Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen

Inspraakreactie ontwerp bestemmingsplan NoordWest, deelgebied 2

stichting Commissie Natuur en Milieu Delft

secretariaat: Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail lc.doorn@hccnet.nl


Delft, 17 juli 2006

Betreft: Inspraakreactie ontwerp bestemmingsplan NoordWest, deelgebied 2

De gemeenteraad van Delft
Postbus 78
2600 ME Delft

Geacht college,

ons commentaar op het ontwerp bestemmingsplan Noordwest 2 is toegespitst op algemene, politieke keuzes waarvan in de toelichting op het ontwerp wordt uitgegaan. Op detailniveau onthouden we ons in dit geval van commentaar.

p. 1

Na de gebuikelijke vaststelling dat het om een bestemmingsplan gaat met een overwegend consoliderend karakter, volgt de mededeling dat voor de belangrijkste herontwikkeling in het plangebied (het VDD-terrein), dat "deze herontwikkeling inmiddels instemming (heeft) van gemeenteraad en gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland."

Wij vinden dit niet elegant, te meer niet daar de bebouwing van het VDD-terrein al volop plaatsvindt. In een plangebied waar de oude bestemmingsplannen nog uit het stenen tijdperk dateren (zie p. 3 van de toelichting) past het niet dermate ruw om te gaan met de regels van de ruimtelijke ordening. Het lijkt er op dat de provincie zijn toetsende rol voor deze gelegenheid terzijde heeft geschoven omdat men bij de gemeente Delft weer eens haast met een "ontwikkeling" wilde maken. Met zulke "dienstbaarheid" van de provincie jegens gemeenten heeft de planologie van onze streek sinds 1994 grote schade opgelopen (in de vorm van drie Pijnackerse VINEX-locaties op verkeerde plekken) en wij zullen het provinciaal bestuur bij de volgende geschikte gelegenheid er nog eens nadrukkelijk wijzen dat deze invulling van zijn rol tot verkeerde resultaten leidt.

Over de achtergronden van het opvallende ongeduld van de gemeente Delft maken wij ons weinig illusies.  Wij vermoeden dat een buitengewone geneigdheid om projectontwikkelaars ter wille te zijn in combinatie met het streven naar groei van Delft en zijn bevolking de discussies bij de dorpspomp hebben bepaald. Ontwikkelingsplanologie is in Delft verworden tot ontwikkelaarsplanologie.

p. 5 Hoofdstuk gebiedsvisie

In recente commentaren op bestemmingsplannen voor TU-noord en en Voorhof hebben wij al aangegeven dat het hoofdstuk met de titel "gebiedsvisie" geenszins een gebiedsvisie weergeeft. Dat wil overigens niet zeggen dat in de tekst van de toelichting geen visie schuilt, alleen wordt die in de hoofdstukken 4 e.v. (bijvoorbeeld de §§ met de titel "gewenste ontwikkelingen") versnipperd en daardoor met een totaal gebrek aan samenhang en transparantie gepresenteerd.

Kennelijk zit deze weeffout in het recentelijk vastgestelde Handboek Bestemmingsplannen, waarnaar wordt verwezen. Het roept vraagtekens op dat een gemeentebestuur van een kennisstad met zulke weinig gestructureerde onderbouwing en onwetenschappelijkheid op de proppen durft te komen.

p. 19 Beleid van rijks- en regionale niveaus

We herhalen hier hetgeen wij eerder op het ontwerp bestemmingsplan Voorhof opmerkten.

Het oppikken van beleidslijnen uit rijks-, provinciaal en regionaal beleid gebeurt op zeer selectieve wijze.

Zo zou men aan de nota Ruimte kunnen ontlenen dat het oppervlak aan openbaar groen in woonwijken minstens 75 m2 per woonruimte zou moeten zijn. Het kan nooit kwaad eens in de toelichting van een bestemmingsplan te laten zien wat de situatie wat dit betreft is en wat het zal worden. Dan kan men inhoud geven aan de kanttekening dat "Bij al deze ontwikkelingen rekening gehouden (moet) worden met de kwaliteit van de leefomgeving zodat er voldoende ruimte blijft voor openbaar groen, verblijf- en speelruimte."

