Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen | bedenkingen ontwerp bestemmingsplan Zuidwest deelgebied 1

Inspraakreactie ontwerp bestemmingsplan Zuidwest, deelgebied 1 (Voorhof)

stichting Commissie Natuur en Milieu Delft

secretariaat: Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail lc.doorn@hccnet.nl


Delft, 2 juli 2006

Betreft: Inspraakreactie ontwerp bestemmingsplan Zuidwest, deelgebied 1 (Voorhof)

 

De gemeenteraad van Delft
Postbus 78
2600 ME Delft

 

Geacht college, 

Hierbij bieden wij u ons kritisch commentaar aan m.b.t. ontwerp bestemmingsplan ZUIDWEST deelgebied 1 (VOORHOF).

Algemeen

Er worden in een kort tijdsbestek een reeks nieuwe opgeschaalde bestemmingsplannen over de Delftse burger uitgestort, en aan deze operatie zijn niet alleen maar voordelen verbonden.

In de eerste plaats verhult het dat de gemeente de oude, kleinere bestemmingsplannen niet tijdig heeft bijgewerkt. In het onderhavige bestemmingsplan worden bijvoorbeeld kleinere bestemmingsplannen uit 1986, 1986 en 1990 opgenomen. De mogelijkheden voor de burger om er zicht en invloed op te houden worden er niet beter van. De flexibiliteit van de bestemmingsplannen die met de schaalvergroting lijkt te zijn verkleind, wordt met het vrijstellingeninstrument gecompenseerd, en ook dat is voor de burger geen goed nieuws.

In de tweede plaats realiseert de gemeente zich kennelijk niet dat de opschaling van de bestemmingsplannen ook met zich mee zou moeten brengen dat de onderbouwing van de bestemmingsplannen veel meer aandacht krijgt. Een in elke toelichting van een bestemmingsplan voorkomend hoofdstuk over de gebiedsvisie zou aan deze onderbouwing plaats moeten geven, maar dat gebeurt ook in dit geval te weinig. Het lijkt er dus op dat de nieuwe reeks bestemmingsplannen wel opgeschaald worden wat gebiedsgrootte betreft, maar dat men zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de consequenties voor de analyse en de presentatie..

Van die onderbouwing moet een breed scala aan informatie ten grondslag liggen. Gegevens over de milieukwaliteit, het gezondheidsprofiel van de bewoners, bewoningsdichtheid, inkomens, economie, mobiliteit, woon- en werkforensisme, ruimte voor groen, de wateropgave, etc.  maar zeker ook de actuele en toekomstige ontwikkelingen in de nabijheid van het gebied. In een apart hoofdstuk over milieu en ecologie is weliswaar het een en ander te vinden, maar de verschillende paragrafen hangen er wat verloren bij. Het wekt de indruk dat verschillende disciplines hun gezichtspunten hebben ingestuurd, maar dat er helaas niemand - ook de bestuurders niet - geweest is die de moeite heeft genomen de hele bliksemse boel in samenhang te bezien.. De conclusies eruit zouden o.i. juist bouwstenen van de gebiedsvisie moeten zijn, maar die gebiedsvisie komt absoluut niet uit de verf en is die naam onwaardig.

Bij onderwerpen waar wij vanzelfsprekend wat preciezer naar kijken - water en ecologie -  laat het verband tussen de de inhoud van de paragrafen en de hoofdlijn te wensen over. In § 5.4.1 (p. 34) bijvoorbeeld wordt het Minervapark opgevoerd als een nieuw kerngebied dat bovendien in de ecologische structuur een belangrijke schakel zou vormen tussen Jaffa en het westen van de stad (wat overigens nog te bezien valt), maar in de paragraaf over ecologie komt dit onderdeel niet eens voor. Omdat deze plannen bovendien nog niet in dit bestemmingsplan verwerkt wordt, zijn zulke bespiegelingen wel erg vrijblijvend. Hetzelfde geldt voor het scheppen van de ecologische verbinding langs de Westlandse weg aan de noordkant van het gebied door de Spoorzone naar het oosten. "Deze verbinding kruist ook het gebied dat in het kader van de spoorzone ontwikkeld gaat worden. Het is wenselijk te onderzoeken of in dit gebied ruimte voor een nieuw kerngebied gevonden kan worden." (p. 41) Het is wenselijk te onderzoeken is een formulering die niet overloopt van gedecideerdheid, als u het ons vraagt.

