
bufferzones rondom de stedelijke gebieden zijn bouwgrond
geworden en de hoeveelheid groen in en om de stad neemt af
in relatie tot de vraag. Verder worden de stedelijke centra
in de periode tot 2004 weliswaar intensiever benut, maar dit
gaat niet altijd gepaard met een, in de Nota Ruimte beoogde,
grotere diversiteit. Bovendien
is de stad in de afgelopen jaren niet aantrekkelijker
geworden voor de hogere- en middeninkomens: groepen die het
rijk graag in de steden wil vasthouden of
terugkrijgen. Het
openbaar vervoer tot slot legt het af tegen de auto:
woningen, bedrijfsvestigingen en banen zijn per auto
weliswaar iets beter ontsloten, maar met het openbaar
vervoer juist minder." (citaat uit het
persbericht). Ook voor het
volkshuisvestingsbeleid zou de gemeente met de tekst van het
streekplan nog zijn voordeel kunnen doen, want daar is men
niet blind voor nieuwe woontendensen. "De spanning op de
huurwoningmarkt neemt toe. En de vraag naar
eensgezinswoningen zal gaan afnemen door de nieuwe
demografische vooruitberekeningen." (p. 135 Streekplan). Of
het programma van de woningen in de Poptahof ("Een deel van
de huidige sociale huur zal vervangen worden door
koopwoningen of duurdere huurwoningen) met zulke signalen
niet nu al als achterhaald is te beschouwen en eigenlijk
alleen maar de onmaatschappelijke bedoeling heeft de
uitgaven aan wonen van de Delftenaren op te stuwen, dat is
voor ons de angstige vraag. Uit het Regionaal
Structuurplan Haaglanden (p. 17 ontwerp bp) wordt het
"vasthouden van de natuurlijke bevolkingsgroei"
alsrichtsnoer overgenomen. Dat is merkwaardig. Er is de
hemel zij geprezen van een natuurlijke bevolkingsgroei in
het geheel geen sprake meer in dit land, wel een saldo van
allerlei andere mutatiies in de lokale bevolking. Het idee
dat bevolking alleen maar kan groeien zit diep verankerd in
onze cultuur en ontvangt ook nog eens onwelkome impulsen
omdat de financiën van de gemeente en zijn bestuurders
er wel bij varen. Maar de gemeente is dachten wij geen
k.i.-station en dient zich verre te houden van zulke onzin.
Of is de verborgen agenda dat Delft meer dan 100,000
inwoners moet hebben? De zinsnede op p. 36 doet het ergste
vrezen: "Ook de groei van de beroepsbevolking in Delft en
omgeving is een zeer bepalende factor voor de economische
groei." Wat een beklagenswaardige opvatting over economische
groei, waarvan immers alleen de component
productiviteitstoename er werkelijk toe doet! De politiek correcte maar
wetenschappelijk niet houdbare ideeën over de
woningvoorraad, het scheefwonen en doorstroming die in de
Delftse gemeentepolitiek in zwang zijn (getuige bijvoorbeeld
het collegeprogramma), staan overigens op zeer gespannen
voet met de al even valse ideeën over intensivering en
verdichting. Het realiseren van "passende woonmilieus voor
de meer koopkrachtige huishoudens", of zoals het op andere
plaatsen wel heet, het realiseren van grondgebonden
woningen, zal immers geen verdichting maar verdunning
veroorzaken. En met grote zekerheid ook tot meer autoverkeer
en het ruimtebeslag dat daar weer uit volgt. Maar ja, de
verdichting wordt bepleit voor bestaande wijken, licht en
ruimte is er vooral voor nieuwe wijken want die moeten nog
verkocht worden. Dit alles betekent niet dat
verdichting nergens aan de orde zou kunnen zijn. Maar of het
voor Voorhof een optie is, is samen met de vaststelling (p.
29) dat Voorhof met 54 woonruimten per ha is de meest
verdichte wijk van Delft is niet erg voor de hand
liggend. Het ontwerp bestemmingsplan
heeft voorlopig vooral de functie van het scheppen van
aangepaste regels in verband met de herstructurering van
Poptahof. Het illustreert - maar dit terzijde - dat de
opschaling van de bestemmingsplannen erg hinderlijk kan
zijn. Om de Poptahof-plannen mogelijk te maken moet immers
een gebied dat 5 keer zo groot is meegesleept worden. Hier
komt men dus nog wel eens van terug, denken wij. Het is goed dat de
toelichting van het bestemmingsplan de ontwikkeling van het
kaartbeeld van het masterplan Poptahof (april 2003) via het
stedebouwkundig plan 2005 naar 2006 laat zien. Het
opvallendst daarin is dat het water uit het centrale
groengebied (wij aarzelen het park te noemen) naar de
noordkant van het gebied wordt verplaatst. Maar over de
vragen die dit oproept wordt geen uitleg gegeven. Is men
erachter gekomen dat de hydrologie van het gebied ermee
gediend is of heeft het te maken met de wens van de
projectontwikelaars (p. 5) om in het centrale groengebied te
bouwen? Een andere vraag die de
plaatsing van de waterpartijen bij ons oproept is waarom men
de oorspronkelijke, middeleeuwse loop van de Gantel, terug
te vinden in de bodemopbouw, niet benut wordt in de
ruimtelijke opbouw. In 1990 hebben wij al eens
gestudeerd en gepubliceerd op mogelijkheden om de enorme
ruimte van de Voorhofdreef beter te benutten. Het ontwerp
bestemmingsplan stipt die mogelijkheden ook aan, in het
bijzonder voor de periode nadat de Martinus Nijhofflaan is
aangesloten op de nu onderbenutte provinciale weg 15. Wij
verwijzen naar de schetsen op http://ind.datadelft.com/planVoorhof.html Met vriendelijke
groeten, mede namens de
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, L.C. van Doorn
Inspraakreactie
ontwerp bestemmingsplan Zuidwest, deelgebied 1
(Voorhof)
stichting Commissie Natuur
en Milieu Delft
Delft, 2 juli 2006De gemeenteraad van
Delft
Postbus 78
2600 ME DelftAlgemeen
Beleid van rijks- en
regionale niveaus
Volkshuisvesting en
ruimte
Poptahof
Voorhofdreef