Wat het streekplan betreft wordt verwezen naar het idee van de compacte stad, In kringen van het Delftse gemeentebestuur schijnt men te denken dat het concept van de compacte stad om maximalisatie gaat, maar veel wijst er eerder op - we vermeldden het ook al bij het voorontwerp bestemmingsplan TU-noord - dat het concept in Delft bewust verkeerd wordt toegepast en zich keert tegen de belangen van de Delftse bevolking. Want anders had men uit het streekplan ook passages over versterking van water- en groenstructuur (p. 18-19) kunnen citeren, dat ondanks de Intensivering in bestaand stedelijk gebied: het accent toch op nieuwbouwlocaties op Valkenburg en Westlandse zoom (niet in Delft dus) zou moeten liggen, dat "de ruimte voor groen tenminste gelijk noet  blijven en de ruimte voor water met minstens 10% toenemen (p. 41 rechter kolom). Klap op de vuurpeil is de vaststelling in het streekplan dat het (economisch, red.) achterblijven van de zuidvleugel mede door kwaliteitstekorten in woon- en leefomgeving moet worden verklaard.

En in de dezer dagen gepubliceerde monitor van de nota Ruimte laat het Ruimtelijk Planbureau er zijn blik over dwalen (citaat uit het persbericht):

"Balans groen en verstedelijking onder druk. Ook de balans tussen groen en verstedelijking staat onder druk. Delen van de groene bufferzones rondom de stedelijke gebieden zijn bouwgrond geworden en de hoeveelheid groen in en om de stad neemt af in relatie tot de vraag. Verder worden de stedelijke centra in de periode tot 2004 weliswaar intensiever benut, maar dit gaat niet altijd gepaard met een, in de Nota Ruimte beoogde, grotere diversiteit. Bovendien is de stad in de afgelopen jaren niet aantrekkelijker geworden voor de hogere- en middeninkomens: groepen die het rijk graag in de steden wil vasthouden of terugkrijgen. Het openbaar vervoer tot slot legt het af tegen de auto: woningen, bedrijfsvestigingen en banen zijn per auto weliswaar iets beter ontsloten, maar met het openbaar vervoer juist minder.".

p. 24

De informatie over de woningbouwprogramma's laat zien dat gemeente en stadsgewest zelfs niet hebben overwogen om scenario's voor krimp op te stellen. Het bevestigt het beeld dat het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordeningsvraagstukken (NIROV) dezer dagen naar buiten bracht: "Een structureel afnemende bevolkingsomvang kan lokaal ingrijpende gevolgen hebben. In Nederland sluimert het onderwerp 'krimp' ergens onderaan op de bestuurlijke agenda's."

Delft heeft al enkele jaren een teruglopende bevolking, maar tot het bestuur van kennisstad Delft willen de kansrijke consequenties van dit gegeven maar niet doordringen. Wat het gemeentebestuur ertoe aanzet om steeds maar op groei aan te sturen en zich te beklagen dat er geen uitleglocaties zijn (zie ook pp. 39-42 van de toelichting; kijkt men wel eens buiten de Delftse gemeentegrenzen wat er aan uitleglocaties over elkaar heenbuitelt?) hebben wij hierboven reeds aangestipt. Maar wat ook nog een rol kan spelen is dat men het begrip "economische groei" - in de ogen van het establishment ongeveer synoniem met dat wat "goed" is - niet doorgrondt. Het begrip kan men uiteenrafelen in bevolkingsgroei en productiviteitsgroei. De tamelijk hoge economische groei van de Verenigde Staten bijvoorbeeld - waar Europese leiders zo jaloers naar kijken blijkens de Agenda van Lissabon -  is doorgaans voor meer dan 60% bevolkingsgroei en dus voor een betrekkelijk klein deel productiviteitstoename (innovatie, efficiency e.d.). Bij een bevolking die daalt maar economisch gesproken wel productiviteitsgroei kent, kan dus heel goed een negatieve economische groei met een toenemende welvaart per hoofd van de bevolking combineren.

