Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft beginpagina
| archief
nieuwsbrieven |
plannen
en commentaar op plannen
secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 / e-mail
lc.doorn@hccnet.nl
Betreft: Inspraakreactie
ontwerp bestemmingsplan NoordWest, deelgebied 2 Geacht college, ons commentaar op het
ontwerp bestemmingsplan Noordwest 2 is toegespitst op
algemene, politieke keuzes waarvan in de toelichting op het
ontwerp wordt uitgegaan. Op detailniveau onthouden we ons in
dit geval van commentaar. Na de gebuikelijke
vaststelling dat het om een bestemmingsplan gaat met een
overwegend consoliderend karakter, volgt de mededeling dat
voor de belangrijkste herontwikkeling in het plangebied (het
VDD-terrein), dat "deze herontwikkeling inmiddels instemming
(heeft) van gemeenteraad en gedeputeerde staten van de
provincie Zuid-Holland." Wij vinden dit niet elegant,
te meer niet daar de bebouwing van het VDD-terrein al volop
plaatsvindt. In een plangebied waar de oude
bestemmingsplannen nog uit het stenen tijdperk dateren (zie
p. 3 van de toelichting) past het niet dermate ruw om te
gaan met de regels van de ruimtelijke ordening. Het lijkt er
op dat de provincie zijn toetsende rol voor deze gelegenheid
terzijde heeft geschoven omdat men bij de gemeente Delft
weer eens haast met een "ontwikkeling" wilde maken. Met
zulke "dienstbaarheid" van de provincie jegens gemeenten
heeft de planologie van onze streek sinds 1994 grote schade
opgelopen (in de vorm van drie Pijnackerse VINEX-locaties op
verkeerde plekken) en wij zullen het provinciaal bestuur bij
de volgende geschikte gelegenheid er nog eens nadrukkelijk
wijzen dat deze invulling van zijn rol tot verkeerde
resultaten leidt. Over de achtergronden van
het opvallende ongeduld van de gemeente Delft maken wij ons
weinig illusies. Wij vermoeden dat een buitengewone
geneigdheid om projectontwikkelaars ter wille te zijn in
combinatie met het streven naar groei van Delft en zijn
bevolking de discussies bij de dorpspomp hebben bepaald.
Ontwikkelingsplanologie is in Delft verworden tot
ontwikkelaarsplanologie. In recente commentaren op
bestemmingsplannen voor TU-noord en en Voorhof hebben wij al
aangegeven dat het hoofdstuk met de titel "gebiedsvisie"
geenszins een gebiedsvisie weergeeft. Dat wil overigens niet
zeggen dat in de tekst van de toelichting geen visie
schuilt, alleen wordt die in de hoofdstukken 4 e.v.
(bijvoorbeeld de §§ met de titel "gewenste
ontwikkelingen") versnipperd en daardoor met een totaal
gebrek aan samenhang en transparantie
gepresenteerd. Kennelijk zit deze weeffout
in het recentelijk vastgestelde Handboek Bestemmingsplannen,
waarnaar wordt verwezen. Het roept vraagtekens op dat een
gemeentebestuur van een kennisstad met zulke weinig
gestructureerde onderbouwing en onwetenschappelijkheid op de
proppen durft te komen. We herhalen hier hetgeen wij
eerder op het ontwerp bestemmingsplan Voorhof
opmerkten. Het oppikken van
beleidslijnen uit rijks-, provinciaal en regionaal beleid
gebeurt op zeer selectieve wijze. Zo zou men aan de nota
Ruimte kunnen ontlenen dat het oppervlak aan openbaar groen
in woonwijken minstens 75 m2 per woonruimte zou moeten zijn.