Wat het water betreft zijn de waterpartijen in de Poptahof al ingetekend, terwijl in de waterparagraaf wordt opgemerkt dat naar de mogelijkheden van de waterverbinding tussen Minervaweg en de vijver van de Krakeelhof nog onderzoek moet worden gedaan. Wat ons betreft is het onduidelijk of er een verband gelegd moet worden tussen deze fantasieën.

Projecten als de Spoorzone en Station-Zuid moeten het doen met slechts een zijdelingse vermelding, daar waar men toch een goede analyse aanduiding van de consequenties voor ruimtegebruik, verkeer, werkgelegenheid e.d. zou mogen verwachten.

 

Beleid van rijks- en regionale niveaus

Het oppikken van beleidslijnen uit rijks-, provinciaal en regionaal beleid gebeurt op nogal selectieve wijze.

Zo zou men aan de nota Ruimte kunnen ontlenen dat het oppervlak aan openbaar groen in woonwijken minstens 75 m2 per woonruimte zou moeten zijn. Het kan nooit kwaad eens in de toelichting van een bestemmingsplan te laten zien wat de situatie wat dit betreft in het bestemmingsplangebied is en wat het zal worden. Dan kan men inhoud geven aan de kanttekening op p. 35 dat "bij al deze ontwikkelingen rekening gehouden (moet) worden met de kwaliteit van de leefomgeving zodat er voldoende ruimte blijft voor openbaar groen, verblijf- en speelruimte."

Verwijzend naar het streekplan Zuid-Holland West wordt het hameren op het idee van de compacte stad gerechtvaardigd, In kringen van het Delftse gemeentebestuur schijnt men te denken dat het concept van de compacte stad om maximalisatie gaat, maar veel wijst er eerder op - we vermeldden het ook al bij het voorontwerp bestemmingsplan TU-noord - dat het concept in Delft bewust verkeerd wordt toegepast en zich keert tegen de belangen van de Delftse bevolking. Want anders had men uit het streekplan ook passages kunnen citeren over versterking van water- en groenstructuur (p. 18-19), dat ondanks de Intensivering in bestaand stedelijk gebied: het accent toch op nieuwbouwlocaties op Valkenburg en Westlandse zoom (niet in Delft dus) zou moeten liggen, dat "de ruimte voor groen tenminste gelijk moet  blijven en de ruimte voor water met minstens 10% moet toenemen (p. 41 streekplan rechter kolom). Klap op de vuurpeil is de vaststelling in het streekplan dat het (economisch, LvD.) achterblijven van de zuidvleugel mede door kwaliteitstekorten in woon- en leefomgeving moet worden verklaard. We willen de provincie overigens ook weer niet al te veel wijsheid toedichten, want in de periode van de laatste streekplannen heeft zij ook meegewerkt aan nieuwe uitleglocaties die tot een ongekende verrommeling van het landschap ten oosten van Delft hebben geleid. Zo zitten we nu, in 2006, met twee kwaden tegelijk die geacht werden bestreden te worden: onaanvaardbare verdichting in mooie maar wat oudere stadwijken zoals TU-noord, en het dichtslibben van het open landschap. Ook het stadsgewest en de daarin partiperende gemeente Delft hebben het maar gewoon laten gebeuren. In de dezer dagen gepubliceerde monitor van de nota Ruimte laat het Ruimtelijk Planbureau er zijn blik over dwalen:

"Balans groen en verstedelijking onder druk. Ook de balans tussen groen en verstedelijking staat onder druk. Delen van de groene bufferzones rondom de stedelijke gebieden zijn bouwgrond geworden en de hoeveelheid groen in en om de stad neemt af in relatie tot de vraag. Verder worden de stedelijke centra in de periode tot 2004 weliswaar intensiever benut, maar dit gaat niet altijd gepaard met een, in de Nota Ruimte beoogde, grotere diversiteit. Bovendien is de stad in de afgelopen jaren niet aantrekkelijker geworden voor de hogere- en middeninkomens: groepen die het rijk graag in de steden wil vasthouden of terugkrijgen. Het openbaar vervoer tot slot legt het af tegen de auto: woningen, bedrijfsvestigingen en banen zijn per auto weliswaar iets beter ontsloten, maar met het openbaar vervoer juist minder." (citaat uit het persbericht).