De conclusie van deze groeipolitiek wordt samengevat als "Met de ontwikkeling van het VDD-terrein wordt tegemoet gekomen aan de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte in Delft. Met een programma waarbij het accent op middeldure en dure koopwoningen ligt wordt ingespeeld op de grote vraag hiernaar en wordt de doorstroming vanuit de onderkant van de markt bevorderd." De doorstroming in de woningbouw is evenwel niet meer dan een neo-conservatieve maakbaarheidsillusie. Onderzoekers van het Delftse Instituut OTB hebben al in de jaren '80 vastgesteld dat bevordering van doorstroming door het bouwen van middeldure en dure woningen niet werkt, onderzoek dat recentelijk nog eens is bevestigd. Volgens onderzoeker dr.ir. Marja Elsinga is de doorstroming een sprookje. "Doostroming iop de woningmarkt is de droom van de vrije markt-denkers. (NRC, 4 maart 2006, p. 39). Het bestuur van de gemeente Delft doet er goed aan niet slechts af te gaan op de geloofsartikelen in partijprogramma's, maar ze ook te toetsen aan verifieerbare inzichten. Slechts dan is er uitzicht op dat men een kennisstad bestuurt.

p.28

"Hoewel de hoeveelheid openbaar groen in het plangebied beperkt lijkt, maakt het gebied door het aantal grondgebonden woningen en daarmee samenhangend het vele privé-groen toch een redelijk groene indruk."

In het verlengde van wat we hierboven reeds aanhaalden uit de nota Ruimte, ligt het voor de hand om in bestemmingsplannen inzicht te geven of en in welke mate een buurt of stadsdeel voldoet aan de groeneis uit de nota Ruimte. Dan hoeven de geïnteresseerden in het bestemmingsplan niet te fantaseren over wat een "redelijk groene indruk" is.

p. 31 Water

De onderwerpen waterkwaliteit en waterkwantitieit worden in de toelichting adequaat behandeld, behoudens een ondoorgrondelijke zin op p. 33: "Economische functies worden bevorderd, maar effecten op de waterkwaliteit worden zoveel mogelijk beperkt." Men kan zich afvragen wat in een paragraaf over water het bevorderen van economische functies betekent. Men zou er verder op kunnen inzetten dat nieuwe activiteiten, of ze nu van economische aard zijn of niet, worden geflankeerd door inrichtings- en beheersmaatregelen die bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit.

P. 34 Ecologie

Op enkele plaatsen wordt de Buitenwatersloot uitgezonderd van maatregelen die de ecologische functie van deze waterstructuurlijn versterken. We beamen dat het gebrek aan ruimte voor de watergang en de intensieve recreatie het knap lastig maakt de situatie te verbeteren, maar er zijn in onze ogen wel degelijk zulke maatregelen denkbaar. We werken de voorstellen hier niet uit omdat het voor de tekst en plankaart van het bestemmingsplan geen gevolgen heeft.

p. 41

We beschouwen het aanvragen van hogere akoestische grenswaarden als een indicatie dat leefomgevingskwaliteit minder belangrijk wordt gevonden dan het exploitatiesaldo. "Voor dit plan is middels een afzonderlijke vrijstellingsprocedure gevoerd. Hierbij is akoestisch onderzoek verricht naar de nieuw te bouwen woningen. Ook zijn er hogere grenswaarden aangevraagd."

Vertrouwend u van stof tot heroverweging te hebben voorzien, tekent

Met vriendelijke groeten,

mede namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft,

L.C. van Doorn