Het kan nooit kwaad eens in de toelichting van een
bestemmingsplan te laten zien wat de situatie wat dit
betreft is en wat het zal worden. Dan kan men inhoud geven
aan de kanttekening dat "Bij al deze ontwikkelingen rekening
gehouden (moet) worden met de kwaliteit van de leefomgeving
zodat er voldoende ruimte blijft voor openbaar groen,
verblijf- en speelruimte." Wat het streekplan betreft
wordt verwezen naar het idee van de compacte stad, In
kringen van het Delftse gemeentebestuur schijnt men te
denken dat het concept van de compacte stad om maximalisatie
gaat, maar veel wijst er eerder op - we vermeldden het ook
al bij het voorontwerp bestemmingsplan TU-noord - dat het
concept in Delft bewust verkeerd wordt toegepast en zich
keert tegen de belangen van de Delftse bevolking. Want
anders had men uit het streekplan ook passages over
versterking van water- en groenstructuur (p. 18-19) kunnen
citeren, dat ondanks de Intensivering in bestaand stedelijk
gebied: het accent toch op nieuwbouwlocaties op Valkenburg
en Westlandse zoom (niet in Delft dus) zou moeten liggen,
dat "de ruimte voor groen tenminste gelijk noet
blijven en de ruimte voor water met minstens 10% toenemen
(p. 41 rechter kolom). Klap op de vuurpeil is de
vaststelling in het streekplan dat het (economisch, red.)
achterblijven van de zuidvleugel mede door
kwaliteitstekorten in woon- en leefomgeving moet worden
verklaard. En in de dezer dagen
gepubliceerde monitor van de nota Ruimte laat het Ruimtelijk
Planbureau er zijn blik over dwalen (citaat uit het
persbericht): "Balans groen en
verstedelijking onder druk. Ook de balans tussen groen en
verstedelijking staat onder druk. Delen van de groene
bufferzones rondom de stedelijke gebieden zijn bouwgrond
geworden en de hoeveelheid groen in en om de stad neemt af
in relatie tot de vraag. Verder worden de stedelijke centra
in de periode tot 2004 weliswaar intensiever benut, maar dit
gaat niet altijd gepaard met een, in de Nota Ruimte beoogde,
grotere diversiteit. Bovendien
is de stad in de afgelopen jaren niet aantrekkelijker
geworden voor de hogere- en middeninkomens: groepen die het
rijk graag in de steden wil vasthouden of
terugkrijgen. Het
openbaar vervoer tot slot legt het af tegen de auto:
woningen, bedrijfsvestigingen en banen zijn per auto
weliswaar iets beter ontsloten, maar met het openbaar
vervoer juist minder.". De informatie over de
woningbouwprogramma's laat zien dat gemeente en stadsgewest
zelfs niet hebben overwogen om scenario's voor krimp op te
stellen. Het bevestigt het beeld dat het Nederlands
Instituut voor Ruimtelijke Ordeningsvraagstukken (NIROV)
dezer dagen naar buiten bracht: "Een structureel afnemende
bevolkingsomvang kan lokaal ingrijpende gevolgen hebben. In
Nederland sluimert het onderwerp 'krimp' ergens onderaan op
de bestuurlijke agenda's." Delft heeft al enkele jaren
een teruglopende bevolking, maar tot het bestuur van
kennisstad Delft willen de kansrijke consequenties van dit
gegeven maar niet doordringen. Wat het gemeentebestuur ertoe
aanzet om steeds maar op groei aan te sturen en zich te
beklagen dat er geen uitleglocaties zijn (zie ook pp. 39-42
van de toelichting; kijkt men wel eens buiten de Delftse
gemeentegrenzen wat er aan uitleglocaties over elkaar
heenbuitelt?) hebben wij hierboven reeds aangestipt. Maar
wat ook nog een rol kan spelen is dat men het begrip
"economische groei" - in de ogen van het establishment
ongeveer synoniem met dat wat "goed" is - niet doorgrondt.