Volkshuisvesting en ruimte

Ook voor het volkshuisvestingsbeleid zou de gemeente met de tekst van het streekplan nog zijn voordeel kunnen doen, want daar is men niet blind voor nieuwe woontendensen. "De spanning op de huurwoningmarkt neemt toe. En de vraag naar eensgezinswoningen zal gaan afnemen door de nieuwe demografische vooruitberekeningen." (p. 135 Streekplan). Of het programma van de woningen in de Poptahof ("Een deel van de huidige sociale huur zal vervangen worden door koopwoningen of duurdere huurwoningen) met zulke signalen niet nu al als achterhaald is te beschouwen en eigenlijk alleen maar de onmaatschappelijke bedoeling heeft de uitgaven aan wonen van de Delftenaren op te stuwen, dat is voor ons de angstige vraag.

Uit het Regionaal Structuurplan Haaglanden (p. 17 ontwerp bp) wordt het "vasthouden van de natuurlijke bevolkingsgroei" alsrichtsnoer overgenomen. Dat is merkwaardig. Er is de hemel zij geprezen van een natuurlijke bevolkingsgroei in het geheel geen sprake meer in dit land, wel een saldo van allerlei andere mutatiies in de lokale bevolking. Het idee dat bevolking alleen maar kan groeien zit diep verankerd in onze cultuur en ontvangt ook nog eens onwelkome impulsen omdat de financiën van de gemeente en zijn bestuurders er wel bij varen. Maar de gemeente is dachten wij geen k.i.-station en dient zich verre te houden van zulke onzin. Of is de verborgen agenda dat Delft meer dan 100,000 inwoners moet hebben? De zinsnede op p. 36 doet het ergste vrezen: "Ook de groei van de beroepsbevolking in Delft en omgeving is een zeer bepalende factor voor de economische groei." Wat een beklagenswaardige opvatting over economische groei, waarvan immers alleen de component productiviteitstoename er werkelijk toe doet!

De politiek correcte maar wetenschappelijk niet houdbare ideeën over de woningvoorraad, het scheefwonen en doorstroming die in de Delftse gemeentepolitiek in zwang zijn (getuige bijvoorbeeld het collegeprogramma), staan overigens op zeer gespannen voet met de al even valse ideeën over intensivering en verdichting. Het realiseren van "passende woonmilieus voor de meer koopkrachtige huishoudens", of zoals het op andere plaatsen wel heet, het realiseren van grondgebonden woningen, zal immers geen verdichting maar verdunning veroorzaken. En met grote zekerheid ook tot meer autoverkeer en het ruimtebeslag dat daar weer uit volgt. Maar ja, de verdichting wordt bepleit voor bestaande wijken, licht en ruimte is er vooral voor nieuwe wijken want die moeten nog verkocht worden.

Dit alles betekent niet dat verdichting nergens aan de orde zou kunnen zijn. Maar of het voor Voorhof een optie is, is samen met de vaststelling (p. 29) dat Voorhof met 54 woonruimten per ha is de meest verdichte wijk van Delft is niet erg voor de hand liggend.

Poptahof

Het ontwerp bestemmingsplan heeft voorlopig vooral de functie van het scheppen van aangepaste regels in verband met de herstructurering van Poptahof. Het illustreert - maar dit  terzijde - dat de opschaling van de bestemmingsplannen erg hinderlijk kan zijn. Om de Poptahof-plannen mogelijk te maken moet immers een gebied dat 5 keer zo groot is meegesleept worden. Hier komt men dus nog wel eens van terug, denken wij.

Het is goed dat de toelichting van het bestemmingsplan de ontwikkeling van het kaartbeeld van het masterplan Poptahof (april 2003) via het stedebouwkundig plan 2005 naar 2006 laat zien. Het opvallendst daarin is dat het water uit het centrale groengebied (wij aarzelen het park te noemen) naar de noordkant van het gebied wordt verplaatst. Maar over de vragen die dit oproept wordt geen uitleg gegeven. Is men erachter gekomen dat de hydrologie van het gebied ermee gediend is of heeft het te maken met de wens van de projectontwikelaars (p. 5) om in het centrale groengebied te bouwen?

Een andere vraag die de plaatsing van de waterpartijen bij ons oproept is waarom men de oorspronkelijke, middeleeuwse loop van de Gantel, terug te vinden in de bodemopbouw, niet benut wordt in de ruimtelijke opbouw.

Voorhofdreef

In 1990 hebben wij al eens gestudeerd en gepubliceerd op mogelijkheden om de enorme ruimte van de Voorhofdreef beter te benutten. Het ontwerp bestemmingsplan stipt die mogelijkheden ook aan, in het bijzonder voor de periode nadat de Martinus Nijhofflaan is aangesloten op de nu onderbenutte provinciale weg 15. Wij verwijzen naar de schetsen op http://ind.datadelft.com/planVoorhof.html

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

 

L.C. van Doorn