Het begrip kan men uiteenrafelen in bevolkingsgroei en
productiviteitsgroei. De tamelijk hoge economische groei van
de Verenigde Staten bijvoorbeeld - waar Europese leiders zo
jaloers naar kijken blijkens de Agenda van Lissabon -
is doorgaans voor meer dan 60% bevolkingsgroei en dus voor
een betrekkelijk klein deel productiviteitstoename
(innovatie, efficiency e.d.). Bij een bevolking die daalt
maar economisch gesproken wel productiviteitsgroei kent, kan
dus heel goed een negatieve economische groei met een
toenemende welvaart per hoofd van de bevolking
combineren. De conclusie van deze
groeipolitiek wordt samengevat als "Met de ontwikkeling van
het VDD-terrein wordt tegemoet gekomen aan de kwalitatieve
en kwantitatieve woningbehoefte in Delft. Met een programma
waarbij het accent op middeldure en dure koopwoningen ligt
wordt ingespeeld op de grote vraag hiernaar en wordt de
doorstroming vanuit de onderkant van de markt bevorderd." De
doorstroming in de woningbouw is evenwel niet meer dan een
neo-conservatieve maakbaarheidsillusie. Onderzoekers van het
Delftse Instituut OTB hebben al in de jaren '80 vastgesteld
dat bevordering van doorstroming door het bouwen van
middeldure en dure woningen niet werkt, onderzoek dat
recentelijk nog eens is bevestigd. Volgens onderzoeker
dr.ir. Marja Elsinga is de doorstroming een sprookje.
"Doostroming iop de woningmarkt is de droom van de vrije
markt-denkers. (NRC, 4 maart 2006, p. 39). Het bestuur van
de gemeente Delft doet er goed aan niet slechts af te gaan
op de geloofsartikelen in partijprogramma's, maar ze ook te
toetsen aan verifieerbare inzichten. Slechts dan is er
uitzicht op dat men een kennisstad bestuurt. "Hoewel de hoeveelheid
openbaar groen in het plangebied beperkt lijkt, maakt het
gebied door het aantal grondgebonden woningen en daarmee
samenhangend het vele privé-groen toch een redelijk
groene indruk." In het verlengde van wat we
hierboven reeds aanhaalden uit de nota Ruimte, ligt het voor
de hand om in bestemmingsplannen inzicht te geven of en in
welke mate een buurt of stadsdeel voldoet aan de groeneis
uit de nota Ruimte. Dan hoeven de geïnteresseerden in
het bestemmingsplan niet te fantaseren over wat een
"redelijk groene indruk" is. De onderwerpen
waterkwaliteit en waterkwantitieit worden in de toelichting
adequaat behandeld, behoudens een ondoorgrondelijke zin op
p. 33: "Economische functies worden bevorderd, maar effecten
op de waterkwaliteit worden zoveel mogelijk beperkt." Men
kan zich afvragen wat in een paragraaf over water het
bevorderen van economische functies betekent. Men zou er
verder op kunnen inzetten dat nieuwe activiteiten, of ze nu
van economische aard zijn of niet, worden geflankeerd door
inrichtings- en beheersmaatregelen die bijdragen aan de
verbetering van de waterkwaliteit. Op enkele plaatsen wordt de
Buitenwatersloot uitgezonderd van maatregelen die de
ecologische functie van deze waterstructuurlijn versterken.
We beamen dat het gebrek aan ruimte voor de watergang en de
intensieve recreatie het knap lastig maakt de situatie te
verbeteren, maar er zijn in onze ogen wel degelijk zulke
maatregelen denkbaar. We werken de voorstellen hier niet uit
omdat het voor de tekst en plankaart van het bestemmingsplan
geen gevolgen heeft. We beschouwen het aanvragen
van hogere akoestische grenswaarden als een indicatie dat
leefomgevingskwaliteit minder belangrijk wordt gevonden dan
het exploitatiesaldo. "Voor dit plan is middels een
afzonderlijke vrijstellingsprocedure gevoerd. Hierbij is
akoestisch onderzoek verricht naar de nieuw te bouwen
woningen. Ook zijn er hogere grenswaarden
aangevraagd." Vertrouwend u van stof tot
heroverweging te hebben voorzien, tekent Met vriendelijke
groeten, mede namens de
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, L.C. van Doorn
Inspraakreactie
ontwerp bestemmingsplan NoordWest, deelgebied 2
stichting Commissie Natuur
en Milieu Delft
Delft, 17 juli 2006De gemeenteraad van
Delft
Postbus 78
2600 ME Delftp. 1
p. 5 Hoofdstuk
gebiedsvisie
p. 19 Beleid van rijks- en
regionale niveaus
p. 24
p.28
p. 31 Water
P. 34 Ecologie
p. 41